04 juni 2007
In een potje

"Ik heb het weer gedaan", zeg ik.
"Wat heb je gedaan?", zegt de hooiman.
Ik ben graag alleen.
Andere mensen kosten me energie.
Ik ben zo snel moe.

Hij geeft me mijn sigaret aan.
Ik kom van het toilet.
"Praatte jij nou net in jezelf?", vraagt hij "op de wc?"
"Ik ben graag alleen."
Het is de laatste sigaret uit mijn pakje en ik ben blut.
"Jij haat roken", zeg ik.
"Je doet maar wat je wilt", zegt de hooiman.
"Wat zou je zeggen als ik dood ging?"
"Je bent niet dood."
"Als ik ging."
"Je gaat niet."
"Wat zou je zeggen?"
De hooiman pulkt aan het label van zijn bierflesje.
"Wat zou je zeggen?"
"Ik zou zeggen dat er een koude wind zou waaien. Dat er iets mis was en dat ik niet precies zou weten wat. Dat je weg zou zijn gegaan. En dat ik niet zou willen dat je zou gaan. Dat ik zou willen dat je naast me stond. Nee, dat je naast me zat en een arm om me heen zou slaan en zou zeggen dat we in de auto zouden zitten en we naar Barcelona zouden rijden. Dat we weg zouden rijden terwijl dat helemaal niet kan. Omdat ik zou moeten werken en jij zou moeten typen. Ik zou hier zitten, op het stoepje en ik zou mijn kraag optrekken. Dat zou ik doen. Ik zou niks zeggen, ik zou mijn kraag optrekken."
De hooiman draagt graag schipperstruien.
"Zullen we naar Barcelona rijden?", zeg ik.
"Ik heb het koud", zegt hij.
"Ik zou willen dat je me zou verbranden en dat je me in een potje meenam naar waar je gaat."
De hooiman is stil.
Hij denkt vast aan veldjes.

"Wat heb je weer gedaan?", vraagt de hooiman.
"Ik heb je weer gemist terwijl je naast me zat."
Ik denk niet dat ik zoveel moet praten.
Ik praat teveel.

Ik kijk naar de lucht.
We zitten op het stoepje.
Missen is de sterkste vorm van houden van.

Mijn hele leven is willen naar Barcelona gaan. Is niet willen hoeven moeten werken en dan blijven. Mijn hele leven is willen voelen terwijl mijn hele leven moeten missen is.
"Ik las pas mijn eerste dagboek", zeg ik "en toen was ik elf en toen was dat gevoel er al."
Ik mis de hooiman niet.
Hij moest maar eens gaan.
Ik mis niks.
We zitten hier maar.
We missen niks.
"Ik heb een hele snee in mijn hand gekregen vandaag", zegt de hooiman.
Het is een behoorlijke jaap in zijn hand.
"Kijk", zegt de hooiman "ik heb een snee."
"Hoe komt dat?", vraag ik.
"Aan de takelwagen, alweer", zegt hij.

Ik ga verzitten.
Ik ga naar bed.

"Ik ga naar huis", zegt de hooiman.
"Ja", zeg ik.


De hooiman staat op.
Hij slaat even op mijn arm.
Ik hou ervan als hij op mijn arm slaat.
Dat is een soort van knuffel.
De hooiman loopt weg.

Ik zit op het stoepje.
Ik heb het weer gedaan.
Ik zie de hooiman in de verte.
Onder de bomen naar huis lopen in het straatlantaarnlicht.

Mijn laatste peuk brandt uit.
Voor mijn voeten op de stoep.
En ik ben alleen.

Ik heb het weer gedaan.
Ik ben graag alleen.

Ooit ga ik mee, in een potje.

3:36


Af en toe, he,
in dat alleen,
in het-weer-gedaan-hebben,
en het missen
omdat het iets dat ik mis
naast me is,
maar onbereikbaar,
en ik achter glas...

Denk ik dat ik eigenlijk al in dat potje ben.
Niet in de vorm van as hoor..
Maar als een minimensje, te klein en te veel achter glas om mee te doen aan de dingen die de wereld schijnbaar doet.

't is best lastig als niemand dat potje oppakt en meeneemt.
't fijn dat er iemand telkens toch naast je zit - op dat stoepje.

Dan zit je daar tenminste niet alleen te zitten...

Huray. Voor alle hooimannen en hooivrouwen op alle stoepjes!

ik weet niet wat ik mooier vind: jouw verhaal of het filmpje...

@ Roosje:
Je zat in mijn spamfilter!
Vandaar dat je reactie pas anderhalve dag later te zien was.

Gebeurt vaak de laatste tijd.
Sorry!





Naam
Email
Website
Onthouden?
Reactie (HTML is toegestaan):