"Ik ben een vat vol neurosen", zegt de hooiman.
"Wat?!", roep ik.
Ik sta in de kelder en de hooiman staat bovenaan de trap en geeft me planken aan. Op moment van spreken zit ik net met mijn hoofd in de stapel hout om een plank recht te trekken. Alles staat scheef.
"Dat ik een vat vol neurosen ben!" roept hij.
"Ja!", roep ik terug.
"Jij ook!", roept hij.
"Ik hoor je wel, hoor", zeg ik als ik stofkloppend en kuchend de trap weer oploop.
"Ik begrijp sowieso niet waarom je al dat ouwe hout wil bewaren."
"Je weet maar nooit", zeg ik.
Misschien valt die nieuwe schutting op een dag wel weer om, of maakt iemand er een gat in.
"Ik kan eventuele gaten moeilijk met een vuilniszak gaan repareren", zeg ik.
"In een stenen muur komen niet zomaar gaten."
We lopen de tuin in.
En we kijken naar de nieuwe schutting die de metselaar gister af heeft gemaakt.
"Het is wel een beetje veel, al dat steen in je achtertuin."
"Ik hou niet van indringers", zeg ik.
"Je hebt nooit indringers", zegt de hooiman en gaat met zijn vinger langs een voeg "ze komen altijd gewoon via de voordeur."
"Er komen nooit mensen aan de voordeur. Buiten jij."
"Buiten ik."
"Buiten jij."
"Er kwamen ook nooit mensen door de schutting."
"Nog niet."
"Is eigenlijk wel jammer. Je hebt een hele mooie tuin."
Zoveel werk steek ik niet in die tuin.
"Ik moet schoffelen", zeg ik.
"Je zou een deur in de schutting moeten maken."
Ik kijk de hooiman aan.
"Dat zeg je nu! Die muur is net een dag klaar."
Ik wil helemaal geen deur in mijn schutting. Ik wil in de zomer gewoon in de tuin kunnen zitten zonder dat er steeds volk loopt aan te kloppen.
"En waarom zou ik", zeg ik "ik zit toch altijd op het stoepje."
"Dan hoef je überhaupt niet te schoffelen."
"Nee."
"Nee."
Ik rol een sigaret.
"Je bent soms net een vent."
"Ja", zeg ik en knerp mijn aansteker aan.
Het waait.
"Die kersenboom staat op mijn verjaardag meestal in bloei", zeg ik.
"Hoogstammen zie je niet meer zo vaak."
"Bij mijn ouders zat ik soms hele dagen in de kersenboom. Als ik er nu ben dan klim ik er nog steeds wel eens in. Met de kippen die rond de stam scharrelen."
"Dit is wel een hele hoge een hoogstam."
"Hier klim ik ook nooit in."
"Je kunt heel ver kijken vanaf die tak, schat ik zo."
We zijn even stil.
"Je zou een boomhut moeten maken", zegt de hooiman terwijl hij mijn peuk met zijn voet onder het zand duwt.
De hooiman gaat naast de stam staan. Hij meet de stam door zijn hand over zijn hoofd tegen het hout te zetten.
"Een meter tachtig", hij kijkt omhoog "en een beetje."
We kijken elkaar aan.
"Maar ik ga steeds beter om met dat vat!", roept de hooiman vanaf de trap.
"Wat?!", roep ik terug vanuit de stapel hout.
"Ik ga steeds beter om! Met mijn neurosen!"
"Ja ja, ik hoor je wel", zeg ik terwijl ik met een stapel planken de trap oploop. Er zit mos op. "Ik ook. Ik ook."
Ik geef hem de planken aan.







Zie het voor me.
Met in de hoofdrollen
Thomas Acda
en dat meisje van de Postbank-reclame 's...
Rare keus he ?
Ah bah. Niet die. Dat is niet aardig voor het stukje. Daar wordt het zo Postbank van. En ik geloof niet dat dit Postbank is.
En Thomas Acda is ook niet aardig.
Lex Goudsmit & Kim van Kooten dan...
Hoewel Lex 'n probleem kan worden.
vrees ik...
*houdt handen voor de ogen*
Liever helemaal geen actrices/acteurs erbij slepen. Is ook helemaal niet nodig, het doet alleen maar af aan de echtheid ervan.
Ik zie het tafereel zich afspelen in mijn hoofd, al lezende - wat de kracht is van dit stuk, en van de andere 'Hooimannen'. Het maakt het zo invoelbaar en beeldend, het ontroert en stemt dankbaar. Ik verkies liever mijn eigen, door dit stuk gecreeerde beeld.
In mijn hoofd geen acteurs!