23 juli 2007
Dons en emmers, emmers water

De hooiman stopt me in en haalt nog een glaasje water voor me. Ik moet altijd glaasjes water naast mijn bed. Ik kan me nog dromen herinneren van toen ik klein was, toen ik in de kamer sliep die ook meteen de doorgang was voor een kamer van mijn broers. Dat was toen helemaal niet erg. Gezellig juist.
"Nu kost het me allemaal zoveel energie", zeg ik.
"Wat?", vraagt de hooiman die binnenkomt.
"Andere mensen", zeg ik. Hij geeft me het glas aan.
Dan droomde ik dat ik alleen maar water aan het drinken was, emmers, bekers, kranen, hele wasbakken dronk ik leeg, maar nog hield ik die dorst.
Als ik eraan terug denk lijkt het bijna in sepia.
Misschien is het wel sepia geworden.

Ik neem een slok.

"Hoe slechter ik me voel, hoe meer ik praat."
"Ik weet het", zegt de hooiman en hij zucht.
"Dan wil ik alles uitleggen, maar hoe meer ik uitleg, des te minder word ik begrepen."
"Ja, ja", zucht de hooiman. Hij kijkt naar het plafond.
"Nee, nee, des te minder ben ik begrijpelijk."
Het ligt misschien helemaal niet aan die anderen.
"Het ligt inderdaad niet aan mij", zegt de hooiman.
"Je begrijpt me niet", zeg ik.
De hooiman kijkt me aan.
Ik drink nog wat.
"Niet zoveel, nu is 'ie alweer bijna leeg", zegt de hooiman.
Hij pakt mijn glas en loopt de kamer uit.

Ik wikkel me in de dekens.
Ik heb het koud.

"Neem je dat winterdekbed even mee uit de gangkast?", roep ik vanuit bed.
"Wáár?", hoor ik vanuit de gang.
"Gangkast!", roep ik.
"Nee, waar ik de gangkast?!"
"Het licht is stuk!", roep ik.
"Dat vráág ik toch niet?!"
"Nee, maar dat bedoel ik zodat je niet nog naar het licht aan het zoeken bent!"
Ik hoor gerommel.
"Mens!", roept de hooiman, "Wááháár?!"
"Bovenste plank!"
De hooiman stoot zijn kop.
Dan hoor ik, naar wat ik aanneem, de doos met stomme boeken vallen. Die staat namelijk naast het winterdekbed en daarbij klinkt het ook wel naar een doos boeken die omvalt.
"Moet je geen trapje?", roep ik.
Ik hoor de hooiman mompelen en de gevallen spullen opruimen.

Hij heeft een rooie kop gekregen.
"Dat wordt een bult", zeg ik als ik over zijn hoofd aai.
"Moet je nou nog water?", vraagt de hooiman terwijl hij weer opstaat.
Ik sla de dekens over mijn bed uit.
Het liefst slaap ik met drie dekbedden.
"Dat jij het ooit presteerde om bij vijfendertig graden nog onder een donsdek te slapen", zegt de hooiman "ik zou gillend gek worden."

Toen ik ooit aan iemand vertelde dat ik onder een donzen tweepersoons, een slaapzak en een eenpersoons dekbed sliep, zei diegene dat ik dan wel heel eenzaam moest zijn.

"Weet je wat het eenzaamste is?", vraag ik de hooiman als hij het licht uitklikt.
In het licht van de gang zie ik dat hij zijn schouders ophaalt.
"Nee. Of ja", hij denkt na "nee."
"In je eentje een tweepersoons dekbedovertrek proberen op te vouwen."
"Op een dag til ik je op en dan draag ik je overal mee naar toe? Oké?", zegt de hooiman.
"Is goed", zeg ik.
"Kun je slapen?"
"Ja", zeg ik.
Hij sluit de deur.

De dekens drukken en ik neem nog een slok water.
Misschien houden die twee wel verband, is het laatste dat ik denk voor mijn hoofd het kussen raakt en ik slaap.

0:33






Naam
Email
Website
Onthouden?
Reactie (HTML is toegestaan):