Open dramaturgie dekt voor hen de lading heel-maal nie'.
1.
ANNA
Ik voel me hier meteen thuis.
BORIS
Dat zei die andere Anna ook al.
ANNA
Ja, en die Poolse hoer zei ook al iets, maar dat kon ik niet verstaan.
BORIS
Wat?
ANNA
Gister.
BORIS
Oh, toen ze dat muurtje aan het stuken was?
ANNA
Ik voel me hier meteen thuis.
2.
BORISSEN EN ANNAAS
Wij zijn over het algemeen nogal moe.
Moe.
Ja.
Moe.
Ja.
We zijn aan het wachten tot we een ons wegen.
Wachten.
Vechten.
We zijn aan het knokken.
En we zijn al goed op weg.
We werken hard.
Heel hard.
Jij.
Ja, jij.
Ja.
Jij.
Wij.
Wij zijn over het algemeen nogal gewelddadig.
Ja.
Gewelddadig.
Geweldig.
Nee.
Ja.
Jawel.
Geweldig.
Hoe jij je tanden erin zet.
Wij.
Hoe wij onze tanden erin zetten.
Dat vinden wij daarbij ook absoluut niet erg.
Wij.
Juist.
Ja.
Wij.
Dat vinden wij daarbij ook absoluut niet erg.
We slaan jullie nog lens als dat moet.
Maar dat moet niet.
Dus jullie boffen maar.
Ja.
Juist.
Jullie
Ja.
We zouden ons helemaal suf geslagen hebben.
Maar dat moet niet.
Wij zijn moe.
We doen zo ons best.
En hoe is het?
Wat zeg je?
Wij?
Jij?
Wat zeggen wij?
Dat niemand ons ziet.
Ons.
Ja.
Wij.
Ja.
Ons.
We snappen het gewoon niet.
Nee.
Niemand ziet hoe hard we werken
We lopen godverdomme op ons tandvlees.
Niemand ziet hoe mooi we zijn.
Niemand merkt op dat we zo mijn best doen.
Ons.
Ons.
Ons best.
Ons best.
Doen.
Ons best om een goed mens te zijn.
We moeten een goed mens zijn.
We zijn een goed mens.
Tot we een ons wegen.
Een ons zijn.
Een ons.
Ons.
Ons.
Ons.
3.
BORIS
Ik voel me hier meteen thuis.
ANNA
Dat zei die andere Boris ook al.
BORIS
Ja, en die Poolse hoer zei ook al iets, maar dat kon ik niet verstaan.
ANNA
Wat?
BORIS
Gister.
ANNA
Oh, toen ze dat muurtje aan het stuken was?
BORIS
Ik voel me hier meteen thuis.







Wat?
Neen, zei jij!
Oh ...
ja, ok dus.
Versta je?
Cynisch, ja ok, cynisch ...
Wat?