3310

Door het weggooien van mijn iPhone, begin ik ondertussen een steeds grote interesse te ontwikkelen voor ouwe Nokia’s. De fijne meneer van E. Pons had me een hele tijd geleden al vreemd aangekeken toen ik een paar ouwe toen-smartphones-nog-maar-net-smartphone-waren-smartphones wilde ruilen tegen telefoons waar absoluut geen internet op kan. Hoezo juist geen internet? Dat was toch onhandig? Ik ben verslaafd, zei ik. Oooo, zei hij. Daarna was het stil. We spraken af dat ik gewoon af en toe moest binnenlopen.
Vandaag zag ik, toen ik met een zware boodschappentas voorbij liep, door de deuropening ’t ding al staan. Alsof de hemel openbrak en er ouwe 1.0-engelen in monotone beltonen begonnen te zingen. Over snake, over maar twintig berichtjes kunnen bewaren en ze zongen over hoe mijn baas van de kroeg ooit zijn telefoon onder de trein heeft laten komen en dat ’t ding het daarna gewoon nog deed. De Nokia 3310.
img00238
Dat zongen ze: nooooookiaaaaaaaaaaaaaa.
Ik rende naar huis om m’n toen-smartphones-nog-maar-net-smartphone-waren-smartphone te halen.
En daarna weer terug naar meneer Pons.
En daarna weer terug naar huis omdat ik de oplader was vergeten.
En nu ben ik blij.