(Liedje voor erbij: Klik! Op All my friends. En wederom dank aan P de DJ, die mij dit nummer vandaag op het hoogtepunt van mijn melancholie horen liet. Soms weet ik niet wat ik zonder sommigen zou moeten.)
Ooit, de lichtvoetige proloog:
Een anekdote van P de DJ die bij de afhaalchinees stond te wachten.
Man komt binnen.
Mevrouw achter de balie: Zegt u het maar.
Man (lees met Brabants accent): Een bak chinees.
Mevrouw achter de balie: Wat?
Man: Een bak chinees.
Mevrouw achter de balie: Ja maar, wat voor chinees wilt u dan?
Man (geërgerd): Nou, g'woon, een bak chinees met bami.
(P vertelde hoe hij zich had opgefokt over die man. Het meisje dat op dinsdag het bier schenkt vond dat hij de heer op zijn blote knietjes had mogen danken dat hij zoiets mocht meemaken.)
Vandaag, het verhaal:
Het meisje dat op dinsdag het bier schenkt zit op een kruk naast de balie van van Dam te wachten op haar spareribs. Ze leest een boek, nog steeds Foer, aangezien ze het zo langzaam mogelijk probeert te lezen. Ze wil niet dat het op raakt.
Een man komt binnen, bestelt.
Jongen achter de balie: Wilt u kipsaté of varkenssaté?
Man: Wat is het verschil?
Jongen achter de balie: ...
Al met al ging het het meisje dat op dinsdag het bier schenkt erom dat het boek van Foer, daar zo op de kruk, nog ontroerender en hartebrekender mooi was dan toen ze het die middag op haar stoepje in de zon aan het lezen was.
Het was daar zo zittend tussen de op grote stukken vlees wachtende mensen, zelfs zó mooi dat ze er maagpijn van had gekregen toen ze eenmaal naar buiten liep.
Hoe kunnen sommige mooie dingen zo ontzettend veel pijn doen?
Vroeg ze zich af.
Waarom wacht ik op een halve kilo spareribs, om er maagpijn van te krijgen?
Waarom ben ik altijd, altijd, nee vooral, vandaag zo melancholiek?
En komt het leven met vlagen en op dagen als deze zo hard binnen dat ze niet meer weet of iets mooi is of iets erg, en ze zich afvraagt hoe het komt dat ze zoveel van dingen kan houden dat haar hart eruit wilt en dat al die, al die, al die dingen zo ongrijpbaar zijn en zo gruwelijk altijd in de luwte blijven hangen, daar (en ze wijst) tussen haar hart en haar maag. En lijkt de wind, die buiten nog een vleug naar zon ruikt, evenveel op strelen als op slaan.
Alles voelt vandaag.
Dat bedenkend liep ze naar huis. En at ze, tegen de televisie pratend, haar spareribs op.







Ach, als het leven maar hard binnenkomt, zoals je dat zo mooi beschrijft. Het een plek geven is van later zorg. Overigens was het bij Cafe Jos op het geimproviseed terras ook erg plezant.
Pizzabakker bakt de bestelde pizza's. Een meisje loopt naar de pizzabakker toe.
Meisje: 'Doe er maar geen gorgonzola op.'
Pizzabakker: 'Oké.'
Meisje: 'Ja, en de rest, dat is ook heel veel kaas, toch?'
Pizzabakker: 'Ja, dat zit nu eenmaal op een pizza Quatro Formaggi.'
Meisje: 'Hmm, ik mag eigenlijk helemaal geen kaas.'