De meid uit de volksbuurt heeft een permanentje en een strakke spijkerbroek. Ze fietst. Naast haar fietst een jongen met een tulband. De meid heeft ongeveer een wielafstand voorsprong. De twee dragen eenzelfde windjack, paars met roze.
Ze kijkt om en roept tegen hem, heft een hand.
"Dat langzame fietse, dat trage, daar kan ik gewoon ook echt heelmaal niet tegen van jou!"
Hij fietst door.
Niet te hard.
Hij verrekt geen spier.
Naast het stoplicht staat een jongen van een jaar of tien. Een échte jongen van een jaar of tien, met kort bruin haar dat maar niet wil zitten, een bleke snoet en sproeten. Aan zijn schouder hangt een linnen tas met het opschrift Fuck me I'm rich.
"Weet je hoe een neef van de vriendin van een vriendin van me zijn zoon heeft genoemd?"
"Nee?"
"Alpacino."
"Als in twee namen?"
"Nee, als in één. Alpacino."
"Wauw."
"Niet te doen."
"Ik reed met de bus door de Wolfskuil toen ik een roze bord met een ooievaar zag staan."
"Een meisje."
"Een meisje en op het bord stond de naam Tramp."
"That's why the lady is a tramp."
"Ik ben er bang voor."
"Supertramp."
"We moeten er niet te lang over nadenken."
"Nee."







Mooi hè, Nijmegen.
'hij verrekt geen spier'
;-P