The elevator in the hotel lobby has a lazy door

~Lowlands 2010~

heul-glad.jpg

***

Het begon met ’t feuilleton dat ik schreef over twee Limburgse boeren, een paar weken geleden. En toen ging m’n relatie uit. Ik besloot alles weg te flikkeren: Bèr, Kuëb en hun geschreeuw naar lekkere wijven en in plaats daarvan alles wat een relatie vreselijk en lelijk kan maken in een verhaal te proppen.
Ik besloot Antonette en Harold naar Lowlands te sturen.
Drie dagen in de Daily Paradise, de krant van Lowlands.
Dat kon alleen maar slecht aflopen.


***

vollenauto.jpg

We gingen in een volgepropte auto, zoals dat gaat met vier man, vier rugzakken en vier tenten. De tijd dat je een tentje deelde met drie evenzo stinkende kompanen is voorgoed voorbij. Ik nam Jnnks tent mee. Als ze dan niet naast me lag, dan maar zo. In haar tent.

***

We keken Triggerfinger en we waren erg verbaasd over het feit dat Ruben Bloks grijze kuif maar enkele plukjes haar losschoten. De avond ervoor had ik tegen ons Nas verteld dat dát het fijnste is aan een optreden van Triggerfinger: het moment dat de grijze kuif losschiet en woest in de rondte draait op het ritme van Rubens gitaaraanslagen.
“Dat kan niet,” twitterde de schitterende d’n Lee, dit keer door afwezigheid (ja, nee: dát kan niet, afwezig zijn na al die jaren. Schandalig!) “Haarspeldjes?!”
Toen we naar buiten liepen zagen we Blok het podium verlaten, hij zwaaide.
Ik heb hem kushandjes toegeworpen.

“Het is net een stripfiguur,” zei Baco later.
“Dat worden prachtige kinderen,” ze ik.
Suske & Wiske en de Hanneke Hendrix.
Ik bedoel maar.

***

Op festivals ben ik de eerste tijd altijd paranoïde. Nu ben in sowieso altijd bang om dood te gaan (vooral op een lullige manier, dat lijkt me het ergste, op een lullige manier gaan. Ik had ooit een collega wier moeder de laatste tree van een keukentrapje miste en op slag dood was. Ze was toen veertien, mijn collega, en een week later werd ze ongesteld. Ik begrijp niet wat god op zulke momenten probeert te vertellen) en op plekken met veel mensen ben ik altijd bang dat ik net degene ben die het dichtst in de buurt staat van die doordraaiende cokesnuiver met een machete (“Hoe de man uit Aalst het kapmes door de beveiliging heeft weten te krijgen is de festivalorganisatie volstrekt onduidelijk. Hanneke Hendrix werd 30 jaar.”). Hoe dan ook: dit is inherent aan plekken waar veel mensen komen en waar veel nieuwe prikkels zijn. Ik heb dit ook in bijvoorbeeld een drukke supermarkt waar ik nog nooit ben geweest. Dan ben ik bang voor degene achter me in de rij, dat die een pistool heeft en me door mijn hoofd schiet.
Trouwens, dat is niet eens lullig.
Dat met die machete overigens ook niet.
Dat is eigenlijk best heroïsch.
Misschien ben ik gewoon bang.

Überhaupt.

Na de donderdagnacht en de vrijdagmiddag vroeg gaat de paranoia meestal liggen en dan word ik een gewoon meisje. Hoe dan ook, dit jaar moest ik voor het eerst denken aan van die pakketten die je krijgt als een huis antikraak bewoont.
Ik liep in mijn eentje over het festivalterrein, want dat deed ik ’s middags het liefst, struinen, met in de ene hand een biertje en in de andere hand een hamburger. Beetje mensen kijken, een band kijken, beetje wenen, beetje gniffelen, Belinda menthol roken, u kent het wel.
“Ik moet mijn Limburgse roots wel in ere houden,” zei ik toen ik ons Nas en de haren tegenkwam met het bier in de ene en de druipende hamburger in de andere en ik dus de handjes van de haren niet kon schudden.
“Dus je bestaat echt,” zeiden Cas en Daan. Daar was namelijk twijfel over.
“Nee,” zei Nas, “dit is een actrice. Die heb ik gekocht.”
“Voor een hamburger?” zei Daan.
“Voor een Breezer,” zei ik.

Ik dwaal weer af.

Dat u weet dat ik nu ook zucht hier achter de computer.
Het is erg vermoeiend om mij te zijn.
Terug naar waar we waren.

Struinen.
Misschien wel het fijnste woord ooit.
Het fijnste om te doen ook.

Ik dacht aan een antikraakpakket dat ik ooit bekeek in een enorme boerderij in een gehucht dat zich niet eens gehucht mocht noemen. Het stond waarschijnlijk genoteerd als: tweehuizendaaraanderijkswegwaarvanwegedesnelwegookalniemand
meerrijdt. In het pakket zat een spuitbus waar blauw schuim uitkwam. Het was bedoeld om inbrekers mee te bespuiten en het schuim zou er dan voor zorgen dat de boef een blauw hoofd zou krijgen dat er pas na drie dagen weer af zou gaan.

Zoiets:
x-marker.jpg
Gna!

Ik vroeg me af waarom ik nog nooit had gehoord dat iemand in een dronken bui zo’n spray had gebruikt voor de gein op een vriend die ligt te slapen of die gast die steeds van die vervelende geintjes aan het maken is.
Hoe kwam het dat er nog nooit op straat iemand door straatschoffies was besprayd? Het zou zomaar kunnen dat iemand hier, ik liep ondertussen over het looppad dat de twee delen van het festivalterrein scheidt, een spuitbus zou trekken en me zou besprayen. Dan zou ik een blauw hoofd hebben.
Ik stelde me voor hoe mijn broer en de jongens zouden moeten lachen.
Zou ik die spuiter dan gaan aanklagen? Woest met mijn blauwe hoofd bij de politie, die dan ingehouden gierend van de lach een formuliertje zouden opmaken.
Zou je het tot mishandeling kunnen rekenen?
Maar dat gaat helemaal niet op als iedereen je steeds uitlacht.
Als niemand je serieus neemt.
Ik dacht aan dit verhaal.
Ik gniffelde.

***

“Hoe oud zijn die jongens eigenlijk!? Het zijn nog jungskes!” riep ik bij bands als Villagers en the Soft Pack.

***

De HEMA op het campingterrein draaide Björk en de soort van supermarkt die daarna aan de weg volgde draaide Kane.
“Ik verlang naar de Zwarte Cross,” zei Baco.
Ik knikte instemmend.

***

ANTONETTE WIL DOOD, de vrijdagmiddag
Uit de Daily Paradise van vrijdag, deze week ook op HMDODHBS te lezen.

Ik wil dood, denkt Antonette, terwijl ze naar de drie blonde meiden bij de tenten naast hen kijkt. Harold ligt in hun tentje, een klein stormtentje van Bever Sport, dat ze geleend hebben van Harolds zus. Harolds zus is een vrouw van de wereld, die reist alle continenten af met haar rugzak. En dan danst ze ‘s nachts met knappe Deense mannen bij een kampvuur ergens op een berg in Australië, denkt Antonette. Harold is geen man van de wereld. Ze kijkt naar zijn voeten die uit de tent steken. Het was een slecht idee geweest om een kaartje voor Lowlands te kopen, alsof ze dan ineens ze wél verlost zouden zijn van die ongemakkelijke stiltes. Antonette kijkt naar het programmaboekje waar Harold met een gele marker heeft aangegeven naar welke artiesten ze dit weekend moeten.
Harold slaapt.
Hij was moe.
Harold is altijd moe als Antonette in de buurt is.
“Wil je zo anders even een rondje over de camping?” roept Antonette.
Er klinkt een snurk uit de tent.

***

Ik struinde langs de jongen die buiten het festivalterrein op een paar planken aan een boom gitaar speelde en langeaftandslingo speelde met bezoekers met verrekijkers.

langeafstanmdslingo.jpg

***

Uitgaande Facebookstatus, 9u47, de zaterdag:
Hanneke Hendrix heeft gister met Nas, P de DJ en ’t blaadje het licht uitgedaan. Auw. Hoofd gestoten aan lamp. Of aan man met hamer. Ben er nog niet uit.

***

Mijn kuch klinkt als een ouwe eikenhouten deur.

***

Genoeg gestruind.
Ik besloot de jongens te gaan zoeken.
Die stonden waar ze altijd staan, in de oksel van het securitykruis tegen het hek.
Mijn mobiel bleef die middag in de tas.
Bij Band of Horses presenteerde Tycho Gernandt het podium.
“Ja menseeeeeeeeeeeee,” riep hij, “Band of Horses! Gaan we lekker rockeeeeeeeeeeeeeee!”
Met een zakdoek al bij oog en neus keek de ganse tent verbaasd om zich heen.
Rocke’?
Rocke’? Waar? Nu? Wat bedoelt die man?

Ik denk niet dat hij het fatsoen heeft gehad om ook maar één liedje van de band te luisteren. Toch jammer, het had hem misschien wel gered. Als mens, zoals dat hoort bij muziek van Band of Horses.
Loutering.
Ik had de zakdoek één keer nodig en mijn hart maakte ongeveer tien sprongetjes.

The elevator in the hotel lobby has a lazy door.

Ben Bridwell zag er gelukkig uit.
Ik zag Band of Horses twee jaar terug in Tivoli en toen was Bridwell kwaad, Weltschmerz naar ik gok, had hij een dikke puntige baard, een truckerspet op en dronk hij Jack Daniels direct uit de fles. Heel kwaad.
Deze zomer is het anders.
Met een mooi pak, een nette snor én stralend witte tanden (“My mother thinks it’s gruesome that I still didn’t get my teeth bleached,” zei de Amerikaan pas, toen we op het bankje voor de kroeg een sigaret zaten te roken) staat Ben als een figuur uit O Brother Where Art Thou voor het publiek te zingen.
“Prachtig, prachtig!” brulde ik na elk nummer in Maus’ oor.
Hij is gelukkig geworden, onze Ben. Dat dat nog kan, in deze tijd als je band succesvol wordt. Normaal worden mensen altijd ongelukkig van succes. (Zei HMDODHBS. Nog steeds kei gelukkig.)
“Het kan ook aan de Nederlandse wiet liggen,” zei de broer later. “Maar volgens mij was ‘ie er gewoon echt goed aan.” En zo weinig cynisme is mijn broer vreemd, dus ook hij moet het wel prachtig, prachtig hebben gevonden.

Wie gaat er mee?
KILK!

An hour later I was thinking it over by the snack machine.

Bij The National leek dat ook al het geval, overigens, dat van dat gelukkig worden. Ook The National zag ik twee jaar geleden, toen op Haldern. Ik had nog nooit van die band gehoord, maar het hele optreden stond ik met open mond te kijken naar hoe Matt Berninger de microfoon fijnkneep en van de ene hoek van het podium naar de andere rende, mijns inziens omdat hij niet tussen de rest van de bandleden wilde staan.
Prachtig was het.
Ze rukten m’n hart eruit, daar in Duitsland, smeten het op de grond en deden er een dansje op. Dit jaar was Berninger, net als Bridwell, wat glimlacheriger dan voorheen, al leek het wel erop dat het hartuitrukken-en-er-een-dansje-op-doen wat meer een gewoonte was geworden.
“Wat is dat toch met die bands die van getormenteerd naar gelukkig gaan?” zei ik na afloop.
“Hij gooide toch zijn microfoon op de grond? En hij nam toch ook geen applaus in ontvangst op het eind?”
Ik stak een Belinda Menthol op.
De securityman geeuwde.
Ik dacht na.
Als groots en meeslepend je hit is, tja, dan moet je die ieder optreden wel spelen, maar de urgentie gaat er (net zoals bij, ik noem maar wat, “Daar gaat ze” van Clouseau) gaandeweg de tijd altijd wel wat vanaf.

Maar er is dus hoop.
En dat scheelt.

***

P de DJ en ik maakten hartjes met onze handen naar het podium.
En daarna moesten we, wegens mijn pijn in de hoeven, gaan zitten.

Ik word oud.

***

Uitgaande sms, tijdens Yeasayer:
Is dat ’n trouwring? IS! DAT! ‘N! TROUWRING?!

***

Ik zag iemand met ’n T-shirt van Bush (de band, wie kent ze nog? Die middelmatig rockende pretty boys die nu gewoon allemaal netjes huisvader zijn, bah) en ik dacht aan de tijd dat ik Bush nog cool vond, héééél lang geleden. Ik dacht aan wat die man bezielde die zo’n shirt aantrok. Zou hij écht Bush nog gaaf vinden?

Wat me trouwens steeds meer en blijft verbazen op festivals zijn de vrouwen die naast sukkels met shirts-met-quasi-geinige-pies-piemel-kut-bef-pijp-geil-opdruk blijven lopen.
Ik heb een lijstje gemaakt van de stomste shirts waarbij een vrouw aan de hand van de drager hing (Joke Smit zou zich omdraaien in heur graf):
– Mijn t-shirt is nat, jij ook?
– She (*handje dat naar links wijst*) loves the cock
– Ass, the other vagina
– Wat is geil en heeft een ster op z’n rug? (*Op rug een ster*)
– En natuurlijk deze:
sukdik.gif
Waar “Insert here” naast stond.

Exit heren, zou ik zeggen.

Maar goed, wie ben ik? Qua t-shirts.
Kijk, dit is bijvoorbeeld een foto van mijn wasrek:
watsgeshirt.jpg

Ik zag ook iemand met een t-shirt met het logo van 4AD erop.
De man met het shirt van 4AD kwam naast me zitten op een bankje.
“4AD,” zei ik.
De man keek niet begrijpend en ik wees op zijn shirt.
“Jeugdsentiment.”
“Ah,” zei hij. “Ja.” Hij gniffelde.
“Normale mensen worden sentimenteel bij een shirt van koekiemonster of Buurman & Buurman, maar ik word sentimenteel bij het logo van 4AD,” zei ik. Eigenlijk meer in mezelf dan tegen die man. Er kwam een vrouw aangelopen.
“De oppas is godverdomme ziek,” zei ze. Ze zwaaide met haar mobieltje. “En deze is nou ook leeg.”
De man stond op en de twee liepen weg.

Toen ik wegliep floot ik Everything Zen.
Uiteindelijk zijn en worden we allemaal dezelfde persoon als ons leven eenmaal over is.

***

Uitgaande Tweet, 9u47, de zondag:
@AMHHendrix gaat in ’n guerilla Marlies Dekkersbandjes van bh’s knippen. (En bij gebrek aan schaar schroomt ze heul niet haar tanden te gebruiken.) #ll10

***

Uitgaande sms, 19u33, de zondag:
Ik zie dit jaar echt heel veel bassisten met witte wifebeaters aan. What does that mean?!

***

Het mooie aan Massive Attack vind ik dat deze band, ook al bestaan ze al twintig jaar en hebben ze een productie achter zich van heb ik jou daar, nog steeds blijft klinken alsof ze vanuit een vochtige schimmelige kelder muziek staan te maken.
Vooraan tegen het hek, helemaal links: ik kon nog net de neuzen van wat bandleden zien, zong ik mee en headbangde ik alsof ik weer achttien was en Mezzanine grijs draaide in mijn overslaande cd-speler.

Naast me stond een kussend stelletje, dat zich af en toe losmaakte en danste alsof het Guus Meeuwis betrof. Ik zag ook duizend mensen met zonnebrillen naast me. Jongens die vingers in de lucht staken op de maat en probeerden mee te zingen zonder de tekst te kennen. Mensen die met hun rug naar de band hun handen in de lucht staken. Mensen die maandag op het werk “lekker feesten jonge, daar toen bij Massive Attack” zeggen.

Hoe kan dit toch zo?
Terwijl ’t erg is en pijn doet?
Had niemand dat daar door?
Waar is de frons bij mooie stukjes? Bij mooie zinnen?

Ach ja, een traan op een gloeiende plaat.
Niet met je rug naar de bar, dacht ik vervolgens, als conclusie.
En ik stak nog een menthol aan.
Eens een barvrouw altijd een barvrouw.

***

En nu zit ik aan de keukentafel en eet ik een boterham met geitenkaas en augurk en lees ik een artikel over georganiseerde vrouwenverkrachting in de burgeroorlog van Congo in een Opzij die ik gisteren stal bij de Mc Donalds bij Nulde op de terugweg van Lowlands.

Ik heb het naar mijn zin, mijn hart maakt sprongetjes, en vaak voel ik het, het leven, het geluk, het hoe fijn we het hebben, het grootse, het meeslepende en ik ben ik gelukkig met mijn vrienden, hou ik met heel mijn hart van alles om me heen en ik ben schor van het praten en dat allemaal, dan toch, terwijl ik doordenkt ben van de wetenschap dat niets ooit nog goed komt.
Dat alles wat ik denk altijd decadent is.
Alles.
Altijd.
Want dit kan toch niet?
Dit kan toch niet allemaal naast elkaar gebeuren?
Wat maakt me dat?
Met mijn kuch als een eikenhouten deur?

Alles.

Alles.

Altijd.

Maar wacht.

Misschien.

Misschien.

Is er hoop.

Want er zijn dingen zoals dit.

Heel misschien, met uitzondering van dit.

Luister.

Met uw ogen dicht.


The elevator in the hotel lobby has a lazy door
The man inside is going to a hotel room
He jumped out right after seeing just the very sight of me
He decided he better hike it to the second floor

It’s temporary, this place I’m in
I permanently won’t do this again
My belongings scattered all across the hotel floor

An hour later I was thinking it over by the snack machine
I thought about you and a candy bar
Now and later now that I’ve got it stuck between my teeth
I fell asleep to the greatest movie of the year

A man gets lonely for heaven’s sake
He’s wondering only what did you do today
The world spin around me to old sad song

Well, it’s coming down outside like I’ve never even seen before
I fell into some kind of sorry state
But looking back now I think it’s finally time for me to laugh about it
And get my things together and find something to say

Well I feel awful, and I believe
That time gets wasted in this misery
And darlin, I would never want to come back home

***