ANNA
Heeft hij blauwe
Nee, wacht,
Bruine?
Nee.
Wacht.
Ik bedoel.
Ik voel het al.
Als in: ik weet niet waar de klepel.
Iets met een vorm.
Ik krijg iets door.
Ho!
MARIA
Je stelt de verkeerde vragen.
ANNA
Ik moet toch even na mogen denken?
Waarom mag ik niet nadenken?
MARIA
Je moet gewoon vragen.
ANNA
Gewoon vragen?
Gewoon?
Ik ga niet zomaar wat vragen en dan verliezen.
MARIA
Ik heb de regels niet gemaakt.
Nou, vragen.
ANNA
Als jij het zo goed weet, dan begin jij maar.
MARIA
Heeft hij groene ogen?
ANNA
Nou vraag je dus net de vraag die ik ook wilde vragen.
Dan telt die niet meer.
MARIA
Jij deed moeilijk.
Ht is nu mijn vraag en als ik daar eerder antwoord op heb dan heb jij pech.
We kunnen niet allemaal winnen.
ANNA
Nee.
MARIA
Juist.
ANNA
Nee, ik bedoel nee als in nee, hij heeft geen groene ogen.
MARIA
Oh.
ANNA
Heeft hij groene ogen?
MARIA
Ja.
ANNA
Ik zei toch dat ik het al wist.
MARIA
Ja, jij wel.
ANNA
Lange gekrulde wimpers.
Rook.
Wolken op de achtergrond.
MARIA
Ik denk.
Volgens mij moeten we stoppen.
Dit gaat niet goed.
ANNA
Ik hoor trompetgeschal.
MARIA
Ik weet niet meer of je het goed hebt.
Niemand weet dat.
Jij ook niet.
Hoe hij eruit ziet.
ANNA
Een groot groen oog.
In een driehoek.
In een driehoek?
Zegge!
Is het goed?
MARIA
Stoppen.
ANNA
Is het goed?
Jij wilde dit spel dan moet jij ook zeggen of het goed is of niet.
MARIA
Ik weet niet niet.
ANNA
Nu zit ik met al die vragen!
Zegge!
MARIA
Een tunnel.
Met blauw licht.
ANNA
Zie je hem?
MARIA
Ik.
Ik.
ANNA
Maria?
Maria?






