13 mei 2007
Typisch

"Heb je haar achter je typemachine gelaten?", kucht de hooiman "ze is elf, goddomme."
Hij houdt een stuk papier in zijn handen.
Ik denk niet dat ik erg goed op het meisje in mijn meterkast let.
"Je moet beter op haar letten", zegt de hooiman.
"Ze is wijs voor haar leeftijd", zeg ik "volgens mij redt ze zich prima. Smeert iedere ochtend haar boterhammen. Gaat uit zichzelf naar bed als we voor de televisie zitten. Allemaal prima. Die pigmee heeft prima door hoe het moet."
De hooiman kijkt me aan.
"Hoe kom jij aan dat stuk papier?", vraag ik.
"Ik wilde gaan tiepen", zegt de hooiman.
"Jij tiept nooit", zeg ik.
"Ik tiep heus wel."
"Ja, die ene keer", zeg ik "maar dat was weer van veel geschreeuw en weinig wol."
"Wat?", zegt de hooiman.
"Schat", zeg ik.
"Schat?", zegt de hooiman.
"Ja", zeg ik.
De hooiman houdt het stuk papier weer omhoog.
"Jij met je computer."
Ik pak het papier aan.
Het meisje is gaan tiepen.
"Misschien moest ze dat maar niet doen", zegt de hooiman.
Ik lees.
"Nee", zeg ik.

Het meisje is gaan tiepen.

***

Ik ben elf.
Ik ben een meisje.
Ik ben alleen.
Ik moet eten.
Ik eet niet graag.
Ik eet graag.
Ik eet en als ik eet, eet ik veel.
Ik eet niet graag
Ik moet werken om te eten.
Ik vind eten werken.
Ik moet harder werken.
Ik moet meer doen.
Ik werk niet hard genoeg.
Ik zie iedereen om me heen maar uren achtereen.
Ik zie iedereen om me heen alles klaar spelen.
Ik zie iedereen om me heen rustig zijn.
Ik zie iedereen om me heen geen moeite hebben met alleen zijn.
Ik zie iedereen om me heen geen moeite hebben met rond anderen zijn.
Ik zie iedereen om me heen spullen hebben die werken
Ik heb alleen maar kapotte spullen.
Ik moet harder werken.
Ik woon in een kast.
Ik moet groter wonen.
Ik heb geen huis.
Ik ben een meisje.
Ik ben een meisje en ik ben alleen.
Ik woon in een kast.
Ik ben ondankbaar.
Ik krijg niks gedaan.
Ik kan niks.
Ik hoor steeds dat ik het goed doe.
Ik doe het goed voor een meisje.
Ik hoor steeds dat ik het goed doe voor een meisje.
Ik hoor steeds dat men niet moet zeuren.
Ik hoor steeds dat ik niet moet zeuren.
Ik hoor steeds dat ik niet alleen ben.
Ik hoor steeds dat veel heb.
Ik raak iets aan en het gaat kapot.
Ik ben raar.
Ik praat in mezelf.
Ik huil op straat.
Ik huil veel.
Ik wil niet alleen huilen.
Ik ben een meisje en ik ben alleen.
Ik heb geen vrienden.
Ik ben alleen.
Ik wil niet bij mijn vrienden huilen.
Ik huil steeds alleen bij mijn vrienden.
Ik denk dat niemand me wil.
Ik wil gewild worden.
Ik wil dat iemand me wil.
Ik ben een kind.
Ik ben geen kind.
Ik voel me raar als iemand me een kind noemt.
Ik voel me blij als iemand me een kind noemt.
Ik voel me blij.
Ik voel me blij want ik werk hard.
Ik werk hard.
Ik vind hard werken knap.
Ik werk zo ontzettend hard.
Ik vind het raar.
Ik voel me raar.
Ik ben raar.
Ik praat in mezelf.
Ik denk dat praten in jezelf een soort van dromen is.
Ik droom vaak.
Ik loop vaak de keuken in en dan weet ik niet meer waarom.
Ik heb ooit geleerd dat je niet iedere zin met ik moet beginnen.
Ik droom vaak dat ik dik ben.
Ik ben niet knap.
Ik ben niet lelijk.
Ik ben dun.
Ik droom vaak dat ik dik ben.
Ik eet weinig als ik me slecht voel.
Ik voel me slecht.
Ik heb geleerd dat ik zinnen niet steeds met ik moet beginnen.
Ik wil niet steeds met ik beginnen.
Ik weet dat mijn leven pas net begint.
Ik wil dat mijn leven begint.
Ik heb geen leven.
Ik ben ongelukkig.
Ik ben een meisje.
Ik ben alleen.
Ik wil niet alleen zijn.
Ik wil niet rond anderen zijn.
Ik voel me vaak trillerig als ik rond anderen ben.
Ik voel me trillerig.
Ik wil altijd huilen als ik me trillerig voel.
Ik wil dat huilen dat trillerig voelen oplost.
Ik ben alleen.
Ik huil.
Ik zeur.
Ik zal nooit iets afmaken.
Ik wil iets afmaken.
Ik heb altijd veel gehuild.
Ik vind het makkelijker om te huilen als ik alleen ben.
Ik vind het niet erg om steeds een zin met ik te beginnen als dan ook alle regels met ik beginnen.
Ik zal nooit iets goed doen.
Ik zal nooit iets afmaken.
Ik huil.
Ik ben ondankbaar.
Ik ben alleen.
Ik wil niet alleen zijn.
Ik heb ouders, ergens.
Ik heb ouders die niet weten wie ik ben.
Ik ben iemand.
Ik ben iemand.
Ik ben iemand.
Ik wil niet gewoon iemand zijn.
Ik zeur alleen maar.
Ik ben ondankbaar.
Ik hoor steeds dat ik niet moet zeuren.
Ik wil zeuren.
Ik wil net zo lang zeuren totdat alles goed is.
Ik wil alleen zijn.
Ik ben iemand.
Ik ben iemand.
Ik ben iemand.
Ik heb honger.
Ik vind het fijn om honger te hebben als ik me slecht voel.
Ik voel me altijd trillerig als ik honger heb als ik me slecht voel.
Ik vind het fijn om honger te hebben als ik me slecht voel.
Ik heb honger.
Ik voel me trillerig.
Ik stel me voor dat ik mijn moeder vertel dat ik depressief ben en dan moet ik huilen.
Ik moet huilen.
Ik maak nooit iets af.
Ik maak iets af en dan kijk ik er nooit meer naar.
Ik maak nooit iets af.
Ik ben nog maar net begonnen.
Ik ben een meisje.
Ik weet dat meisjes vrouwen worden.
Ik plan om tieten te krijgen.
Ik denk dat mannen van tieten houden.
Ik heb geen tieten.
Ik vind dikke mensen afstotelijk.
Ik heb geen tieten.
Ik heb geen talenten.
Ik kan alleen maar praten.
Ik maak nooit iets af.
Ik huil niet.
Ik wil huilen.
Ik wil steeds huilen, maar het lukt niet.
Ik wil niet huilen als ik huil.
Ik huil niet.
Ik voel me trillerig.
Ik voel me alleen en ik huil niet.
Ik heb het zwaar zeggen de mensen.
Ik heb het zwaar.
Ik vind dat ik het zwaar heb.
Ik vind dat alles veel te zwaar voelt.
Ik heb geen mensen om me heen die eerlijk zijn.
Ik heb alleen mensen om me heen die zeggen dat ik goed bezig ben.
Ik heb mensen om me heen die zeggen dat ik er wel kom.
Ik heb mensen om me heen die zeggen dat ik er wel kom, maar die hebben mij nog nooit zien kotsen.
Ik ben nog nooit bekeken tijdens het kotsen.
Ik wil gekust worden.
Ik ben alleen.
Ik heb alleen maar rotzooi.
Ik zeur alleen maar.
Ik ben alleen.
Ik ben ondankbaar.
Ik moet niet zeuren.
Ik wil iets kunnen.
Ik weeg me wel.
Ik weeg steeds minder.
Ik verlies van alles.
Ik hou toch niet van wat ik verlies.
Ik wil geld krijgen voor wat ik doe.
Ik wil geld krijgen voor dat wat ik verlies.
Ik wil mijn huid duur verkopen.
Ik wil mijn lijf duur verkopen.
Ik wil mijn lijf verkopen.
Ik ben een hoer.
Ik ben niets waard.
Ik word niet betaald.
Ik word niet betaald voor wat ik verlies.
Ik verlies veel.
Ik verlies alles.
Ik raak alles kwijt.
Ik wil dat ik betaald word voor wat ik kwijt raak.
Ik raak alles kwijt.
Ik kan niet meer.
Ik kan niet meer kwijt raken.
Ik doe altijd maar alsof ik wat kan.
Ik kan niet meer.
Ik maak nooit iets af.
Ik heb heel veel plannen, maar ik maak nooit iets af.
Ik moet nog zoveel leren.
Ik wil een andere taal leren.
Ik wil dat ik in het Duits kan zeggen dat ik het koud heb.
Ik heb het koud.
Ik moet de verwarming aandraaien.
Ik voel alleen maar mijn stramme botten.
Ik ben een meisje en meisjes gebruiken geen woorden als 'stram'.
Ik denk dat als ik opsta dat ik dan niks kan.
Ik kan niet opstaan.
Ik mag niet opstaan.
Ik moet glimlachen als ik denk dat ik denk dat ik niks kan als ik opsta.
Ik denk dat dat grappig is.
Ik denk dat ik gek ben.
Ik denk dat ik neurotisch ben.
Ik denk dat ik minder neurotisch ben dan een vriend van mij.
Ik heb een vriend die huizen bouwt.
Ik heb een vriend die op steigers staat.
Ik heb een vriend die veel verdient met wat hij kan.
Ik wil iets kunnen.
Ik wil veel geld verdienen met wat ik kan.
Ik heb niemand die me betaalt.
Ik ben sneu.
Ik vind likeur een stom woord.
Ik vind likeur klinken als een woord voor iemand die zoete witte wijn drinkt.
Ik vind likeur niet gebruikt in combinatie met koffie stom klinken.
Ik vind likeur Duits klinken.
Ik vind Duits soms mooi, soms lelijk.
Ik vind likeur op zijn Duits geschreven lelijk.
Likör.
Likör.
Likör.
Likör.
Likör.
Likör.
Likör.
Likör.
Likör.
Ik vind acht een mooi getal.
Ik word altijd blij als ik het getal acht zie.
Ik denk altijd dat alles goed komt als ik het getal acht zie.
Ik denk dat ik getal acht alleen maar vaak zie omdat ik het mooi vind het en me daarom opvalt.
Ik wil dat het goed komt.
Ik wil gelukkig zijn.
Ik vind 'een likeur' stom klinken.
Ik neem nooit 'een likeur'.
Ik vind 'een likeur nemen' stom.
Ik schaam me.
Ik schaam me voor veel.
Ik schaam me voor mijn gezicht.
Ik schaam me voor mijn buik.
Ik schaam me voor de randen die mijn onderbroek in mijn heupen trekt.
Ik vind het woord likeur stom.
Ik vind het woord onderbroek stom.
Ik vind het stom als mensen zeggen 'ik moet poepen'.
Ik vind dat alleen kinderen poepen.
Ik vind dat volwassenen kakken of schijten.
Ik denk dat het niet goed komt met mij.
Ik denk dat dit het is.
Ik denk dat dit is waar ik het mee moet doen.
Ik zou soms wel dood willen.
Ik ben bang voor de dood.
Ik wil niet dood omdat ik nog zoveel wil doen.
Ik ben bang dat dit het is.
Ik ben bang dat dit is waar ik het mee moet doen.
Ik ben bang dat het echte leven niet nog komt.
Ik ben bang dat ik heel hard werk en dat ik niks bereiken ga.
Ik heb koude handen.
Ik ben trillerig.
Ik ben bang om te stoppen met typen omdat ik nooit iets afmaak.
Ik denk steeds dat als ik zeg dat me beter voel, dat ik me dan juist niet beter voel.
Ik wacht even en ik denk 'voel ik me beter?'.
(Stilte)
Ik voel me niet beter.
Ik voel me slecht.
Ik wil alleen zijn.
Ik ben alleen.
Ik voel me slecht.
Ik voel me beter.
Ik durf nooit te zeggen dat ik me beter voel.
Ik voel me beter.
Ik durf nooit tegen mezelf te zeggen dat ik me beter voel.
Ik durf wel tegen anderen te zeggen dat ik me beter voel.
Ik denk dat ik lieg als ik tegen anderen zeg dat ik me beter voel.
Ik vraag me af of ik me beter voel.
Ik heb geen zin meer.
Ik denk dat het geen zin meer heeft.
Ik denk dat ik niets kan als ik nu stop.
Ik kan niet stoppen.
Ik doe liever iets niet dan iets wel.
Ik sport niet.
Ik kan alleen maar niet eten.
Ik ben alles wat ik niet eet.
Ik ben alles wat ik niet doe.
Ik ben alles wat ik wil.
Ik denk dat als ik moet doodgaan om iets af te maken dat ik dan maar dood moet gaan.
Ik wil slapen.
Ik wil dagen slapen.
Ik wil dat.
Ik heb honger.
Ik doe liever iets niet dan iets wel.
Ik wil dit.
Ik wil dit zo graag.
Ik wil dit en dit is het enige dat zo graag wil.
Ik ben ondankbaar.
Ik vind nooit iets goed.
Ik zeur alleen maar.
Ik vind 'likeur' een stom woord.
Ik wil vanavond blij in bed stappen.
Ik ben moe en ik wil in bed stappen.
Ik heb pijn aan mijn benen,
Ik heb onrustige benen.
Ik moet niet steeds met mijn benen helemaal om elkaar heen gedraaid zitten.
Ik heb altijd last van mijn knieën.
Ik voel me vreselijk alleen.
Ik denk aan mijn knieën en dan denk ik dat het nooit meer goed komt.
Ik vind mijn knieën een metafoor voor hoe ik ben.
Ik zit altijd met mijn benen helemaal om elkaar heen gedraaid.
Ik zit altijd zo terwijl ik weet dat ik dan pijn aan mijn knieën krijg.
Ik heb pijn aan mijn knieën.
Ik verwaarloos mijn lijf.
Ik wil alleen zijn.
Ik ben bang dat ik er niet uit kom.
Ik zeur alleen maar.
Ik zeur toch alleen maar.
Ik wil naar bed.
Ik vind het nog te vroeg om naar bed te gaan.
Ik wil niet in bed liggen en de hele tijd piekeren.
Ik wil niet in bed liggen en me slecht voelen.
Ik wil blij zijn als ik naar bed ga.
Ik voel me soms paniekerig.
Ik voel me trillerig als ik paniekerig ben.
Ik mag niet tussen grote groepen mensen zijn als ik paniekerig ben.
Ik vraag me steeds af hoe ik toch zo geworden ben.
Ik denk wel eens dat het aan de winters ligt.
Ik voel me ook slecht als het 's zomers is.
Ik vraag me af hoe ik zo geworden ben.
Ik ben altijd zo geweest.
Ik denk dat dit het is.
Ik denk dat dit het is waar ik het mee moet doen.
Ik moet gaan roken.
Ik ben elf.
Ik moet gaan roken.
Ik denk dat roken me gelukkiger kan maken.
Ik ga vaak eerder weg dan dat iemand me vraagt.
Ik ga vaak weg omdat ik denk dat iemand wil dat ik ga.
Ik ga vaak al naar bed omdat ik niet wil dat iemand zegt dat ik moet gaan.
Ik wil niet alleen.
Ik zit nooit iets uit.
Ik ga altijd al omdat ik denk dat iemand wil dat ik ga.
Ik zit nooit iets uit.
Ik maak nooit iets af.
Ik maak zelfs geen gedachte af.
Ik vind dat ik niet de hele nacht door kan gaan.
Ik vind dat ik niet de hele nacht door kan gaan met dit.
Ik wil altijd alles in één keer snappen.
Ik wil altijd alles in één keer weten.
Ik kan niet alles in één keer snappen.
Ik kan niet alles in één keer weten.
Ik voel me draaierig.
Ik voel me vaak draaierig.
Ik neem mij voor om dit aan niemand te vertellen.
Ik neem mij voor om dit aan iemand te vertellen.
Ik vind dat show, don't tell waarheid is.
Ik schaam me voor wat ik voel.
Ik vind dat ik zeur.
Ik zeur.
Ik zeur steeds.
Ik wil dat niemand me hoort.
Ik ben alleen.
Ik wil niet alleen zijn.
Ik zeur steeds.
Ik vraag me af hoe ik zo geworden ben.
Ik wil leren om alleen te zijn.
Ik kan niet alleen zijn.
Ik weet dat ik mijn hoofd niet uit kan.
Ik weet dat ik mijn hoofd niet uit kan.
Ik wil voor de televisie gaan liggen.
Ik ben moe.
Ik ben moe.
Ik wil niet naar bed.
Ik ben moe.
Ik wil niet voor de televisie gaan liggen.
Ik wil een boek schrijven.
Ik kan niet in één avond een boek schrijven.
Ik maak nooit iets af.
Ik wil stoppen.
Ik denk dat ik niet kan leven als ik stop.
Ik denk dat ik niet kan leven als ik stop.
Ik denk dat ik niet kan leven.
Ik stop.
Ik stop.
Ik stop.

5:59


Holy. Fucking. Shit. Dat was intens.

Ja, ze kan er wat van. Die kleine.

meissiemeissietoch, en dat allemaal tegen zes uur...

de verhaaltjes over het meisje en de hooiman, ik hoop dat ze ooit nog eens verzameld en gebundeld worden in een prachtig boekje.

Wat ontzéttend, óntzettend, mooi opgeschreven - het is alsof ik in mijn eigen hoofd naar binnenkeek. Brr.. Eng hoor, zo herkenbaar. En troostend. Dat ook.





Naam
Email
Website
Onthouden?
Reactie (HTML is toegestaan):