16 juli 2007
We zijn de stad ontvlucht

"En dan denk ik dat als ik in het water spring, ik een hartaanval krijg en dat ik dan verdrink."
We zitten aan de waterkant en de hooiman staat tot zijn enkels in het water. Ik zit op een badmat en ik lees een boek. Ik kijk op.
"Jij gaat hier nu niet dood!", zeg ik.
"Dan heb je maar drie dagen om al mijn mijmeringen op te schrijven voor mijn begrafenis", zegt de hooiman.
"Dus ik lees op jouw begrafenis."
"Ja", zegt de hooiman en hij loopt een stukje verder het water in "ik ga een meerkoet voor je vangen."
"En jij leest op die van mij?"
De hooiman kent me het beste.
"Volgens mij zou ik dat echt ongelofelijk goed kunnen", zegt de hooiman.
"Dus dan lezen we op elkaars begrafenis."
De hooiman loopt nog wat verder het water in. Hij slaat naar twee libelles die rond zijn hoofd vliegen.
"Maar wat nou als we tegelijk dood gaan?", zeg ik.
"Dan moeten we dus eigenlijk elke week een nieuwe stuk over elkaar schrijven", zegt de hooiman.
"Ja", zeg ik.
"Wat een werk", zegt de hooiman.
Hij springt het water in en hij gaat niet dood.

Ik lig op de badmat en ik staar naar de wolken. De hooiman komt het water uitgedropen.
"Ik kan er niet tegen als mensen zeggen dat ze gewoon niet zo zijn", zeg ik.
De hooiman droogt zich af.
"Kijk, die daar lijkt op een tekkel", zegt hij wanneer hij mijn blik volgt.
"Ik bedoel ieder mens is er op zijn minst twee. Anders zou je niet kunnen zeggen ik kan niet met mezelf leven. Er moet een overkoepelend ik zijn die dat kan beoordelen, dat de ik niet met de andere ik door een deur kan."
"Dus wij zijn met z'n vijven."
"Nee, vieren."
"Nee, vijven. Als wij met zijn vieren niet door een deur kunnen, dan moet er nog een zijn die dat dan ziet."
"Nee, want die overkoepelende ik kan ook in de ons zitten."
"Nee, nee, nee, want dan moet de een dat tegen de ander zeggen en zo werkt het niet. Dan is het geen oordeel. Er is nog iets wat boven die vier zit die klem zitten in die deur."
Ik ben even stil.
De tekkel lijkt nu op een varken.
"Je hebt gelijk", zeg ik.
"Kijk, nu lijkt 'ie op een poedel", zegt de hooiman.
"Je hebt gelijk", zeg ik.
"Eej, mag ik vijf bier?", zegt de hooiman met een Brabants accent.
We lachen.
We vallen in slaap.

"Maar er gaat er altijd eentje eerder dood van ons!", roep ik
"Gooi mijn snorkel eens!", roept de hooiman.
"Dus we kunnen helemaal niet op elkaars begrafenis lezen!"
"Nogal wiedes!", roept de hooiman.

Hij duikt het water in.
Ik pak mijn pen.
Dan begin ik maar vast.
Je weet maar nooit.
Met al dat verkeer tegenwoordig.

Ik zwaai naar de hooiman en hij zwaait terug.
Dan zwemt hij al graaiend naar de meerkoetjes.

12:55


bergafenis - mooi woord!





Naam
Email
Website
Onthouden?
Reactie (HTML is toegestaan):