"Wat zit jij op mijn stoep?"
"Nou, gewoon."
"Het is goddomme één uur. Ik ga meteen naar bed."
De hooiman drentelt achter me aan de gang in.
"Ik ga echt meteen naar bed", zeg ik.
"Jajajajajaja. Ik wilde gewoon nog duuzend en één dingen doen thuis. Dat was het plan toen ik op de fiets naar huis."
"En dat rijmt. Maak je zin eens af. Jij maakt nooit je zinnen af."
"Ik wil een boek. Of een film. Of een toneelstuk. Of een gedicht. Of allerlei dingen die iedereen kan lezen. Maar dan is het thuis weer zo'n puinzooi. Ik dacht, jij bent vast wel thuis. Dan ga ik toch gewoon naar jouw huis? Toch?"
"Ik ga naar bed."
"Mag ik niet even bij jou tiepen? Heel even."
"Jij tiept nooit. Ik tiep. Jij niet. Nou, hup. Ik wil m'n pyjama aan."
"Maar wat dan met mijn boek?"
"Wat nou, jouw boek. Jij doet geen boek."
Ik loop de badkamer in.
De hooiman positioneert zich ondertussen achter de typemachine die op mijn eettafel staat.
"Het gaat over de liefde! En dat dat dan niet gaat!", roept hij vanaf de gammele keukenstoel waar hij op is gaan zitten. Ik ben benieuwd of de poten het houden.
"Het gaat altijd over de liefde", roep ik hem toe met mijn mond vol schuim "dat is helemaal niet interessant."
"Jawel!", roept de hooiman en ik hoor hem een vel papier in de machine draaien "het gaat over de ware."
"Niemand gelooft nog in de ware", ik spuug in de wasbak "en jij tiept niet."
"Gooi die asbak eens leeg", roept de hooiman "hij stinkt."
Ik hoor de toetsen gaan.
"Ik moet douchen!"
Ik doe de deur op slot.
Als ik de badkamer uit kom liggen er vier vellen papier opgefrommeld naast de typemachine.
"Ik ga nu echt naar bed, lief", zeg ik terwijl ik over zijn schouder lees.
"Mag ik nog even door?"
Hij heeft al één regel.
Ik zucht.
Er staat:
Als een hart een hart is, dan zou het toch moeten kloppen.
De hooiman zucht.
"Toe?", zegt hij "ik heb de thermostaat al omhoog gedraaid. Ik had kouwe vingers."
De asbak is leeg.
Ik kruip in bed.
Mijn mond is droog, ik slaap niet graag met de verwarming aan.
Door de muur klinkt het tikken van de toetsen.
Ik ben benieuwd.
Als een hart een hart is dan wordt het hard werken, hooiman.
Hart voor de goede zaak.
Laten we hopen dat we het hebben, dat hart.







Een typemachine?
Ik zie het al helemaal voor me!