aswoensdag

Straks is het weer Aswoensdag

Marit is bezig met een laatste ivf-poging, wanneer ze terugkeert naar haar Limburgse geboortedorp. Ze gaat voor haar moeder met alzheimer zorgen, maar ziet op tegen de confrontatie met de kille vrouw die getekend is door een rampzalige gebeurtenis uit de geschiedenis van het dorp.

Aswoensdag is vanaf vandaag overal te koop. Vraag ernaar bij uw lievelingsboekwinkel!

 

Een leesfragment:

Meteen kwam haar accent terug. Dat ging automatisch zodra ze iemand met een Limburgse tongval sprak. Je aanpassen was een tweede natuur.
‘Het gaat om uw moeder. We dachten, mevrouw Dings en ik, het is het beste als we u even bellen, aangezien u het enige naaste familielid bent. Dat klopt toch?’
‘O,’ zei Marit weer. ‘Ja, natuurlijk.’
Rudy, hij heette Rudy.
‘Er moeten beslissingen genomen gaan worden.’
‘Is ze ziek?’
‘Uw moeder kan het allemaal niet meer bijhouden. De situatie is redelijk onhoudbaar geworden.’
Het was weer even stil.
Hij verontschuldigde zich nog eens. Marit zei dat het niet uitmaakte. Hij belde gelegen. Het was goed. Echt. Vertel het nou maar gewoon.
Ze moest denken aan de sporadische visite die ze vroeger kregen thuis.
‘Wat wilse drinke’?’
‘Wat je hebt staan.’
‘We hebben van alles staan.’
‘Wat er open is.’
‘Alles is open.’
‘Maakt niks uit. Wat makkelijk is.’
‘Alles is makkelijk.’
‘Doe maar wat je zelf ook drinkt.’
‘Appelsap.’
‘Ja, lekker. Als het uitkomt.’
Verontschuldigen, verontschuldigen en daarna je hoofd buigen en appelsap krijgen terwijl je liever iets anders had gedronken.
‘Als in: wij denken dat ze niet meer op zichzelf kan wonen’, zei hij. ‘Mevrouw Dings en ik. Mevrouw Dings heeft heel veel mantelzorg voor haar rekening genomen, weet u. Maar ze is zelf ook niet meer de jongste. Dus ja. Vandaar. U bent niet eerder gebeld, omdat,nu ja, omdat het wel ging en mevrouw Dings op de hoogte is van … Nu ja.’
‘Onze getroebleerde relatie.’
‘Ja’, zei Rudy zacht. ‘Vindt u het erg als ik vertel wat er precies aan de hand is?’
‘Ga uw gang.’
‘De laatste tijd gaan er steeds vaker dingen mis. Ze krijgt kleine huishoudelijke zaken niet meer gedaan, en dat is nog tot daaraan toe, maar sinds kort lukt het ook niet meer om zelf goed te eten en te drinken, merkt mevrouw Dings. Ze wast zich niet meer. Aankleden gaat vaak mis. Ze huilt steeds meer.’
‘Ach’, zei Marit.
‘Sinds gisteren doet ook de ketel het niet meer. Midden in de winter kan dat natuurlijk echt niet. Maar we maken ons nog het meeste zorgen over dat ze erg vaak kwijt is.’
‘Kwijt?’
‘Dan loopt ze de deur uit. Zonder jas. Meestal komt ze zelf terug, maar het gebeurt ook dat de politie haar moet terugbrengen.’
‘Dat is niet goed.’
‘Nee.’
‘Nee.’