07 juli 2007
Eelt

"Hou je mond maar, die grond is heel niet koud."
Ik buig me over de hooiman heen.
Iemand moet hier het gras maaien. Hij blaast een pluim uit zijn gezicht.
"Wat ben je aan het doen?"
"Ik lig hier", zegt de hooiman "dat zie je toch?"

Vanuit mijn raam zag ik een buik in een blauwe gebreide trui boven het hoge gras uitsteken. Verkeer raasde voorbij het soort van perkje voor mijn deur, dat tussen twee weghelften in ligt. Tussen een vrachtwagen en een auto met een bejaarde man met een dikke bril die naar zijn hoofd wees door, rende ik met een dekentje de weg over.

"Waarom lig je hier?"
"Ik bid."
"Hoe lang lig je hier al, dan?", vraag ik.
"Sinds vannacht half vier."
"Je bidt je hier het eelt op de ziel."
Ik refereer graag aan eelt bij de hooiman.
Hij is eelt.

De vrachtwagens en bussen maken dat mijn haar wappert in de wind. Ik draai mijn gezicht in de wind en kijk omhoog. Boven ons drijven wolken voorbij. Grijs, maar niet grijs genoeg om te gaan regenen.
Ik kijk weer naar het verkeer. Een vrouw achter het stuur met drie kinderen in een Hyundai Atos. De vrouw zit met haar neus bijna tegen het raam, alsof ze dan sneller thuis is. Twee kinderen zijn elkaar aan het slaan en aan het raam op de achterbank zit een klein meisje dat naar me kijkt. Ze draait zich om totdat de auto de bocht om gaat.
De hooiman heeft zijn ogen dicht.
Ik ga naast hem liggen.
"Kijk", zeg ik.

We kijken naar de wolken.
Over ons heen waait de wind.
De vrachtwagens, de auto's, de bussen, scooters, brommers. Iemand gilt. Een hond blaft. We horen een groepje mensen lachen. Wind draagt ver.
Er wordt naast ons getoeterd.

Ik krul me op in zijn oksel. Duw mijn gezicht tegen hem aan. Hij ruikt naar man, naar kast.
Met zijn duim gaat de hooiman over mijn rug.

"Als ik hier lig heb ik tenminste nog wat hoop. Als ik loop dan doe ik het allemaal zelf. Ik heb niemand nodig, ik wil iemand nodig hebben, ik heb die hoop nodig. Ik wacht wel."
"En als ik nu naast je blijf liggen."
"Als niemand me komt oprapen kan ik hier net zo goed blijven liggen."
"Ik raap je niet op."
Ik voel de hooiman zuchten.
"Als jij blijft liggen moet ik een ander plan gaan maken."
Zijn duim gaat nog steeds over mijn rug. Het voelt een beetje tussen kietelen en schroeien in nu. Dat gevoel krijg ik altijd als iemand eenzelfde stukje huid steeds aanraakt. Maar ik zeg niks. Ik hou ervan als hij met zijn duim over mijn rug gaat.
Ik denk niet dat hij er iets van voelt, met zijn dikke eeltlaag.
Op zijn vingers, op zijn handen.

"Ik ben mijlenver van waar jij bent", zegt de hooiman.
Ik kijk op en wijs naar de lucht.
"Daar", zeg ik.
"Ja", zegt de hooiman "maar ik bid heel hard."
"Heb je al een nieuw plan?", vraag ik.
De hooiman legt zijn hand op mijn rug. Zijn hand is warm.
"Nee", zegt hij "maar wel bijna."

De klokken van de kerk beginnen te luiden.

19:00


Leuk stuk Hanneke! Volgens mij is 'De voel' een typo, toch? Nou. Ook tof om te horen dat het leuk was in Utrecht. Ik had graag gekomen maar ik had familiare verplichtingen (klinkt alsof het niet leuk was, maar dat was het wel). Goed ik raaskal.

Check!





Naam
Email
Website
Onthouden?
Reactie (HTML is toegestaan):