1.
De tafel tegenover
Een zwijgend stel zit aan tafel. Ze wachten op hun lunch. De man sopt zijn theezakje in zijn kopje. De vrouw buigt voorover en zegt iets tegen hem. Zonder mimiek, zonder haar zonnebril af te nemen. De man knikt en zwijgt.
Ze zwijgen, ze zwijgen.
Als de lunch wordt geserveerd eten ze hun kleurig opgemaakte borden leeg. Ze kijken naar de messen en de vorken die op hun borden tikken.
Simultaan volgen hun ogen hoe het brood en ei opstijgt en naar hun mond vertrekt, totdat neus en wang de vork uit het zicht nemen. Gelijktijdig, als twee synchroondansers die hun dans uitvoeren. Ze dragen allebei dezelfde kleur groen, hun ogen stram gefixeerd op hun eigen doel.
Voed mij.
Voed mij.
Ze kauwen.
Ik vraag me af of ze proeven.
2.
Integraal meegeschreven met twee dames
DAME I
Wokken, dat is helemaal in.
OUDE DAME II
Ja!
En wat moet ik nu?
Wat moet ik?
Wat moet ik met al die pannen?
Zeg me dat dan eens!
OUDE DAME I
Bij mij past het net.
OUDE DAME II
Wat moet ik met al die pannen?
OUDE DAME I
Wokken.
Eigenlijk.
Maar ja, bij mij past het net.
3.
Ik schrijf
Tafel 3
BORIS
Heb ik je vandaag al een verteld hoe blij ik met je ben?
Ik denk dat je gereserveerd bent.
Gereserveerd voor meer dan je nu kan.
ANNA
Ik ben gereserveerd voor de dood.
Tafel 2
MAARTEN
De stilte tussen jou en mij staat als een delftsblauwe vaas tussen ons in.
MARIA
Mijn god, Boris, lul niet.
MAARTEN
Ik heb ooit gezegd dat ze me een nekschot mochten geven als ik ooit deel uit zou maken van een zwijgend stel op een terras. Dat een broodje kauwt alsof er aan plezier niets meer in hun leven is dan dat. Het kauwen van een broodje tonijn.
En stinkt hij uit zijn mond naar vis uit blik.
In tegenstelling tot destijds.
Toen rook hij naar ouwe sigaretten en kut.
MARIA
Ik begrijp niet wat ouwe sigaretten en kut met delftsblauw te maken hebben.
MAARTEN
Het gaat om het principe.
MARIA
Ik hou niet van manke vergelijkingen.
MAARTEN
Uit principe.
MARIA
Ja.
MAARTEN
Dit is wat ik bedoel.
MARIA
We zwijgen al niet meer.
MAARTEN
Is dit een ruzie?
MARIA
Is dat erg?
Een ruzie?
MAARTEN
In principe.
Tafel 1
Soms is het begin een eind.
In het echte leven ben ik een uitzondering. In een boek ben ik een cliché.
Ik schrijf dit op.
Ziet u?
Ik schrijf en hier ben ik ineens.
Hier ben ik.
Met mijn lange armen.
Van mijn schouder langs mijn bovenarm en via mijn ellepijp, pols, knokkels, mijn vingertoppen naar de inkt die uit de punt van mijn pen stroomt.
Hier ben ik.
Ik denk deze woorden en zet mijn pezen en spieren aan zodat ze schrijven.
Hier ben ik.






