"En toen moest ik in drie woorden omschrijven hoe ik mezelf zag", zegt de hooiman.
"Ik haat dat altijd, als je jezelf verkopen moet", zeg ik "wat heb je gezegd?"
"Groot, log en gezellig."
Ik hef een wenkbrauw.
Dat haat ik ook. Dat is gelijk aan als mensen zeggen dat ze spontaan zijn. Gezellig. Dat is zo spontaan, die moeten ergens wel wat liegen.
"Dan had je net zo goed kunnen zeggen dat je spontaan bent", zeg ik "zie jij jezelf als gezellig?"
De hooiman krabt met zijn nagel een gedroogde jusvlek van het tafelblad.
"Groot, log en spontaan", zegt de hooiman "dat had ik moeten zeggen." Hij zucht. "Dat is veel beter."
Hoe komt die jus daar nou, vraag ik me af. Ik eet nooit vlees waar jus vanaf komt.
"Of", begint hij opnieuw. Hij weegt zijn woorden. "Of groot, log en eet veel."
"Dat zijn vier woorden."
"De en telt toch ook niet mee?"
"Nee, dat is waar. Daar hadden ze het mis."
"Hoe zie jij jezelf dan in drie woorden en een en?"
Ik denk.
"Iets in sepia."
"Dat is zonder de en", zegt de hooiman geërgerd.
"En iets in sepia", zeg ik.
Ja, dat is het.
En ik zie mezelf als iets in sepia.
Net na een nacht bier schenken in bed, als op Radio 1 ineens Wende Snijders begint te zingen. Een Franse vertaling van misschien stiekem toch wel één van de mooiste Nederlandstalige liedjes, want ik hou nu eenmaal van liedjes waarin het woord ontbeer voorkomt en ik ken er maar één.
Had ik zomaar ineens kippevel, zo onder een tweepersoons donzen dekbed, een eenpersoons gewoon en een slaapzak.
Luistert u vooral.
En let u vooral niet op 't clipje en vooral niet op de Leeuws middelste vinger.
Vooral.
Als in: vooral niet.
En vooral wel op het even-stil-moment zo'n vijfenveertig seconden voor het einde.
En op de viool.
En op de fluitende meneer.
Op dat allemaal vooral wél letten.
Noortje en ik, we hebben een plannetje.
Of ja, Noortje wil een solo en ik ga die schrijven.
Van het schrijfproces vind ik grofweg twee delen het fijnst.
Dat is het bijschaven en structureren aan het einde en het verzamelen van informatie in het begin. De boel daar tussenin is vaak zo'n gevecht dat het pas achteraf leuk is. Als ik aan het schaven ben.
Nu zit ik dus halve dagen op het web, sites te zoeken over het onderwerp. En zo kwam ik op deze documentaire. Met de pen in hand heb ik meegeschreven.
Hier een stukje dat Alisa vertelde en ik heb uitgeschreven en gestileerd.
Ik heb geen woord veranderd.
I started out that morning at the Dunkin' Donuts
I had gotten a dozen donuts
Then
I went to Burger King
I had gotten 3 biscuits and someting like a bacon and cheese croissant
Then
I went to Mc Donalds
Ordered a few breakfast items aswell
Then
I went to the grocery store
Picked up a few items for
well
after breakfast
Two half gallons of icecream
Two bottles of whipped cream
And these little pastry things
and
peanutbutter
Marshmallows
I went home, had the donuts
and had the breakfasts from Mc Donalds
and Burger King
At that point
I was so stuffed
I thought
I was going to die
I had chestpains
So I purged
And then
I had the rest of it
And then
for lunch
I went out
and did it again
I tried
so hard
to find satisfaction through other accomplishments
but nothing
measured up to this one
And I remembered
at one point
thinking
So be it
I mean
If this is what I really want
This is the one thing that I want so bad
I just want to be thin
Het meisje dat op dinsdag het bier schenkt heeft volgens BNN een IQ van 124.
Ik ben twee Bonnies en een beetje.
De Bonnies hangen vooral onder mijn ogen.
En ik zelf? Ik hang maar wat.
Ach, hoe mooi was het vruuger?
Nou ja. Zo dus.
Het glas is immers toch al half leeg!
Hoezee!
M'n wallen en ik gaan richting krib.
Even de Bonnies toedekken.
G'lukkig is er YouTube, zonder wie wij niet zomaar elk moment van de dag naar Sjanets kauwgomballenkaken kijken konden.
En let vooral ook even op de ritmische ketchupfles en de koksmuts.
"Does it break my heart, of course, every moment of every day, into more pieces than my heart was made of, I never thought myself as quiet, much less silent, I never thought about things at all, everything changed, the distance that wedged itself between me and my happiness wasn't the world, it wasn't the bombs and burning buildings, it was me, my thinking, the cancer of never letting go, is ignorance bliss, I don't know, but it's so painful to think, and tell me, what did thinking ever do for me, to what great place did thinking ever bring me? I think and think and think, I've thought myself out of happiness one million times, but never once into it."
Uit: Extremely Loud and Incredibly Close, Jonathan Safran Foer
Ik eet sla met spekjes.
Macaroni met knoflook.
Op de bank met de klaptop en ik lees de krant.
Op het scherm.
Ik kauw.
Ik slik.
Hardgebakken spekjes.
Ik heb een mok met sap en ik lees de krant.
Slaapliedje na een nacht woest bierschenken.
Koud in bed zojuist van Monstertje gehad.
Zoals hij zei: "niet de clip kijken, alleen luisteren."
Ineens hoorde ik Ian Curtis' woorden.
Hoor ik ze nu.
Ik kan mijn ogen bijna niet meer openhouden.
Morgen om half acht de wekker.
Zoals u misschien al eens vernomen heeft, ben ik een neurotische statistieken-checker.
"Je bent niet goed bij je hoofd", spraken Elfie en Eva, nadat ze een dag aan weerszijden van mijn pc zelf ook op een rammelkast aan het tikken waren. Op slechte dagen (lees: met-schrijfontwijkend-gedrag-saus-overgoten-dagen) bekijk ik namelijk de statistieken van mijn site iedere tien minuten. Ik ben verslaafd aan het kijken van de codes die de zoete naam host namen mogen dragen. Daar kan ik ook zien hoe iemand op des meisjes pagina terecht komt. Ik herken ondertussen al aardig wat nummers, servers.
Kortom: ik ben ziek.
Schijnt.
Ik kan ook heroïne schieten, maar goed. Dit is goedkoper.
Bij het opstaan is het vaste prik.
En ook, zoals nu, voor het te bedde gaan.
Zo had er vanavond iemand doorgeklikt via de statistiekensite van van Silvia, de nu al gedoodverfde koper van het, nu al in mijn optiek legendarische, boek De geheimen van het verleiden (en wat een mooi middenrijm, trouwens).
Deze statistiekenpagina heeft de prettige eigenschap om de top 25 van ingetoetste keywords in een zoeksite te vermelden.
Wat een zegen!
En wát een keywords mag deze dame ontvangen.
Ik lik mijn vingers af.
Bij deze wil ik jullie mijn lievelings niet onthouden.
Een proeve:
- ik moet vanavond klaar komen (MSN)
- hoe maak ik een bloemenkrans hawaï (Google)
- blaas op je vuist (Google)
- ik wordt oud (Google)
- een hond laten dekken (MSN)
- hoe maak ik mijn oma klaar met mijn tong of vinger (Google)
- petroleumkachel (MSN)
en (een maand geleden zou dit mijn favoriet zijn)
- slapen op een boot (MSN)
I rest my case.
De meest schokkende keywords die míjn log ooit toebedeeld kreeg zijn meisje zonder kleren en waar komt een frikandel vanaf.
Zucht.
Ik ben jaloers.
Ooooooooooooooooow!
Dit kan niet en dit mag niet.
Dit is onvergeef'lijk.
Onbegrijpelijk en bovenal schaamteloos!
Ik ben iemand die van the Arcade Fire houd, van Tindersticks, iemand die op haar negende al heel graag naar the Smiths luisterde ook al kon ze er niks van verstaan (ik heb jaren Henk de DJ gezongen, maar dat geheel ter zijde).
Ik huil bij Sufjan Stevens en hou van Mark Lanegan's stem in mijn oor.
Als ik moe ben dan huil ik gemakkelijk.
Maar dat is bekend. Zelfs het verhaal dat ik heb moeten huilen bij the Fresh Prince of Bel-Air is al eens de bar rond gegaan. Ik schaam me er niet voor. Ik was moe!
Gisteravond was ik niet moe.
Ik weet niet waar het vandaan kwam.
Waar kwamen die tranen vandaan?
Bij Sharon die Loving You van Minnie Riperton zong, biggelden ze me over de wangen.
Ik kan er niks meer aan doen.
Niks.
Ik vond het heerlijk.
En dat spijt me.
Dat spijt me heel erg.
Mooi liedje voor bij dit weer.
Voor bij het gemoed dat hoort bij dit weer.
Voor door de wind lopen en omhoog kijken naar de wolken.
Naar de wolken die over de daken scheren en dan regen op je gezicht.
Ik kreeg een stokje van Ivo Victoria.
Een biechtstokje.
Waarbij het er dus om gaat dat ik vijf dingen over mezelf opbiecht.
Hier.
Op mijn log.
Welnu.
Dat ga ik dus ook doen.
Anders dan ons aller new kid on the block aiebdbi, die misschien wel gevleid was maar kundig de stok gebruikte met het doel zijn vuurdoorn tot grote hoogten te kweken. Heeft 't tere ding de storm nog overleefd, Alsikerbendanbelik?
Afijn.
Ik ga het alleen een tikje anders doen dan mijn voorgangers die het zweterige houtje in de handen mochten houden. Tikje anders wegens de korte spanningsboog waarmee ik, en u wellicht ook wel, gezegend ben. Ik ga er steeds ééntje per keer doen.
Vandaag om op gang te komen deel 1 én 2.
's Logisch.
Vandaag dus the Stick -Guilty Pleasures- Part 1&2, so to speak. Heimelijke genoegens dus, want ik stal ooit wel eens wat, maar dat is geen geheim. En als ik al dan niet ooit destijds eens mijn bloempje door 'nanderenman liet plukken, dan zou ik dat natuurlijk nooit en te nimmer hier op 'tinternet plempen. Maar dat geheel ter zijde.
Daar gaan we.
Part 1
Ik heb een boel heimelijke genoegens ten aanzien van eten. Nou ja, een boel, het is nogal tweeledig. Aan de ene kant verkrijg ik namelijk een hoop pret en voldoening uit het opvreten van een hele bak ijs, 's avonds. Vooral tijdens slechte films, een bende gemakkelijk voor elkaar inwisselbare Amerikaanse crimi's of reality soaps op MTV.
En Oprah natuurlijk.
Vergis u niet, het is nog best een klus, een liter ijs wegwerken.
Ik doe dan ook die avond goed mijn best, om vervolgens tevreden, koud en totaal gevoelloos naar bed te gaan. Ik verzeker u, een kratje pils kan er niet tegen op.
Moeilijk was het ook, bij aanschaf in de supermarkt, om te kiezen. Caramel? Kaneel? Caramel? Kaneel? Wat nu opgelost is door Hertog (ik dankte de heer op mijn blote knietjes), die sinds kort stroopwafelijs in de vriezer heeft. Pas nu het er is besef ik hoe ik het gemist heb.
Dat was de eerste kant van de medalje.
Part 2
Aan de andere kant schep ik er genoegen in om, tja, het tegenovergestelde te doen.
Dan vind ik het heerlijk om een paar dagen nogal weinig te eten. Raar, eigenlijk. Hunger hurts, but starving works zingt Fiona Apple en daar ben ik het wel mee eens. Je moet me eens zien met een gebroken hart.
Dan is het snikken boven de erretjes en dan hou ik de boel liever, nou ja, leeg.
Ik vond pas op een briefje gekrabbeld: ik voel me zo verdomde leeg, daar kan niks meer bij.
Zoiets dus.
Vrienden klagen er wel eens over, maar ik hou het gewoon op een tik.
Hij is geliefd bij de vrouwen, de allergische cowboy.
Gisteren kwam hij terug van een duel.
Hij had zijn tegenstander afgeslacht, die lag met een afgeschoten onderkaak in het zand. De mieren liepen al in colonnes naar zijn bloed.
De dames hadden zich in de deuropeningen geschaard.
Zagen ze dat goed?
Daar?
In zijn ooghoek een traan?
"Hij is zo gevoelig", zuchtten de dames met een hand op hun borstkas.
Het maakte hem kwaad.
Hij wilde niet gevoelig.
Maar hij kon zijn paard toch niet slaan?
Dat hij niet tegen de haren kon, daar kon dat paard ook niks aan doen.
Het doet hem niets, al die aandacht.
Hij ziet zo slecht en de schelle stemmen doen pijn aan zijn kop.
Roskammen is een hel.
"Hij heeft een muurtje rond zijn hart gebouwd", zeggen de dames en stiften hun lippen als ze hem snikkend zijn paard aan de balustrade zien binden.
De allergische cowboy was liever een laboratorium-assistent. Daar las hij over in de gazet, die dag dat het geregend had, en hij zag de sepiakleurige foto's van mannen met petrischaaltjes en membraanpompen. Niet meer de hele dag die jeuk aan zijn neus en alles om hem heen wit in plaats van vies en tumbleweed.
Roskammen is een hel.
En van de knapste vrouw moet hij niets hebben.
Hij slaat haar neer.
"Del!"
Haar trots gekrenkt en snotterend rijdt hij weg op zijn hengst.
"Hij is zo gevoelig", zuchten de dames en trots laat zij haar schrammen zien.
Hij is geliefd bij de vrouwen, de allergische cowboy.
Als ik in de trein zit, zo voor het raam met Spinvis in mijn oor, dan denk ik van:
De volgende moet zo'n jongen zijn die moet niezen als hij pepermuntjes eet.
En:
Ik moet alleen boterhammen met stroop in de wind op de fiets eten als ik mijn haar in een staart heb.
Ik heb maagpijn en ik zit achter de rammelende pc.
"Elfie, reiki mij eens gelukkig."
"Ja, is goed schat, even m'n pizza opeten."
Zo eindigen we op de bank voor het raam.
Met Eva en Nasja.
Kijken we naar de mensen in de kamer aan de andere kant van de straat.
En de bouwvakkers een paar ramen verder kijken weer naar ons.
Denk ik van:
Dit is net theater.
"Dit is theater", zegt Eva.
Mijn maagpijn is weg.
Ik zit weer achter de rammelende pc.
En denk ik nu zo van:
Eva haat het als mensen "...denk ik zo van..." en "...vind ik zo van..." zeggen.
Een gezongen omschrijving van het gevoel van de dag
Teitur - Louis Louis
Op the Faroe Islands regent het ook altijd.
En laat vooral dit liedje lopen tijdens het onderstaande stukje. Dat vindt de hooiman fijn.
"Ik ben helemaal stram", zegt de hooiman.
Hij haalt me de woorden uit de mond. Toen ik vanochtend opstond deed zelfs het optillen van de koffiepot pijn. Maar ik lijd graag voor koffie. Doe ik ook eens iets terug.
"Wat heb je gedaan, dan?", vraag ik.
"Helemaal niets", zegt de hooiman "misschien is dat het wel. Ik doe nooit wat. Ik doe de hele dag alleen maar niets."
"Je werkt toch hard?", zeg ik en ik sla de krant dicht.
We zitten in de keuken.
"Ja-hááá."
De hooiman zit op het krukje voor het raam en heeft zijn armen over elkaar gevouwen. Hij kijkt naar buiten. Ook zijn benen heeft hij over elkaar. Niet zomaar alleen zijn ene over zijn andere been, nee, de hooiman houdt ervan om het been dat óver het andere gaat ook weer onder dat been weg te vouwen.
Een beetje zoals dit:
Al heeft de hooiman natuurlijk vele harigere benen.
De hooiman zit als een opgefrommelde klomp vlees op het krukje. Ik begin het idee te krijgen dat hij zijn dag niet heeft.
"Waar is die kleine eigenlijk?", vraagt hij terwijl hij met laaghangende wenkbrauwen probeert om te kijken. Wat nogal lastig gaat, zo opgevouwen op een krukje.
"Heb jij je dag niet?", vraag ik.
"Ik heb d'r al een tijd niet meer gezien."
"Ze is naar school."
"Saai", zegt de hooiman en hij draait zich krakend weer naar het raam.
"Ja", zeg ik "heel erg saai. Jij hebt je dag niet."
"Hoe komt een lijf zo stram?"
"Ik heb me dat ook al eens afgevraagd", zeg ik en ik gooi chocolade-gember op een schaaltje "gember?"
"Gatver", zegt de hooiman terwijl hij onder veel gesteun opstaat en naar de tafel loopt. Hij begint van de gember te eten.
"Ik bedoel, dan hoor ik weer van de meisjes van de kantine dat ik zo'n fijne man ben. Dat ze zo goed met me kunnen praten. Goed met me kunnen praten terwijl ik ook een echte man ben."
De hooiman is een echte man, hij zeurt alleen wat veel voor een echte man.
Hij schuift aan.
"Je bent ook een echte man", zeg ik " je zeurt alleen wat veel."
De hooiman propt drie stukken gember in zijn mond en neemt een grote slok koffie.
"Ik weet gewoon niet wat ik er mee aan moet. Allemaal die mooie meisjes. Waar waren die meisjes toen ik twaalf was? En ik van dat vettige haar had en een dikke bril. Ze noemden me vroeger altijd de Lasbril achter mijn rug om. En ik kon ook helemaal niet goed leren. De domme Lasbril en nu krijg ik steeds van die opmerkingen van echte man, en zo leuk en knap en breed en ik heb van die fijne handen en ik ben zo gevoelig."
"Voor een bouwvakker doe je het prima."
"Ik vertrouw al die dames voor geen cent."
"Je hoeft er toch ook niets mee?"
"Ik word er niet goed van."
Soms wordt een lijf stram als het te vaak alleen in een bed ligt.
Maar misschien is dat ook niet erg.
"Volgens mij doe jij het prima alleen", zeg ik "nee, ik vind dat jij het gewoon heel erg goed doet, zo alleen. En daarbij, je hebt mij toch?"
Ik sla hem met de krant.
Hij lacht alweer.
"Jij bent anders", zegt hij "jij was ook een Lasbril toen je twaalf was."
"Gaan we het nu over mij hebben?"
"Jezus, wat was jij lelijk", zegt de hooiman "zo'n ronde bril en die dunne slierten blond haar. En toen al altijd verliefd zijn. Geen wonder dat jij geen man kan houden!"
Mensen veranderen niet zoveel. Ook al drogen ze goed op.
"Ik was in de vierde al veel anders! Toen was ik echt geen Lasbril meer!"
"Met je Hein de Kort-truien."
"Vanaf de vierde droeg ik die heus niet meer", roep ik "toen kon iedereen zo goed met me praten! Ik heb ooit nog gezoend met de populairste hockey-jongen."
"Na een fust bier, ja!", roept de hooiman en hij slaat op de tafel. Het servies maakt simultaan een sprongetje. Hij lacht hard en snurkend en eet het laatste stukje gember op.
"Ik had jou nooit dat fotoalbum moeten laten zien!", roep ik terug.
"Heb je nog meer?", vraagt hij terwijl hij een traan uit zijn oog veegt met de rug van zijn hand.
"Ik hoop dat jij heel erg vadsig wordt van hier komen tussen de middag", zeg ik.
Ik sta op en loop naar het snoepkastje.
Het zit al de hele week in mijn hoofd.
Vreemd eigenlijk, dat ik het zo graag terug wil zien. Ik vond het namelijk helemaal geen prettige ervaring dinsdag, toen ik het voor het eerst zag.
Nu scan ik het net af of ik de filmopnamen niet ergens vinden kan.
Ik kan ze nergens vinden.
Gewoon niet.
Maar voor u even een stuk uit het begin op papier.
Dat dekt de lading dan wel niet, maar ik waag het er op.
Dames en heren, waar het meisje al tijden op aan het wachten was zonder het te weten (en daarbij in 1980 geschreven, het was inderdaad een goed jaar), Rockaby door Samuel Beckett!
till in the end
the day came
in the end came
close of a long day
when she said
to herself
whom else
time she stopped time she stopped
going to and fro
all eyes
all sides
high and low
for another
another like herself
another creature like herself
a little like
going to and fro
all eyes
all sides
high and low
for another
till in the end
close of a long day
to herself
whom else
time she stopped time she stopped
going to and fro
all eyes
all sides
high and low
for another
another living soul
going to and fro
all eyes like herself
all sides
high and low
for another
another like herself
a little like
going to and fro
till in the end
close of a long day
to herself
whom else
time she stopped
going to and fro
time she stopped time she stopped
Ik besloot vandaag om de notitiefunctie van mijn mobiel eens op te schonen. Het begon er namelijk op te lijken dat er ondertussen meer berichten in de archiefmap zaten dan in mijn (steeds weer volle) inbox.
Leeg dus met dat archief, maar weg is ook zo wat.
Bij deze dan.
Een selectie.
~
Bleek is hij.
Benig zijn zijn vingers.
Hij ziet.
Meisjes in ziekenhuisbedden die pingpongballen braken en krabben aan hun hoofd.
Het piept daar, "hoor."
Muizen met een mensenoor.
Hij zit daar maar.
Hij typt.
Zijn blos weggezogen door de witregels op zijn vel.
~
28-11-06, grootste gedeelte dagbesteding: mezelf in de weg zitten.
28-11-06, en voor het raam koffiedrinken met voeten op de verwarming!
~
Waarom valt vandaag iedereen over mijn tas?
~
Ik hou van overvolle treinen waar het doodstil is.
Ik hou niet van mensen die in headsets praten terwijl ze lopen of op de trein staan te wachten.
Ik hou van mannen die elkaar toevallig tegenkomen en dan enthousiast elkaars hand schudden.
Ik hou van mensen die het woord 'stampen' in hun alledaagse vocabulair hebben.
~
Sterf ze allemaal. Vele rijen mensen. Dikke rijen mensen. Rijen dikke mensen. Vele rijen dikke mensen, zodat er veel mens per persoon zal sterven.
~
Jack: Are you eating peanuts? You might aswell be chewing loneliness! (Will & Grace)
~
Mensen met van die glurende kinderpoppen voor het raam moeten wel erg eenzaam zijn.
~
Mijn moeder was zwanger van me in de wintermaanden. Dat moet z'n weerslag gehad hebben. De eerste, de allereerste levensmaanden had ik toen het donker en grijs was. Ik werd geboren en iedereen was blij. Werd het al gauw licht en warm. Mijn verwachtingen hebben nooit geklopt. Ik reken altijd op het ergste. Ontevredenheid is een drijfveer, zo ben ik ter wereld gekomen.
Natuurlijk, je kunt het ook allemaal omdraaien.
Maar zo ben ik niet.
~
Maar ja, we zijn dan ook opgegroeid met een vader die zilvervliesrijst door de gehaktballen gooide als het beschuit op was.
~
Wat fijn dat je kwetsen nu ook gewoon bij de groenteboer kan kopen. Ik bedoel, als je er dan toch een dagtaak van maakt kun je je er beter voor laten betalen.
~
Soms doet alles pijn dus voor je verjaardag een boek met een zachte kaft.
~
Dierennamen, mijn lievelings: mug, mol, tjiftjaf, gnoe.
~
Kreeg u vroeger een Liga?
Ik kreeg nooit een Liga.
Als ik geluk had kreeg ik een mandarijn.
Zo één met heel veel pitjes en taai vel.
Wicky?
Wicky?
Wikkiewikkiewikkiewikkie?
Nee, en ook nooit een wikkie.
De broers en ik, wij kregen iedere zaterdag om zeven uur, na het in bad, twee kommetjes chips. Zondagmiddag om twaalf uur kregen we twee glazen seven-up en altijd maar twee koekjes bij de thee.
De ouders van de broers en het meisje hielden wel van het cijfer twee.
En van vaste tijden, zoals u vast al zag.
Het zijn andere tijden, althans, zo zegt Reporter.
Me dunkt.
Gelukkig zegt juffrouw Vink nog gewoon Raider tegen Twix.
De lepelman en ik, we hebben hetzelfde bouwjaar.
"Het was een goed jaar voor de mensheid", zegt de lepelman.
De kroeg is oud en de kroeg is bruin en we zitten op een bankje.
We kijken naar de mensen. Een meisje aan de bar heeft een T onderaan haar rug.
"Strings", zeg ik.
"Strings", zegt de lepelman met een Amerikaans accent.
"En niemand weet meer hoe je fatsoenlijk airguitar speelt", zeg ik.
"Met je ogen dicht op de dansvloer."
"Ja", zeg ik.
"Nee", zegt de lepelman.
We drinken bier.
Ons bouwjaar was een goed jaar.
"Als er altijd een gemiddeld percentage van de bevolking ongelukkig is, dan hebben wij wel ons deel genomen", zegt de lepelman "we hebben onze jaargenoten een dienst bewezen."
Ik vind dat niet erg.
"Getormenteerd", zeg ik.
We lachen door onze neus.
"Het is het jaar", zegt hij.
"Ja", zeg ik "het ligt niet aan ons."
"Nee", zegt de lepelman.
"Hoe kun je verwachten dat we bloemblaadjes strooiend rondlopen als we veertien waren in de grungetijd?"
"Toen het woord Alto nog niet bestond."
"Toen Alto nog gewoon een Suzuki was."
"Hoe spel je Suzuki?"
"Met een zet", zeg ik en ik neem een grote slok.
De lepelman knikt naar iemand die de krant wil.
"Een vriend van me duidt de grungetijd altijd als erg un-cool", zeg ik.
"Wij zagen het gewoon niet in perspectief. Het waren helden."
"Hij was zelf ook een grunger", zeg ik "maar ach, hij komt niet uit ons jaar."
"Nee."
"God, wat was ik verliefd op Evan Dando."
"En toen ging Kurt Kobain dood."
"Ja."
"Wie gaat er tegenwoordig nog dood?"
"Aaliyah."
"Niet vloeken."
"Ik bedoel maar."
"Wie zingt er tegenwoordig nog van I hate myself and I want to die?"
"You're not gonna get me through this, are you?"
De lepelman en ik vouwen onze armen voor onze borst.
"We bewijzen ze allemaal een dienst."
Het meisje met de T staat op, trekt haar jas aan en vertrekt. Ze praat tegen haar telefoon en lacht schel.
"Volgens mij houdt ze van paarden."
"En had ze vroeger een abonnement op de Penny."
De deur zwaait open en wind waait naar binnen. Door het raam zien we haar wild zwaaien naar een meisje in dezelfde witte bodywarmer.
"Ze is blij", zegt de lepelman.
"Een dienst", zegt ik "een dienst."
"Ik vind dat we het heel goed doen."
We kijken haar na.
"Ja", zeg ik "we doen het prima."
En vanochtend was de eerste ochtend dat ik wakker werd zonder aan je te denken.
Pas na een uur was je er, lief.
Pas na een uur.
Ik ben een zondagskind.
Het is avond en het is laat.
"Ik voel me zo leeg, er kan niets meer bij", zegt de Keu.
Ik logeer graag en ik logeer bij haar.
De Keu, mijn lief, die eet niet meer.
En jij die daar maar zit.
Ik heb je toch geroepen?
Je zit daar maar.
Zover gaat het hier, als het op de spits gedreven wordt.
Ik ben bij haar na het toetje-kaas-port, maar ze wil niets van dat. Al staat het klaar.
Jij zit daar maar, met je mok op de vlonder.
De Keu wil niets.
Niets qua eten, en ze wil al helemaal niemand qua rust.
Maar ze wil wel een logee.
Ze wil mij.
Ze is lang, ze is dun en ze is mooi.
Ze staat daar, in haar nieuwe rok.
Ze heft haar handen omhoog.
"Ik weet wel hoe alles werkt, maar ik voel het niet. Ik weet het heel goed, maar daardoor doet het alleen maar meer pijn."
Ze pakt de soepkom thee.
"Ik wéét het wel, maar ik voel teveel."
"Ik denk dat we allemaal teveel voelen", zeg ik en ik pak het glas port dat ze voor me heeft neergezet.
De Keu die knikt en dan blaast ze de rook van haar sigaret.
"Ach, wat weet jij er nou van?", zegt ze "wat heb jij nou ooit meegemaakt?"
Ik kijk in mijn glas.
Ik kocht vandaag dure port.
Ik kijk in mijn glas.
"Je snapt toch wat ik bedoel", zeg ik.
"Jij bent een zondagskind."
Ik ben een zondagskind.
"Het is het verschil tussen voelen en vinden", zeg ik "jij vindt teveel."
"Jij zegt altijd dat er geen formule is, maar er is wel degelijk een patroon. Want iedereen voelt zich leeg, jij ook."
Het is dat gat daar bovenin je buik, is het niet, lief?
Daar zit een gat.
"Ik voel me helemaal niet leeg", zeg ik.
De Keu zegt dat ik me vergis.
Vergis ik me?
"Ik zoek iemand waar ik me op focus en dan fungeert diegene als een soort bliksemafleider", zegt ze en "ach, en dat is dan meestal een man. Het is allemaal zijn schuld. Maar des te meer ik er over nadenk, des te meer ik er achter kom dat die onrust in mijn kop zit."
Mijn lief, ik voel me leeg.
"Ik voel me zo vaak zo leeg", zegt de Keu.
Vergis ik me?
Ze is lang, ze is dun en ze is mooi.
De Keu die eet niet meer.
De gaten zijn te groot en ik wil naar bed.
Ik ben een zondagskind, zo is me verteld.
"Ik ook", zeg ik "ik stiekem ook."
De Keu die lacht. Ze loopt naar de koelkast.
"Ik wil naar bed", zeg ik.
"Ik heb al een bedje voor je gespreid", zegt ze "het is van dons en het is er stil en jij, jij moet eten. Je wordt veel te dun."
Ik geef toe.
Ze smeert een boterham met pindakaas.
Ik kijk naar haar, vanaf mijn matras.
Ze rent rond, want met honger is het moeilijk slapen.
Mijn lief, ik vroeg het je al vaker, maar je zit daar maar.
Te zitten zonder wat te doen.
Je doet niets.
Je doet me niets.
Het is al klaar.
Laat me slapen.
Vannacht wordt de eerste nacht, lief.
Dat ik niet aan je denk als ik ga slapen.
Ik denk niet aan je.
Ik ga slapen.
Haar trippelende voeten als mijn slaaplied.
Ik mis je.
Ik ben een zondagskind.
Het origineel is natuurlijk van Tim Hardin en tranentrekkend, hartescheurend en zieltogend mooi, maar helaas kon ik deze versie niet op You Tube vinden.
Dan maar door Karen. Dat is ook mooi. En waarschijnlijk een stuk aangenaam warm-oranjener dan Tim. Vooral op zo'n donkere dag wanneer iedereen slecht geslapen heeft.
Ik neuriede het vandaag de hele dag,
***
"If I listened long enough to you
I'd find a way to believe that it's all true
Knowing that you lied straight faced while I cried
Still I look to find a reason to believe
Someone like you makes it hard to live
Without somebody else
Someone like you makes it easy to give
Never thinking of myself
If I gave you time to change my mind
I'd find a way to leave the past behind
Knowing that you lied straight faced while I cried
Still I look to find a reason to believe
Someone like you makes it hard to live
Without somebody else
Someone like you makes it easy to give
Never thinking of myself
If I gave you time to change my mind
I'd find a way to leave the past behind
Knowing that you lied straight faced while I cried
Still I look to find a reason to believe"
Ik ben ene goede slaper.
Maar vannacht was het weer zo ver.
Geen slaap.
Woel en draai en lees en radio 1.
Tot ik zo rond vijf dan maar besloot om mijn hele bed van nieuwe lakens te voorzien.
Vandaag bleek dat half Nijmegen slecht had geslapen.
Zo werd mij verteld, het stond niet in de krant (toch?).
Het lag aan de volle maan.
Is het heus?
De volle maan?
Bij het meisje aan te toog riepen zeker zes mensen van "ik ook!", in antwoord op haar "blurgh, konnieslape" (konniepalme, konniemus).
Dat kan toch geen toeval zijn?
Volle maan...
Onder een halve meter aan opgeschud dons sloot ik dan uiteindelijk mijn ogen voor de zoveelste maal.
Ik sliep meteen.