"Pas als je ophoudt met spelletjes kom je, denk ik, waarlijk aan wat er gaande is. Ik speel geen spelletjes meer", zegt de dame "speel jij spelletjes?".
"Ik denk dat ik daar te trots voor ben", zeg ik.
De dame heeft dons op haar bovenlip en daar waar ze haar rook uitblaast is de dons wat donkerder.
Ik denk dat ik lieg.
Ik kijk naar mijn vingers.
Toen ik klein was vond ik altijd dat ik jongenshanden had als ik naar mijn vingers keek.
"Ik vond toen ik klein was altijd dat ik jongenshanden had."
"Je hebt helemaal geen jongenshanden. Je hebt kleine handen. Mannen hebben grote. Ach, als kind zie je handen de zaken anders."
"Ik zat altijd tussen de jongens toen ik jong was. Misschien had ik gewoon geen vergelijkingsmateriaal."
"Je bent nog steeds jong. Dan heb je je trots nog."
"Ik ben een jonge hond", zeg ik en ik kijk naar de klok.
"Jij gelooft nog in dingen."
"Wat voor dingen? Dingen als de liefde? Ik geloof helemaal niet meer in dingen als de liefde."
"Jawel, dit soort bitterheid is gewoon een jasje dat jou veel te goed past. Jij komt hier nog wel op terug."
Een jasje dat je heel goed past kun je natuurlijk ook gewoon een hele dikke muur noemen.
Ik knik van ja.
"Heb ik al verteld over mijn nieuwe schutting?", vraag ik.
De dame gaat verzitten.
"Het wordt veel te laat. Ik moet zo weer op huis aan."
Ik maak haar rekening op.
Ze staat op en wankelt een beetje.
Ik denk niet dat het de drank is.
"Ik ben niet bitter", zegt ze "het is de hoop die vervlogen is."
Ik help haar in haar jas en hou de deur voor haar open.
Ze is de laatste die vertrekt.
Ik sluit de schuiven.
Neil Diamond zingt "girl, you'll be a woman soon" en ik doe een Uma Thurman uit Pulp Fiction, terwijl ik door de zaak dans om te poetsen.
En de bezem wordt mijn microfoon.
Ik ben immers nog jong.







Alleen dan een Uma Thurman zonder te snuiven.
Trouwens.
maar even aandoenlijk.