De telefoon gaat.
Het is de hooiman.
"Ik ben niet boos", zegt de hooiman.
"Ik kan er niet van slapen", zeg ik.
"Ik merk het, ja", zegt de hooman "ik had dertien gemiste oproepen."
Ik was gisteren op het stoepje tegen de hooiman aangeleund.
Soms doe ik dat.
Aanleunen.
Hij had terug geleund.
"In hoeverre is iemand verstandig en in hoeverre ben ik gewoon alleen?", zeg ik.
Ik kan niet zo goed tegen afwijzing.
Net zo min als dat ik tegen een compliment kan.
"Jij bent altijd alleen", zegt de hooiman "en ik ook. Daarom ben ik er."
Ik huil.
"Dat leunen", zegt de hooiman "dat is geen goed idee."
"Ja", zeg ik "nee."
Missen is de sterkste vorm van houden van.
"Ik mis je", zeg ik.
"Ik mis jou ook", zegt de hooiman.
"Je moet niet meer gewoon opstaan en weglopen", zeg ik.
"Nee", zegt de hooiman.
"Leun dan niet", zeg ik.
"Nee", zegt de hooiman "ik begrijp af en toe ook niet hoe het werkt."
"Ik ook niet", zeg ik "ik doe maar wat."
Ik ga nooit meer wat doen.
Hij hangt op.
Ik loop naar de keuken en ik zet koffie.
Buiten schijnt de zon en ik ga op het stoepje zitten met mijn lievelingsmok.
Ik doe maar wat, hier.
Vandaag.
Ik denk dat het wel weer goed komt.







Anna! dat vind ik heel mooi. HEEEEEEEL MOOOOOOI. Je wordt nog een soort Tolstoi.
Wederom een diepe buiging. Je Hooiman-kroniek blijft maar groeien en glimmen van schoonheid.
God, wat vind ik dit mooi. Ik heb het zelfs een paar keer gelezen, echt schoon. Chapeau!