Begin de dag met tequila

Begin de dag met tequila. Dan is het randje er een beetje af en doet het niet meteen zo’n zeer.
Spinvis

white-square.jpg

De wereld zag er anders uit toen ik vanochtend vroeg op de fiets naar mijn afspraak fietste. Knalrode eikenbladeren waaiden op, een vuilniswagen toeterde en fietsers haastten zich door de miezer die rondstoof alsof er iemand in een plantenspuit aan het knijpen was. Ik vroeg me af of al die mensen hetzelfde zagen als dat ik zag: dat alles zo anders leek, ook al deed iedereen normaal.
Ik ook, ik deed ook normaal, ik haastte me ook door de miezer.
Even daarvoor had ik in het donker mijn dochter naar het Kinderdagverblijf gedragen.
Gewoon in mijn armen, want het was vandaag geen dag om haar in een kille kinderwagen te leggen.

David van Reybrouck schreef vannacht op zijn Facebookpagina het volgende:
“Hoe vaak gebeurt het dat een mens wakker wordt in een andere wereld? Wat ik sinds juli voorspelde, lijkt waarheid geworden. (…) De tijden die nu aanbreken zijn somber en uiterst zorgwekkend. We bereiken een nieuw tijdperk: dat van de na-naoorlogse wereldorde. Zal Trump zich ontwikkelen als een democratisch verkozen autocraat zoals Erdogan, Orban of Duterte? Zal het Amerikaanse stelsel voldoende checks and balances hebben om zijn onvoorspelbaar politiek gedrag aan grondwettelijke banden te leggen? Of zal hij de rechtsstaat met voeten treden zoals hij tijdens de campagne al schaamteloos aankondigde? Zullen internationale afspraken gerespecteerd worden, zeker met betrekking tot het gebruik van kernwapens?”

Vlak voor ik zwanger werd vond de aanslag op Bataclan plaats en ik weet nog dat ik toen dacht: met zoveel dood in de wereld moeten we juist kinderen gaan maken.
Maar toen ik vanochtend weer met lege armen naar huis liep, dacht ik aan die kleine spruit en dat die nog van niks weet en dat maakte dat ik ineens twijfelde.
Misschien moesten we dat onze kinderen niet aan willen doen?
Doe ik haar iets aan, nu ze bestaat?

white-square.jpg

white-square.jpg

Overigens schreef mijn broer vanochtend ook iets op zijn Facebookpagina:
mijn-broer-is-de-grappigste
Ik hou van mijn broer.

white-square.jpg

white-square.jpg

Eenmaal op mijn afspraak overwogen we de dag met tequila te beginnen.
We deden het niet. We namen koffie en toast met een gekookt ei.
Ik emailde vrienden in Nieuw Zeeland, dat we bij hen willen komen wonen.
Dat we komen emigreren, omdat zij toch alleen maar bergen en schapen hebben daar.
Maar ik wil helemaal niet naar Nieuw Zeeland.
Ik wil hier blijven.
Ik wil dat iedereen elkaar liefheeft.
Ik heb een kinderlijk verlangen dat iedereen elkaar liefheeft.
Mijn moeder is geboren in 1940 en ze zei ooit aan tafel dat ze vond dat mijn broers en ik in zo’n moeilijke wereld moesten opgroeien.
Ik antwoordde toen dat het voor ons gewoon de wereld was.
Niks aan de hand.
Gewoon de wereld.
Het is gewoon de wereld.
Het is altijd gewoon de wereld geweest.

Ik kan zoveel willen.
Uiteindelijk zit ik gewoon een gekookt ei te eten en laat ik iemand met een sloof om een kop koffie voor me maken. Ik weet niks van wanhoop en armoede. Alma weet niks van wanhoop en armoede. Misschien is dat juist het beangstigende en is dat juist waarom het lijkt alsof we afstevenen op dat alles misgaat.

Aan het werk!

1.
Ik zag vandaag tot driemaal toe een jongen in een korte broek over straat lopen terwijl het hoosde. Drie verschillende jongens welteverstaan.

2.
De mevrouw in de rolstoel had een plastic hoes over zichzelf heengetrokken, als een bankstel dat nieuw moest blijven. Ik vroeg me af of ze, qua veiligheid geen ruitenwissers nodig had.

3.
Ik had voor het eerst mijn dochter naar de kinderopvang gebracht en terwijl ik weer in een koffietent zat te werken, zat iedereen om me heen te praten over kinderen. Ik lieg niet. Drie uit drie tafels binnen gehoorsafstand.

4.
Daarna kwamen er twee meisjes naast me zitten. Ik schatte ze een jaar of veertien, maar ze bleken psychologie te studeren en bespraken een casus van een vrouw die meer wilde leren genieten van haar vrije tijd. Meer mindful te worden. Ze adviseerden haar een app en een hond voor een rondje door het bos. Ik word oud. Of juist niet. Ik weet het tegenwoordig ook niet meer.

5.
Een vriendin stuurde me deze tekst:
All the years keep rolling
The decades flying by
But ahh, the days are long

6.
Ik word oud.

Orange Mocha Frappuccino

Geschreven voor De Zuiderlingen in Lux, tijdens de Nijmeegse Kunstnacht 2016.

Henry en Francien achter de balie van een koffie-franchise. De zaak is verder helemaal leeg. Ze vervelen zich. Er klinkt klassieke muzak door de speakers.

HENRY
Oké.
Opletten.
Let je op?
Je luistert niet.

FRANCIEN
Ik luister wel.

HENRY
Je kijkt gewoon in je koffie.

FRANCIEN
Henry. Ik kijk altijd in mijn koffie.

HENRY
Dat is waar.
Oké.
Doe je ogen dicht.

FRANCIEN
Hè?

HENRY
Doe je ogen dicht.
Dat is goed voor je.

FRANCIEN
(Zucht.)

HENRY
Heb je ze dicht?

FRANCIEN
Ja.

HENRY
Heb je ze echt dicht?

FRANCIEN
Jahaaaaa.

HENRY
Oké. Stel je voor.
De zaak is groot. Er staan tafeltjes naast het raam, een stuk of tien. En een barretje tegen de achterwand.

FRANCIEN
Dat is gewoon hier, Henry.

HENRY
Ja, dat is het ‘m nou juist.
Doe je ogen weer dicht.
Dan krijg je een orange mocha frappuccino van me.

FRANCIEN
(Zucht.)
Ben je weer zo’n cursus aan het doen?
Hoe heet het? Mindfulness?

HENRY
Ergens op een kantoor, ergens een paar steden verderop, zit onze baas die alleen Vandersteen wel eens heeft gezien. Vandersteen is de bedrijfsleider en ze is geweldig. Ze zou eigenlijk beter staan achter de bar van een bruine kroeg. Ze heeft een rookhuid en ze rochelt de hele dag. Ze lacht graag en veel, maar na elke lachbui volgt een hoestbui. Als we om zeven uur ’s avonds sluiten dan gaat ze naar De Klep. Daar gaat ze in het rookhok zitten, fluitjes drinken en sigaretten roken. Soms gaan we mee, toch Francien?

FRANCIEN
Soms gaan we mee.

HENRY
Maar meestal ga ik naar huis.
De baas van kantoor stuurt af en toe een jongetje met een clipboard. Die praat dan meestal met Vandersteen. Dan gaan ze de zaak door en wijst hij dingen aan, gaat hij met zijn nagel langs randjes en hoekjes en dan maakt hij aantekeningen op zijn clipboard.
We zijn een echte franchise. Vandersteen, jij en ik achter de bar en de Pastinaak maakt de soep, de pasta en de broodjes, boven in de keuken.

FRANCIEN
O, en er komt een schoonheidssalon hier links naast ons. In dat ouwe kantoor van dat vage uitzendbureau. Er hangt een briefje. Cascade gaat het heten.
Cascade.

HENRY
Cascade?

FRANCIEN
Cascade.

HENRY
Wat betekent dat nou weer? Cascade?
Dat alles in elkaar dondert?
Dat als je kop tot op de draad versleten is dat je dan daarheen kan?

FRANCIEN
Een cascade is een stroomversnelling.

HENRY
Ik weet niet wat dat is met die namen van tegenwoordig. Die nieuwe kroeg aan de Markt heet Flinstering. Flinstering! Hoe kom je daar nou bij? Wat is er mis met De Klep? Of ’t Voske? Of, nu we het er toch over hebben: De Grote Markt?

FRANCIEN
Flinstering, ja. Dat was grappig.

HENRY
Kom je starnakel thuis, schreeuwt je vrouw: ‘Waar heb jij gezeten?’
‘In Flinstering!’
Dat klinkt toch niet?

FRANCIEN
Starnakel. Dat is pas een goeie kroegnaam.”

HENRY
Ik ga mijn kind Starnakel noemen.

FRANCIEN
Starnakel! Eten!

Stilte.

HENRY
De Baboe-bakfiets.
Daar kan ik ook niet tegen.
Baboe. Dat klinkt voor kinderen.

FRANCIEN
Dat is ook voor kinderen.

HENRY
Ja, wacht, ik ben nog niet klaar. Voor kinderen en poep.

Stilte.

HENRY
Baboe.
Baaaaboe.

Stilte.

FRANCIEN
Nou, krijg ik nog een orange mocha frappuccino van je?

HENRY
Natuurlijk.
Voor jou de wereld, lieve schat.
Voor jou de wereld.

Op de repeat op de platenspeler is om de anderhalve minuut de naald verzetten.
#HoudenvanAlienLanesvanGuidedbyVoicesomachtuurindeochtend

Poster facebook

Volgende week op De Parade te Rotterdam

We zijn nogal druk met de voorbereidingen voor ons literair-muziek-variété-program op De Parade in Rotterdam (27 t/m 30 juni, met mij) en Utrecht (26 t/m 29 juli met Alma Mathijsen).
Zin in is een cliché, maar nu écht écht waar.
Mede door het liedje dat we hebben gemaakt, dat zo mooi is dat ik het iedere dag stiekem een keer draai.

En verder: denk hele ouwe Franse kroeg, denk Satie en Janis Ian, denk Dennie de barman en een opgezette schildpad en denk aan een tingeltangel-schipperspiano en een traporgel.

Maar goed, wat willen we ook met Lucas de Waard (winnaar Musical Awards 2016 Beste Script), Mike Roelofs (winnaar De Annie M.G. Schmidtprijs 2014), Alma Mathijsen (Schrijver van “De grote goede dingen”, ondeugd én presentator) en Elfie Tromp (genomineerd voor BNG- en Dioraphte Literatuurprijs én Marlène Dietrich-zangeres) aan boord?

white-square.jpg
Gisteren zaten Mike en ik een uurtje bij Rob Keijs op Radio Gelderland en daar speelden we (of ja: Mike) het liedje voor de allereerste keer.
white-square.jpg

Dus komt allen af!
Het wordt gans mooi.
(Lach, traan, gevoelens, emoties!)
Kaartjes kopen kan alhier.

Ted is jarig

Zingend kwamen we de trap afgelopen. Anja, Henk en ik, en Anja mocht voorop. In haar handen droeg ze een appeltaartje van de Albert Heijn, met daarop een brandend theelichtje.
We zongen. Aan de bar zat Ted, voor hem een biertje met een glaasje Ketel, zijn vaste combinatie op de doordeweekse dagen, op zijn hoofd een kartonnen feesthoedje. Dat feesthoedje was nieuw.
Verder was de kroeg leeg.
“Voor jou, Ted,” zei Anja.
Ze zette sereen het taartje voor Ted neer.
Ik knikte.
“Voor je verjaardag,” zei Anja.
“Omdat we je zo’n fijne gast vinden,” zei ik.
Buiten scheen de zon, maar daar merkte je binnen gelukkig niks van.
Het was druk op straat, de terrassen zaten vol. Alsof er iets te vieren viel.
Maar wij hadden Ted, en Ted was jarig.
“Wat lief,” zei Ted.
Zijn stem klonk een beetje geknepen. Snel nam hij een slok van zijn bier. “Echt heel erg lief.”
Weer nam hij een paar slokken, tot de glazigheid in zijn ogen weer verdwenen was.
Ted blies het kaarsje uit en de andere drie klapten.
Samen aten we taart, dronken we een pilsje en keken we naar de dagjesmensen die buiten in de felle zon voorbij liepen.
Ted, Anja, Henk en ik.
Het was een goeie zaterdag.

Joey wil alleen maar rennen

Joey wil alleen maar rennen, zei Frenkie vanmorgen aan de bar.
Buiten liepen de groepen mensen in oranje tenues, maar binnen was het leeg.
De vrouw naast hem was al een tijdje weg. Ze had een kop koffie achterover geslagen, haar tas gepakt en geen doei gezegd. Frenkies bierglas was zo snel leeg dat het besloeg en buiten scheen voor eerst deze week de zon.
Het was nog vroeg, een uur of tien.
Joey wil alleen maar rennen, zei Frenkie aan de bar. Ik heb al een hek om de tuin gezet en hem zelfs al eens aangelijnd, maar het heeft allemaal geen zin. Hij klimt over alles heen en het touw dat bijt hij door. Mijn kind lijkt wel een hond. Vorige week moest ik hem van de Waalbrug plukken, nadat een maat me had gebeld dat hij Joey had zien rennen. Gelukkig had hij zijn pyjama aan, want dat is ook wel eens anders geweest. Lag ‘ie in zijn blote piemel in de vijver van het Kronenburgerpark. Oma sprak er schande van.
Frenkie stond al voor de deur te wachten toen ik aankwam. Ik stalde mijn fiets, en toen ik opkeek stond hij daar. Ben je al open? vroeg hij. Over een half uurtje, zei ik. Hij wreef over zijn gezicht en keek daarna naar een vogel die overvloog. Hij dacht na. Hij zou wel even wachten.
Eenmaal aan de bar stak hij meteen van wal.
Hij zei: Z’n moeder is al een week de hort op en vanochtend kwam ze thuis. Ik heb haar maar in bed gelegd en Joey voor de televisie gezet met een zak chips en een fles kindercola en de tussendeur op slot. Daarna heb ik met de deur geslagen, maar ze sliep denk ik al te vast. Joey zwaaide naar me door het raam, terwijl hij het gordijn inklom. Ik heb daarna maar niet meer omgekeken. Joey wil alleen maar rennen, maar vandaag zoekt z’n moeder het zelf maar uit. Ik weet dat je het niet over je eigen kind mag zeggen: maar die rattekop stikt maar in zijn kindercola, ik pluk hem niet meer van die brug. Mag ik nog een Ketel 1? Een kouwe als het kan. Ik wil niet meer naar buiten, want iedereen viert feest. Een stal, dat is het, iedereen loopt maar te zuipen en te vreten. Ik doe niet mee. Vandaag in ieder geval niet.
Een meisje met een verenboa om liep binnen, keek rond en vertrok weer. Buiten hoorden we haar nog roepen. Smerige schijtpino, mompelde hij. Ach, zei ik. Die meisjes doen niemand kwaad. Gelukkig is het hier rustig, zei hij. Ik schonk hem nog eens bij.
Joey wil alleen maar rennen, zei Frenkie aan de bar. Langzaam werd zijn tong dikker en naarmate de kroeg leeg bleef, nam hij steeds een glas erbij. Af en toe rookte hij buiten een filtersigaret die hij thuis met een machientje had gedraaid. Dan schopte hij wat tegen het paaltje. De mensen liepen met een boogje om, staken over naar de andere kant van de straat. Frenkie zweeg steeds meer en toen de middag binnenliep en het officieel tijd werd om te gaan drinken rekende hij af. Die kleine rattekop moest toch ook even een aai, zei hij terwijl hij haastig het briefgeld terug in zijn portemonnee propte. En misschien moeten we maar een blokje om, die kleine man en ik. Laat ik hem daarna even los in de tuin. Ik zou eens een traptractor voor hem moeten kopen of een loopband of een klimrek met een wipkip.
Leunend in de deuropening keek ik Frenkie na. Hij verdween als een grijze zweetvlek tussen het oranjevolk. Langzaam druppelde de zaak vol met mensen. Ik gaf een rondje voor de eerste mensen aan de bar en glimlachte voor de verandering wat meer. Want Joey wil alleen maar rennen. En we weten allemaal hoe dat voelt.

Een dag voor dit liedje


The jeweller has a shop
On the corner of the boulevard
In the night, in small spectacles
He polishes old coins
He uses spit and cloth and ashes
He makes them shine with ashes
He knows the use of ashes
He worships God with ashes

The coins are often very old
By the time they reach the jeweller
With his hands and ashes
He will try the best he can
He knows that he can only shine them
Can not repair the scratches
He knows that even new coins have scars
So he just smiles

He knows the use of ashes
Dum da de da da dey dey
He worships God with ashes
Dum da de da de de da de dey dey