27 mei 2007
Tumbleweed, Corona's en Kantonese chinees

"De prairie is leeg."
"De prairie lijkt leeg."
"En er waait tumbleweed."
"Als jij een grap maakt, waait er ook altijd tumbleweed."
"Ja, gaan we zo beginnen?"
"In de verte ligt een stadje."
"In de verte staat een saloon."
"Met klapdeuren en een paard met de teugels losjes om een balk gebonden."
"We rijden op een paard."
"Jij hebt shag tussen je tanden."
"Ik heb nooit shag tussen mijn tanden."
"Jij pruimt tabak."
"Anders."
"Ja. Derde persoon."
"Ja."

De hooiman en ik liggen in bed. We staren naar het plafond. We liggen al twee dagen in bed te stinken.

"De zon zakt."
"Als in maar één persoon, vanuit de derde persoon verteld."
"Oh, ik dacht, we rijden er met z'n drieën."
"Nee, we beginnen opnieuw. We zitten in een film. Ik zie jou niet op een paard."
"Ik haat paarden."
"Lege prairie, in de verte een dorpje met een saloon."
"Er waait tumbleweed."
"De eenzame cowboy heeft shag tussen zijn tanden."
"He wants to shag."
"Nu waait er zeker tubleweed."
"Sorry."
"In de verte ziet hij een dorpje en hij heeft honger."
"Honger naar avontuur."
"Honger."
"Hongerrrrrrrrrrr."

Ons maal heeft de afgelopen dagen voor het merendeel uit ijs bestaan en we hebben zojuist de laaste kruimels chips tussen de dekens laten vallen. Het ruikt muf rond het bed. Naar mens en naar tweedehands kledingwinkel.

"De cowboy wil een groots en meeslepend leven."
"Gister scalpeerde hij nog een opperhoofd."
"Tumbleweed."
"Maar zelfs uit scalperen haalt hij geen lol meer."
"Aan de bar hangt hij boven een fles."
"Vliegen rond zijn hoofd."
"Wist je dat er daarom een citroentje in een Corona moet? Om de vliegen er vandaan te houden."
"Hij gaat met zijn tong langs zijn tanden."
"Een dikke laag plak."
"Zwarte plak."
"Wanneer gaat het nou beginnen?"
"Dat vraagt de cowboy zich ook af."
"Een vrouw met een can-can-jurk buigt zich over hem heen."
"Hij slaat haar weg."
"Geen gezeik aan de kop van de cowboy."
"Nee. Inderdaad."

Ik sta op en leg een LP op de pick-up. Muziek vult de kamer. Ik kijk tussen de luxaflex door.

"Schijnt de zon?", vraagt de hooiman. Hij heeft zich helemaal in de dekens begraven.
"Nu wel, maar hij zakt al."
"De wijn is op", klinkt het gedempt vanuit de hoop.
"Ja", zeg ik.

Ik laat me weer op bed vallen en ik kruip tegen de hooiman aan. Hij ruikt een beetje naar ui. Ik ga met mijn tong langs mijn tanden.

"We moeten maar weer eens naar buiten", zegt de hooiman en hij laat een scheet.
"Het waait op de prairie", zegt hij.
"Dikke plak", zeg ik.
"Ik heb honger."
"Je scheet ruikt naar een soort van groenbak."
"Kom we gaan wat halen."
"Chinees."

Ik sta op.

"Kom", zeg ik en schiet mijn birkenstocks aan "ik schiet mijn birkenstocks aan."
"Schiet jij tenminste nog eens wat."
"Ik heb iets aangeschoten."
"Wat ben jij toch kundig met taal", zegt de hooiman met een Brabants accent. Hij lacht zijn tanden bloot.
"Dikke plak", zeg ik.
"En wijn", zegt de hooiman.
"Summer wine."

De voordeur slaat achter ons dicht en ook al gaat de zon onder het lijkt allemaal veel te licht.

"Het is te licht, dat leven", zeg ik.
"Jouw leven bestaat uit slagzinnen", zegt de hooiman.
"Je ruikt naar ui", zeg ik en ik pak zijn arm.
"We hebben het maar goed," zegt de hooiman.

Er zo lopen we op weg naar de afhaalchinees de zonsondergang tegemoet.

16:26


ik dacht dat indianen scalpeerden, cowboys schieten alleen maar dood...

Summelwine?

Dat met OC gaat helemaal goed komen!

X
Pepeyn

Toch niet de Mandarijn, zeker...





Naam
Email
Website
Onthouden?
Reactie (HTML is toegestaan):