Eigenlijk ben ik een heel gevoelige jongen…

“Eigenlijk ben ik helemaal niet zo’n leuk mens”, zei de hooiman aan de keukentafel. In zijn handen leek de koffiemok klein. Grote handen, nee, knuisten. De hooiman heeft knuisten.
“Ik zeur teveel en wil altijd alles uitleggen.”
Hij keek in zijn koffie en zuchtte.
“In de kantine dulden ze me nog wel, maar ik merk dat ze toch liever over de lucht en de televisie praten. Ik wil vertellen waarom ik mijn koffie zo graag met een lepeltje drink, terwijl ik helemaal geen melk en suiker gebruik. Ik moet altijd meteen vertellen wat ik gisteren deed. Ik ben steeds bang dat ze me verkeerd begrijpen.”
“Je denkt teveel”, zei ik. Ik ging op het aanrecht zitten. Buiten sloeg de regen tegen het raam.
“Denk je soms dat ik dat voor de lol doe? Dat ik dat uit kan zetten?”
“Wat denk je zelf?”
“Je snapt er niks van.”
“Zou je denken.”
“Ik weet ook niet waar het vandaan komt. Ik ben de hele dag bezig met me afvragen wat die anderen nou van me willen. Of van me denken. Dan denk ik dat ze denken dat de hooiman iets heeft gestolen, terwijl ik het alleen verplaatst heb. Dat ik de kantjes er vanaf loop als ik eerder naar huis ga, terwijl ik gewoon een uur voor het begin van ieders dienst begonnen ben. Dat wil ik ze dan allemaal vertellen. Omdat ik anders bang ben dat ze denken dat ik… dan wil ik dat goed maken. Met grapjes, of een aai. Maar de jongens in de kantine willen helemaal geen aai.”
Ik liet de gewrichten van mijn enkel knakken. Dat doe ik graag als ik denk. Een frons stond de hooiman slecht.
“Misschien is het zo dat de wereld helemaal niet zoveel met je bezig is. Misschien is het zo dat de wereld eigenlijk helemaal niet om jou draait. En denken de jongens in de kantine niet zoveel aan je. Niet zoveel als jij aan hen. Denk je niet?”
“Denk je?”
“Me dunkt.”
Zijn verweerde vingers rolden een sjekkie.
Hij zuchtte weer. Ik liet me van het aanrecht glijden en ging naast hem staan. Hij hing zijn hoofd tegen mijn buik en ik ging met mijn vingers door zijn haar. Er zat smeer in.
“Maar ik wil wel een aai”, zei ik “ik wil best graag een aai van je.”