mulisch

VPRO’s Nooit Meer Slapen: Het boekenbal

Deze week schrijf ik elke dag een monoloog aan de hand van de actualiteit, die ik ‘s nachts rond de klok van één uur bij VPRO’s cultuurprogramma Nooit Meer Slapen op Radio 1 voorlees.
Hieronder het verhaal van vrijdagnacht. Spraken eerder deze week Het Hoofd, Nancy Sinatra, De Horrortandarts en Een Vluchteling, vandaag is het personage Hanneke Hendrix aan het woord.


***

HANNEKE HENDRIX OP HET BOEKENBAL
Begrijp me goed, ik wil niet blasé gaan doen over het boekenbal.
Echt niet
Ik hou juist van dit soort feestjes.
Jaren terug crashte ik ieder jaar met twee vrienden het gala van de gouden kalveren door ons voor te doen als roadies van een bevriende DJ. Dan liepen we op hakken en in pompeuze jurken, met ieder een platenkoffer in de hand door de backstagedeur. En eenmaal binnen was het vooral het leukst om te doen alsof we daar echt hoorden, tussen alle sterren.
De eerste keer op het Boekenbal kwam ik binnen doordat een literaire organisatie me benoemd had tot chef audiotour, terwijl er helemaal geen audiotour was. Ze hadden een bordje neergezet met daarop: “Audiotour hervat zo dadelijk”.
Niets is zo leuk om op een exclusief feestje te zijn, terwijl je er eigenlijk niet hoort.
Een bevriende muzikant vertelde een keer dat hij, toen hij in de band van het programma tijdens het boekenbal moest spelen, grote bossen bloemen in de kleedkamer had gevonden, voor iedereen in de band. Later kwam ik er achter dat iemand van Propria Cures zich ‘s middags had voorgedaan als bloemist en zich daarna in de toiletten had verstopt.
Vorig jaar kwam ik een vriendin tegen op het balkon. Ze droeg een spijkerbroek en zat onder het stof. “Waar kom jij vandaan?” vroeg ik.
“O,” zei ze nonchalant. “Ik ben vanaf de kroeg hiernaast via de kruipruimtes tot onder het podium in de zaal gekomen. Maar het was er nogal stoffig.”
Ik was gewoon met een kaartje binnen gekomen. Ik was vreselijk jaloers.
Ook dit jaar ben ik gewoon door de voordeur in de rij naar binnen gegaan. Maar ik mis de tijd dat het stiekem ging.
Niet dat ik blasé wil doen, over het boekenbal. Heus niet.
Maar misschien moest ik me volgend jaar toch maar weer eens als roadie gaan verkleden.
white_square-outlined1.jpg
Luister hier:

luchtbrug

VPRO’s Nooit Meer Slapen: De luchtbrug

Deze week schrijf ik elke dag een monoloog aan de hand van de actualiteit, die ik ‘s nachts rond de klok van één uur bij VPRO’s cultuurprogramma Nooit Meer Slapen op Radio 1 voorlees.
Hieronder het verhaal van donderdagnacht.


***

VLUCHTELING DIE IN HET MIDDEN OP DE LUCHTBRUG STAAT
Vanaf een afstandje beschouwd is alles mooi.
Ik zie brede rivieren traag door oneindig laagland gaan, er komt gewoon water uit te kraan, dat je kunt laten lopen als je je tandenpoetst, en bij de Primark koop je een jas die goedkoper is dan een zak appels.
Natuurlijk, de mensen kibbelen er. Dat is normaal.
Ze roepen dingen naar elkaar en kijken op de kalender hoeveel dagen het nog duurt voordat er weer naar de stembussen gegaan mag worden. Is het al tijd om boos tegen elkaar te gaan doen, of mogen we elkaar nog eventjes op de schouders slaan? Ga jij naar de koning of ga ik naar de koning?

Als ik de ándere kant op kijk is er ook nog wel wat schoonheid te ontdekken.
Kijk, daar staat mijn vrouw en daar mijn moeder en daar mijn neef.
Ze wachten.
Er is mij verteld dat we met alles blij moeten zijn.
Met dat we leven, met dat we niet dood gaan van de honger.
Met dat we daar niet meer zijn, maar hier. Wees blij. En als je dan niet blij bent, dan ga je lekker terug.
Want een mens heeft altijd een keuze, zeggen ze dan, maar dat is niet waar.
Iedereen doet maar wat.
En ondertussen sta ik hier in limbo. Te kijken naar hoe de zon langzaam in grijze veelkleurige dampen wordt gesmoord.
white_square-outlined1.jpg
Luister hier:

shisha

VPRO’s Nooit Meer Slapen: Het mes en de jongen

Deze week schrijf ik elke dag een monoloog aan de hand van de actualiteit, die ik ‘s nachts rond de klok van één uur bij VPRO’s cultuurprogramma Nooit Meer Slapen op Radio 1 voorlees.
Hieronder het verhaal van woensdagnacht.


***

DE JONGEN
Waar is het mes?
Dat was het laatste dat ik hoorde.
Iemand had gezegd:
Laten we rustig doen.
Doe rustig.
Wacht.
Waar is het mes?
Ik zat daar maar.
Ik kon niks zien. Mijn kleren zaten te strak. Alles was nat.
Ik had die dag een nieuw pak gekocht en meteen in de winkel aangetrokken.
Buiten regende het pijpenstelen.
Ik dacht: hoe beter je er uitziet, hoe beter je alles doet.
Je moet nadenken over die dingen.
Dat dacht ik.
Dat vind ik nog wel het lastigst. Dat ik dat pak stond te passen en dat het buiten begon te regenen en dat er ondertussen mensen waren die hier over nadachten. Over hoe ze dit zouden doen, en voor wie en dat ik dat dan moest zijn.
En ik stond daar in de winkel en ik keek in de spiegel.
Waar is het mes?
Iemand doet zoiets met een reden.
Anders stop je van schrik wel halverwege.
Daarbij heb ik altijd al begrepen hoe dit soort planmatige agressie werkt.
Iemand zei ooit dat je als mens de helft van de tijd bezig bent met uitdenken hoe dingen gaan, maar uiteindelijk gaat het altijd anders dan je had bedacht.
Je vergeet dingen, je maakt een fout, iemand wordt boos.
Die zegt dan: waar is het mes?
Zo gaat dat.

Ze vroegen me ooit waar ik mezelf over tien jaar zou zien.
Toen zei ik:
Ergens op een hoge berg met uitzicht op zee.
white_square-outlined1.jpg
Luister hier:

Tandarts1AFP

VPRO’s Nooit Meer Slapen: De horrortandarts

Deze week schrijf ik elke dag een monoloog aan de hand van de actualiteit, die ik ‘s nachts rond de klok van één uur bij VPRO’s cultuurprogramma Nooit Meer Slapen op Radio 1 voorlees.
Hieronder het verhaal van dinsdagnacht.


***

MARK VAN N.
Toen ik voor het eerst Château-Chinon kwam binnen gereden werd ik met open armen ontvangen. De fanfare liep nog net niet uit, de kinderen strooiden nog net niet met confetti. Maar ik heb om dit alles nooit om gevraagd, dat vergeet iedereen even voor het gemak.
Op het nieuws zei een journalist dat er al jaren in de wijde omtrek geen tandarts meer te vinden was.
In de wijde omtrek van Château-Chinon.
Een dorpsnaam die al klinkt alsof iedereen er een fietsenrek heeft.
Het was zo erg geweest dat de gemeente een headhunter had ingehuurd om een tandarts te vinden, en via de headhunter ben ik er terecht gekomen.
Kun je nagaan in welke staat ik het daar aantrof.
“Leven als een god in Frankrijk, Markie” zei de headhunter.
Hij had kaasjes meegenomen en een bosje lavendel.
Mijn vrouw had er wel oren naar.
“Joie de vivre, Markie,” zei hij. “Joie de vivre.”
We zijn dat hier in Nederland helemaal niet gewend. In Nederland is het normaal dat je klaagt, in Nederland kijken je patiënten niet tegen je op, zelfs al help je ze van een bruin bouwvallig gebit naar een prodentsmile.
En nu ben ik, op de keper beschouwd, gedegradeerd tot een metafoor voor een stukadoor, die door een malafide aannemer was aangenomen om een totaal verrot gebouw te gaan stuken.
Van Den Haag naar Château-Chinon naar een kille rechtzaal in Nevers.
Joie de vivre, Markie, joie de vivre.
white_square-outlined1.jpg
Luister hier:

nancy-ron-2-800

VPRO’s Nooit Meer Slapen: Nancy

Deze week schrijf ik elke dag een monoloog aan de hand van de actualiteit, die ik ‘s nachts rond de klok van één uur bij VPRO’s cultuurprogramma Nooit Meer Slapen op Radio 1 voorlees.
Hieronder het verhaal van maandagnacht.

***

NANCY REAGAN
Mijn eerste hoofdrol was die van goede dochter, ook al waren mijn ouders niet in de buurt om dat te zien. Ik woonde in Maryland bij mijn oom en tante, daar hadden mijn ouders me na de scheiding heengebracht. Onderwijl stond mijn moeder zelf op de planken in New York.
Ik heb nooit geklaagd als kind.
De eerste rol waar ik voor betaald werd had geen tekst. Iemand had me een jurk gegeven, schoenen, me het podium opgeduwd en gezegd: Nou Nancy, ga daar maar staan.
En toen mocht ik drie maanden mee op tour.
Maar zwijgen ligt me niet. Nooit gedaan. Je mond houden is iets dat je je alleen maar kunt permitteren als je heel erg mooi bent, dat wist ik toen ook heus wel al.
Pas toen Ronnie kwam kreeg ik de beste rol. Maar alles ging zo snel.
En ik dacht steeds: later.
Later kijken we op alles terug.
Maar dat terugkijken kwam niet.
Tegen het einde greep ik ’s nachts soms onder de lakens zijn hand.
Dan vroeg ik: Weet je nog, Ronnie? Weet je nog die keer in IJsland met de russen, en die tijd met Joan, of toen ik voor je zong?
Maar hij was al verdwenen.
Een lekker warm ronkend diertje naast me in bed, maar uiteindelijk was ik toch helemaal alleen.
Nu ben ik nog de enige die alles van ons tweeën weet.
Ik sta met één voet op het podium.
En ik zwijg.

white_square-outlined1.jpg
Luister hier:

prinses carnaval

Carnaval in Oeteldonk

In het kader van Radio Verkade, ben ik een week lang writer in residence in Den Bosch. ‘s Ochtends wandel ik de stad door en ‘s middags schrijf ik van 13u tot 15u in Boekhandel Heinen. Wie nog een goed verhaal heeft dat zich afspeelt in Den Bosch of omstreken: kom ‘t me vertellen! Van dinsdag tot en met zaterdag verschijnt er iedere ochtend een podcastje van de voorgaande dag. ‘s Zaterdags tijdens het festival ben ik te gast in de kleine zaal bij Dennis Gaens.

white-square.jpg

Opgegroeid met het Venlose vastelaovend besloot ik in Den Bosch op zoek te gaan naar ‘t echte Oeteldonkse carnaval.
Met een bezoek aan ‘t Gemintemusejum, Daan van Café De Palm en in de boekwinkel liep ik ook nog wat mensen tegen het lijf die er wel iets over te vertellen hadden.
Het openingsliedje is speciaal voor de rokers onder ons.


Wederom duizend maal dank aan Dennis Gaens voor het mixen.

achter de geraniums

Met Lucas aan de wandel

In het kader van Radio Verkade, ben ik een week lang writer in residence in Den Bosch. ‘s Ochtends wandel ik de stad door en ‘s middags schrijf ik van 13u tot 15u in Boekhandel Heinen. Wie nog een goed verhaal heeft dat zich afspeelt in Den Bosch of omstreken: kom ‘t me vertellen! Van dinsdag tot en met zaterdag verschijnt er iedere ochtend een podcastje van de voorgaande dag. ‘s Zaterdags tijdens het festival ben ik te gast in de kleine zaal bij Dennis Gaens.

white-square.jpg

Lucas de Waard en ik kennen elkaar ondertussen al tien jaar, sinds we allebei in Utrecht studeerden. Dus was het een feest om ‘s ochtends op Hemelvaartsdag met hem door zijn geboortestad te kuieren. De stad waar hij na z’n studie ook subiet naar terug verhuisde.

bieb

In de Bossche Bieb

In het kader van Radio Verkade, ben ik een week lang writer in residence in Den Bosch. ‘s Ochtends wandel ik de stad door en ‘s middags schrijf ik van 13u tot 15u in Boekhandel Heinen. Wie nog een goed verhaal heeft dat zich afspeelt in Den Bosch of omstreken: kom ‘t me vertellen! Van dinsdag tot en met zaterdag verschijnt er iedere ochtend een podcastje van de voorgaande dag. ‘s Zaterdags tijdens het festival ben ik te gast in de kleine zaal bij Dennis Gaens.

white-square.jpg

Leek het gisteren op het eerste gezicht alsof er in de Bossche Bieb nooit iets gebeurt, gaandeweg de dag kwam ik er achter dat het tegendeel waar is. Een Bosschenaar vertelde me dat ‘t kwam omdat Bosschenaren het meestal graag gezellig willen houden. En zo heurt het ook, vind ik.
Ik maakte er een podcast over.

Sint-Jan-bellende-engel

De koster en de kastelein

In het kader van Radio Verkade, ben ik een week lang writer in residence in Den Bosch. ‘s Ochtends wandel ik de stad door en ‘s middags schrijf ik van 13u tot 15u in Boekhandel Heinen. Wie nog een goed verhaal heeft dat zich afspeelt in Den Bosch of omstreken: kom ‘t me vertellen! Van dinsdag tot en met zaterdag verschijnt er iedere ochtend een podcastje van de voorgaande dag. ‘s Zaterdags tijdens het festival ben ik te gast in de kleine zaal bij Dennis Gaens.

white-square.jpg

Op dinsdagochtend dronk ik koffie bij Jolande en Johnny van Café het Hart van Brabant, wandelde ik een rondje door de St. Jan met Herman Lerou en stak ik een kaarsje aan tijdens het middaggebed.
Over de kerk en de kroeg, de kroeg en de kerk.
Over de tijden van weleer, over de tijden van nu en de engel met de mobiele telefoon.

O, en mét een openingsliedje.