Papegaaiduiker

Hij houdt meer van regen dan van zon. Op zonnige dagen is iedereen zo blij. Beter vindt hij het als iedereen nors bij de bushalte staat, met de hoofden diep in de kragen gedoken. Dan voelt hij zich licht, dan is hij in zijn element. Je moet het leven positief inzien, Hans, zeggen ze dan. Maar hij ziet het leven juist positief in, op deze manier, dat zouden ze toch moeten snappen. Soms denkt hij er wel eens aan om naar de Faeröer Eilanden te verhuizen. Daar hebben ze niet alleen 288 dagen per jaar regen, maar ook de papegaaiduiker, een kleurig vogeltje. Al is daar misschien dan weer het omgekeerde waar, want als iedereen van regen houdt, of op z’n minst gewend is aan dat het 288 dagen in het jaar regent, dan is hij ineens niet meer de enige in zijn element. Dan is hij één van de velen. En wat moet hij dan? Hij kijkt naar buiten, naar de vrouw die in de zon met een wapperende jurk en losse haren voorbijfietst. Een strakblauwe lucht.
Je moet naar buiten, Hans, zeggen ze altijd, dat is goed voor je, vitamine D.
Op de Faeröer eten ze papegaaiduikers, las hij eens, daar kun je ze gewoon uit de vriezer in de buurtwinkel vissen. Als ijsjes op pootjes. Er zitten vast veel soorten vitamine B in, net zoals in kip. Veel eiwit.
Het wordt vast een regenachtige zomer. Hij moest het maar positief inzien. Het wordt vast een regenachtige zomer.