"Soms loop ik over straat, het is bijna altijd als ik gewoon loop en mijn gedachten langs de huizen en stoepranden gaan, en dan merk ik dat ik ineens ik mis je denk."
De hooiman en ik zitten op het stoepje in de zon.
"Mijn benen zijn wit", zeg ik.
"En droog", zegt de hooiman "je moet ze crèmen."
"Wijf", zeg ik.
"Nee, gij", zegt de hooiman "en ik vind dat zo raar. Ik mis niemand in het bijzonder, dan."
Ik sluit mijn ogen tegen een fronsrimpel. Ik heb geen zin om binnen een zonnebril te halen. We drinken koffie.
"Ik mis je", zeg ik.
"Inderdaad", zegt de hooiman.
"Inderdaad", zeg ik en ik kijk hem aan "ik doe dat ook."
"Misschien missen we elkaar", zegt de hooiman.
We lachen.
"Ik denk dat ieder mens een standaard hoeveelheid verlangen in zich heeft. Dat dat het missen is, dat standaard missen. Je kunt wel naast iemand zitten, maar dat lost dat gevoel nog niet op. Zo ging dat ook met de schipper, toen."
"Missen is de sterkste vorm van houden van", zegt de hooiman.
"Foer", zeg ik.
"Heb je dat boek nou al uit?"
Er loopt een stelletje hand in hand voorbij. Zij heeft kort haar, een kort rokje en laarzen, hij een broek met veel zakken en een bordeaux rode trui. Hij loopt net iets achter haar en kijkt naar de huizen, de daken. Ze praat aan één stuk en kijkt naar vooruit, naar waar ze lopen gaan.
Ze stoppen voor het stoplicht. Hij drukt op het knopje.
Zij drukt nog een keer, zodra hij zijn hand heeft terug getrokken.
"Ik ben blij dat ik in mijn eigen hoofd zit", zeg ik.
"Ongelukkig."
"Ja", zeg ik.
"Ik ook", zegt de hooiman.
Ik denk dat mijn leven mooier is dan het hunne. Is dat slecht? Ik denk dat ik ongelukkig ben, maar dat ik wel meer leef. Is dat slecht? Gewoon een manier om met het leven om te gaan? Ben ik bitter? Arrogant? Kijk ik neer?
"Wat een ingekakt schijt-stel", zegt de hooiman.
Het stoplicht staat nog steeds op rood.
"Kom, laten we met ze gaan vechten en kijken wie er wint", zeg ik.
"Neem jij de man, neem ik de vrouw", zegt de hooiman.
"En dan verlies ik bijna en dan hoek jij haar neer en dan red je mij van hem."
"En dan bloedt mijn neus."
"En heb ik mijn lip gescheurd."
Het stoplicht springt op groen.
"Ik red je wel van hem", zegt de hooiman.
Het stel steekt de straat over en gaan de hoek om.
"Koffie?", vraag ik.
"Veul", zegt de hooiman.
Ik loop naar binnen.







Mooi.