28 mei 2007
Verkazen

Scott zit samen met zijn oma in een vliegtuigterminal.
Naast hen staat een grote koffer.
Scott heeft foto's in zijn hand.

OMA
Ik hou niet van vliegen.
Heb ik alles?

SCOTT
Ik ook niet.
We hebben alles.
Nu zijn we met z'n tweeën.
Dat scheelt, Oma.

OMA
Ik dacht: je ging alleen maar mee naar Schiphol.
Dan hoefde ik die foto's helemaal niet mee.
Als jij mee zou gaan.
En nu ga je mee!
En je hebt helemaal geen koffer!

SCOTT
Ik koop daar wel spullen.
Kijk.
Dit is mijn huis.
Daar hangt het schilderij dat u zag.
En hier is de extra kamer, waar u op de stretcher sliep.
Weet u nog?
Die stond daar.

OMA
In de slaapzak met de gladde buitenkant.
Moet je echt geen koffer?
En waar is die van mij?
Waar is mijn koffer?

SCOTT
Daar, Oma.
Ik let wel op.
Dit is de telefoon waar u mee naar huis belde.
Naar tante Minnie.

OMA
Naar Minnie.

SCOTT
Tante Minnie staat op het vliegveld straks.

OMA
Minnie is een schat.

SCOTT
Dat is ze zeker.

OMA
Ze doet altijd mijn afwas.

SCOTT
En uw was.

OMA
Ze is een goede dochter.
Iemand zei ooit: je moet wel heel veel van je kind houden als je haar Minnie noemt.
Met Rachel ging dat anders.
Die was zomaar ineens weg.
Niemand heeft me meer gekwetst.
Maar hoe dan ook, jij bent mijn lievelingskleinkind.
Dat weet je, hè Scott? Jij bent mijn lievelings.

SCOTT
Kijk en dit is onze straat.

OMA
Rachel was anders.
Ja, je moeder.
Heel anders.
Niet tegen haar zeggen.
Dat ik dat zei.

SCOTT
Ik zeg niks.
Dit is mijn deur.

Oma pakt zijn handen.

OMA
En dit?

SCOTT
Dit zijn mijn handen.

OMA
Je hebt sterke handen.
Net zoals je vader.
Maar je lijkt op je vader.
Die had ook zo'n bos haar, je vader.
Heel dik.
Zo dik dat ze niet konden wapperen in de wind.
Die vader van jou.
Toen 'ie van je moeder wegrende.
Niet zeggen, hoor.

SCOTT
Ik zeg niks.

OMA
Je vader rennen.
Je moeder alleen.
Niks aan de hand, dacht ik.
Zo ging dat steeds met je moeder.
Sommige mensen roepen dat op zich af.
Rooien alles alleen.
Willen alles alleen.
En toen was jij ineens daar.
Je was zo'n lieve baby.
Voordat ik het wist zaten jullie in het vliegtuig.
Je bent altijd mijn lievelings geweest, Scott.

SCOTT
Ik spreek mama niet meer zoveel.

OMA
Praten was altijd al moeilijk met je moeder.
Ik hou niet van vliegen.

SCOTT
Maar u was toch zomaar even hier.
Zomaar.
Op bezoek bij ons.

OMA
Vooral bij jou.

SCOTT
Ja, vooral bij mij.

OMA
Bij Minnie is het altijd gezellig.
Maar dat zul je gauw wel merken.
Ik kan niet wachten tot ik Minnie's gezicht zie.
En de meiden.
Hun grote neef!
Van tante Rachel.

SCOTT
Wilt u nog meer foto's zien?

OMA
Er heeft niemand je moeder toen zo gemist als Minnie.
Poef! Ineens was ze weg.
Haar wereld werd heel klein.
Aan alleen mij heb je niks.

SCOTT
Het vliegtuig komt zo.
Ik weet nog dat ik u voor het eerst zag.

OMA
Je moeder vertrok met jou in een buideltje.
Ik kwam net op tijd op het vliegveld om haar naar de trappen te zien lopen.
Ik roepen vanaf het uitkijkdek.
Ze hoorde me niet.
En daar ging ze, met jou.
Praten over de telefoon daarna was lastig.
Slechte verbindingen altijd.
En duur!
Ach, het ging zo snel.

SCOTT
Had ik ineens een oma.
Voor een weekje.
De kinderen in mijn klas begrepen dat helemaal niet.
Had ik ineens een oma.
Dat was ook op schiphol.
U voor het eerst.
Weet u nog?

OMA
En nu heb thuis ik ineens een kleinzoon.
Ik hou niet zo van vliegen.

SCOTT
Ik ook niet.

OMA
Ik hou ook niet van mensen die zomaar ineens vertrekken.
Je moeder had dat niet mogen doen.

SCOTT
Nee.

OMA
Zomaar ineens op het vliegtuig stappen.

SCOTT
Ja.
Nee.
Oma.
Soms moeten mensen ineens weg.

OMA
Het lijkt altijd goed.
Ineens alles achterlaten voor iets nieuws
Maar je zit altijd in je eigen hoofd.
Daar helpt zo'n vliegtuig niets aan.

SCOTT
Mama is goed af nu.
Hier.

OMA
Denk je dat je moeder gelukkig is, hier?
Je moeder is een echte Surinaamse.
Dat zal ze altijd blijven.
Ze is bij mij opgegroeid.

SCOTT
Maar dan ben ik een echte Hollander.

OMA
Je bent ook een echte Hollander.
Je bent verkaasd.
Je praat anders.
Je denkt anders.
Je roept niet.
Waarom denk je dat je mijn lievelings bent?
Die meiden thuis zijn zo luid.
Mijn oren fluiten altijd als ze blijven eten.
Het zijn schatten, hoor.

SCOTT
U rook naar bodylotion en naar gras.
Toen die eerste keer op schiphol.

OMA
En jij liet heel trots je pleister zien.
Op je knie.
Je had een korte broek aan.
Maar ik bevroor bijna.

Een stem roept een vlucht om.

SCOTT
Oma, daar is uw vliegtuig.
Ik loop u zo naar de gate.

OMA
Maar jij ging mee.

SCOTT
Er is vast een dame die u even helpt.

OMA
Maar jij hebt ook een stoel in het vliegtuig.
Ik heb hier je kaartje in mijn tas.

SCOTT
Ja, maar ik breng u naar die dame.
En dan staat tante Minnie op het vliegveld om u op te halen.

OMA
Scottie, ik hou helemaal niet van vliegen, dat had ik je toch verteld?

SCOTT
Hier, geef ik u een dikke kus.

Scott omarmt zijn oma. Oma gaat met haar hand door zijn haren.

OMA
Hoe dik dat haar van je is.
Dat haar wappert ook niet.
Net zoals je vader.
Hoe lang hij het ook liet groeien.
Die kon rennen wat hij wilde.
Maar het deed niks.
Dat haar van hem.

SCOTT
Ik ben nu niet aan het rennen, Oma.

OMA
Nee, lief.
Jij niet.

SCOTT
Ik had het bijna gedaan.

OMA
Ach, hoe dik.
Zulke fijne haren.

Ze laten elkaar los.
Oma af.

Scott kijkt naar de foto's in zijn handen.
Hij wil roepen, maar bedenkt zich.

0:08


Wat een fijne dialoog!

en hoe zit het nou met zijn ticket in oma's tas en met de spullen die hij in suriname zou kopen...





Naam
Email
Website
Onthouden?
Reactie (HTML is toegestaan):