Brussel

Bij de Albert Heijn op het station kocht ik een bak sla voor in de trein naar Brussel. De kassajongen trommelde op zijn kassa toen ik aan kwam lopen, ik denk dat hij zestien was.
Op zijn naambordje prijkte de naam Teflon.
Ik overwoog om hem te vragen of hij wist wat Teflon is, maar deed het niet.

***

Toen ik een sigaret stond te roken drentelden er twee zeer hooggehakte meisjes met ieder een rolkoffertje over het perron. Op de borden boven perron 13b stond Do Not Board. De trein uit Parijs kwam aangereden en leegde de inzittenden. De meisjes drentelden door. Op de borden verscheen nu ook Arriving Train Only.
De trein was leeg.
Op de schermpjes naast de deuren stond Paris -> Bruxelles -> Amsterdam. “Paris!” riepen ze tegen elkaar. En al trippeltrappelend sleurden ze hun rolkoffertjes de trein in. Op het bord boven 13a verscheen bestemming Parijs en in de verte schenen de lichten die wachtten tot het spoor leeg was.
De deuren van de trein op spoor 13b sloten en de trein reed weg.
In het voorbijgaan zag ik in de lege trein de twee meisjes hun koffers in het bagagerek proppen.

***

Ik drukte op de bel van de jongen die de sleutel had.
Op een naambordje onder dat van hem droeg iemand de voornaam Pils.
Ik denk dat ik dan liever Teflon had geheten.
Of Bakeliet.
Ja.
Bakelietje.

***

Ik logeer in mijn broers huis, want die zit in Japan.
De gangen van het appartementencomplex ruiken naar ingedikte rookworst. Voor zover dat kan, rookworst indikken. Ik hoor de bovenburen lopen en buiten loeien de sirenes.
Het appartement is op een steenworp afstand van Manneke Pis.
En de ouwe spellenkast uit mijn ouderlijk huis staat in de gang.
Ik voel me hier thuis.