Op boekenjacht

Ons stukje straat is in de loop der jaren zo’n bekend stukje straat geworden dat ik bij het bestellen van iets op internet niet meer “Mag niet bij de buren worden afgeleverd” aanvink. Als ik thuiskom ligt er een briefje op de mat dat mijn boeken op nummer 72 zijn afgeleverd en nummer 72 is een busjesverhuurbedrijf. En wel een busjesverhuurbedrijf zoals ze niet meer gemaakt worden. Ik ben er al eens eerder binnen geweest, ook voor een pakje. Er stond nergens een computer, op het bureautje lagen kasboeken, agenda’s en roosters, er lag bruine vloerbedekking en het rook er naar sigaretten. Het rook er naar vroeger, naar hoe het rook toen ik als kindje wel eens bij mijn opa de hele middag in de garage in de papierbak lag te spelen. Precies zo.
Geur werkt beter dan foto’s en beter dan muziek, als het gaat om het je terug te laten katapulteren in de tijd.
Hoe dan ook: ik loop met het briefje in mijn hand naar nummer 72. Buiten is het koud. Het regent. In het kantoortje is het warm. Weer die sigarettengeur. Er gaat in de verte zacht een zoemer. Ik wacht. Er tikt een klok. Er hangt een kalender met foto’s van dure auto’s. Op het bureau staat een grijze plastic toetstelefoon, het middenstuk van de hoorn is zwart van al die jaren bellen met smeerhanden. Er komt niemand door de tussendeur het kantoor in. Ik maak de voordeur nog een keer open en dicht. Weer hoor ik in de verte een zoemer. Er klinkt geraas van water uit de garage die achter het kantoortje moet liggen. Dan pas valt me een raam op dat slordig wit geverfd is. Ik zie de contouren van een busje in schaduwen getekend op het wit en in de verte hoor ik door het geraas heen nu ook iemand zingen. Ik open de voordeur nog een keer, sluit hem weer, kijk weer rond.
Dan zie ik mijn pakje. Het staat in de kast achter het bureau. Ik kan de naam en het adres niet lezen, maar ik weet zeker dat het van mij is, want op de doos staat heel groot CENTRAAL BOEKHUIS. De mannen van het busjesverhuurbedrijf lijken me veel, maar geen mannen die een boekendoos trots in de kast zetten, alsof het een trofee is. Ik open en sluit de voordeur nog eens. Ik hoor nog steeds gezang en dan zie ik de contouren van een man met een hogedrukspuit rond de contouren van het busje lopen. Hij zingt.
Ik wacht nog even.
Ik kijk naar mijn boekendoos.
Ik wacht nog even.
Dan ren ik achter de balie, langs de bureaustoel, leg mijn briefje neer, pak de doos en ren als een dief de deur weer uit.
Thuisgekomen heb ik een adrenalinekick en daarna voel ik me sneu dat ik tegenwoordig van zulke kleine zaken al een adrenalinekick krijg. Maar ik ben nu wel twee boeken rijker. Twee boeken die ik als op jacht heb moeten verkrijgen.

De wereld is gek geworden

1. Als we over de grens van Duitsland naar Nederland over rijden, is er een controle door de marechaussee. Er zijn drie personenauto’s aangehouden, verder mag iedereen doorrijden.
Uit de drie aangehouden auto’s stappen elf dronken zwarte pieten en een dronken Sinterklaas.

2. Een spichtige magere mevrouw met droogkap-kapsel loopt voorbij in de rijdende trein en schreeuwt geërgerd tegen haar man: “DE TREIN RIJDT GOVVERDOMME ACHTERUUT!”

3. Naast ons in het restaurant zegt een boerenjongen met een zwaar Brabants accent tegen zijn vader of zijn internetdate of zijn oom of iemand anders waarmee het ongemakkelijk praten is: “Ja, nee, een vriendin van me doet ook aan automutilazie.”
Dan is het even stil.
“Maar nie’ heel errig.”
Weer een stilte.
“Ja, ik snij m’n eigen ook wel eens. Maar dat is dan uit lompigheid.

Begin de dag met tequila

Begin de dag met tequila. Dan is het randje er een beetje af en doet het niet meteen zo’n zeer.
Spinvis

white-square.jpg

De wereld zag er anders uit toen ik vanochtend vroeg op de fiets naar mijn afspraak fietste. Knalrode eikenbladeren waaiden op, een vuilniswagen toeterde en fietsers haastten zich door de miezer die rondstoof alsof er iemand in een plantenspuit aan het knijpen was. Ik vroeg me af of al die mensen hetzelfde zagen als dat ik zag: dat alles zo anders leek, ook al deed iedereen normaal.
Ik ook, ik deed ook normaal, ik haastte me ook door de miezer.
Even daarvoor had ik in het donker mijn dochter naar het Kinderdagverblijf gedragen.
Gewoon in mijn armen, want het was vandaag geen dag om haar in een kille kinderwagen te leggen.

David van Reybrouck schreef vannacht op zijn Facebookpagina het volgende:
“Hoe vaak gebeurt het dat een mens wakker wordt in een andere wereld? Wat ik sinds juli voorspelde, lijkt waarheid geworden. (…) De tijden die nu aanbreken zijn somber en uiterst zorgwekkend. We bereiken een nieuw tijdperk: dat van de na-naoorlogse wereldorde. Zal Trump zich ontwikkelen als een democratisch verkozen autocraat zoals Erdogan, Orban of Duterte? Zal het Amerikaanse stelsel voldoende checks and balances hebben om zijn onvoorspelbaar politiek gedrag aan grondwettelijke banden te leggen? Of zal hij de rechtsstaat met voeten treden zoals hij tijdens de campagne al schaamteloos aankondigde? Zullen internationale afspraken gerespecteerd worden, zeker met betrekking tot het gebruik van kernwapens?”

Vlak voor ik zwanger werd vond de aanslag op Bataclan plaats en ik weet nog dat ik toen dacht: met zoveel dood in de wereld moeten we juist kinderen gaan maken.
Maar toen ik vanochtend weer met lege armen naar huis liep, dacht ik aan die kleine spruit en dat die nog van niks weet en dat maakte dat ik ineens twijfelde.
Misschien moesten we dat onze kinderen niet aan willen doen?
Doe ik haar iets aan, nu ze bestaat?

white-square.jpg

white-square.jpg

Overigens schreef mijn broer vanochtend ook iets op zijn Facebookpagina:
mijn-broer-is-de-grappigste
Ik hou van mijn broer.

white-square.jpg

white-square.jpg

Eenmaal op mijn afspraak overwogen we de dag met tequila te beginnen.
We deden het niet. We namen koffie en toast met een gekookt ei.
Ik emailde vrienden in Nieuw Zeeland, dat we bij hen willen komen wonen.
Dat we komen emigreren, omdat zij toch alleen maar bergen en schapen hebben daar.
Maar ik wil helemaal niet naar Nieuw Zeeland.
Ik wil hier blijven.
Ik wil dat iedereen elkaar liefheeft.
Ik heb een kinderlijk verlangen dat iedereen elkaar liefheeft.
Mijn moeder is geboren in 1940 en ze zei ooit aan tafel dat ze vond dat mijn broers en ik in zo’n moeilijke wereld moesten opgroeien.
Ik antwoordde toen dat het voor ons gewoon de wereld was.
Niks aan de hand.
Gewoon de wereld.
Het is gewoon de wereld.
Het is altijd gewoon de wereld geweest.

Ik kan zoveel willen.
Uiteindelijk zit ik gewoon een gekookt ei te eten en laat ik iemand met een sloof om een kop koffie voor me maken. Ik weet niks van wanhoop en armoede. Alma weet niks van wanhoop en armoede. Misschien is dat juist het beangstigende en is dat juist waarom het lijkt alsof we afstevenen op dat alles misgaat.

Aan het werk!

1.
Ik zag vandaag tot driemaal toe een jongen in een korte broek over straat lopen terwijl het hoosde. Drie verschillende jongens welteverstaan.

2.
De mevrouw in de rolstoel had een plastic hoes over zichzelf heengetrokken, als een bankstel dat nieuw moest blijven. Ik vroeg me af of ze, qua veiligheid geen ruitenwissers nodig had.

3.
Ik had voor het eerst mijn dochter naar de kinderopvang gebracht en terwijl ik weer in een koffietent zat te werken, zat iedereen om me heen te praten over kinderen. Ik lieg niet. Drie uit drie tafels binnen gehoorsafstand.

4.
Daarna kwamen er twee meisjes naast me zitten. Ik schatte ze een jaar of veertien, maar ze bleken psychologie te studeren en bespraken een casus van een vrouw die meer wilde leren genieten van haar vrije tijd. Meer mindful te worden. Ze adviseerden haar een app en een hond voor een rondje door het bos. Ik word oud. Of juist niet. Ik weet het tegenwoordig ook niet meer.

5.
Een vriendin stuurde me deze tekst:
All the years keep rolling
The decades flying by
But ahh, the days are long

6.
Ik word oud.

Op de repeat op de platenspeler is om de anderhalve minuut de naald verzetten.
#HoudenvanAlienLanesvanGuidedbyVoicesomachtuurindeochtend

Volgende week op De Parade te Rotterdam

We zijn nogal druk met de voorbereidingen voor ons literair-muziek-variété-program op De Parade in Rotterdam (27 t/m 30 juni, met mij) en Utrecht (26 t/m 29 juli met Alma Mathijsen).
Zin in is een cliché, maar nu écht écht waar.
Mede door het liedje dat we hebben gemaakt, dat zo mooi is dat ik het iedere dag stiekem een keer draai.

En verder: denk hele ouwe Franse kroeg, denk Satie en Janis Ian, denk Dennie de barman en een opgezette schildpad en denk aan een tingeltangel-schipperspiano en een traporgel.

Maar goed, wat willen we ook met Lucas de Waard (winnaar Musical Awards 2016 Beste Script), Mike Roelofs (winnaar De Annie M.G. Schmidtprijs 2014), Alma Mathijsen (Schrijver van “De grote goede dingen”, ondeugd én presentator) en Elfie Tromp (genomineerd voor BNG- en Dioraphte Literatuurprijs én Marlène Dietrich-zangeres) aan boord?

white-square.jpg
Gisteren zaten Mike en ik een uurtje bij Rob Keijs op Radio Gelderland en daar speelden we (of ja: Mike) het liedje voor de allereerste keer.
white-square.jpg

Dus komt allen af!
Het wordt gans mooi.
(Lach, traan, gevoelens, emoties!)
Kaartjes kopen kan alhier.

Ted is jarig

Zingend kwamen we de trap afgelopen. Anja, Henk en ik, en Anja mocht voorop. In haar handen droeg ze een appeltaartje van de Albert Heijn, met daarop een brandend theelichtje.
We zongen. Aan de bar zat Ted, voor hem een biertje met een glaasje Ketel, zijn vaste combinatie op de doordeweekse dagen, op zijn hoofd een kartonnen feesthoedje. Dat feesthoedje was nieuw.
Verder was de kroeg leeg.
“Voor jou, Ted,” zei Anja.
Ze zette sereen het taartje voor Ted neer.
Ik knikte.
“Voor je verjaardag,” zei Anja.
“Omdat we je zo’n fijne gast vinden,” zei ik.
Buiten scheen de zon, maar daar merkte je binnen gelukkig niks van.
Het was druk op straat, de terrassen zaten vol. Alsof er iets te vieren viel.
Maar wij hadden Ted, en Ted was jarig.
“Wat lief,” zei Ted.
Zijn stem klonk een beetje geknepen. Snel nam hij een slok van zijn bier. “Echt heel erg lief.”
Weer nam hij een paar slokken, tot de glazigheid in zijn ogen weer verdwenen was.
Ted blies het kaarsje uit en de andere drie klapten.
Samen aten we taart, dronken we een pilsje en keken we naar de dagjesmensen die buiten in de felle zon voorbij liepen.
Ted, Anja, Henk en ik.
Het was een goeie zaterdag.