De broodbakmachine klinkt alsof er een Duitse locomotief voorbij komt. Ik zit aan de keukentafel en Marit is bezig met kaarsjes op tafel zetten, soep koken, sla maken en (zoals gezegd) broodbakken.
"Hoef ik echt niks te doen?"
"Neehee. Je kunt niks doen, ik hoef alleen maar brood te bakken, soep te koken en sla te maken. Wil je olijf-tomaat of Twents donkervolkoren?"
"Maakt niks."
"Twents donkervolkoren, dan. Is goed?"
"Is prima."
We waren allebei pas rond vier opgestaan, merkten we toen we met elkaar de telefoon hingen. En zo besloten we een goed oudejaars ontbijt tot ons te nemen, zo rond half zes. Een koffie-verkeerd, een kaneellikeur, een groot glas water en een peuk.
Wij zijn namelijk meisjes.
Op de fiets naar de kroeg hadden we het over het feestje in de Plu en over het jaar.
Dat het een slecht jaar was.
Maar een nuttig jaar.
En ineens grepen we elkaars hand, zo daar in de Burchtstraat.
Een bus scheurde voorbij.
"Ik ben zo blij dat ik nieuwjaar met jou vier!"
"Ja! Ik ook met jou!"
"Ja!"
Breed glimlachend (en glimlachen, dat kunnen we, Marit en ik) fietsten we hand in hand verder.
Op naar ons ontbijt.
Zometeen komt Fleurtje nog en dan is het feest compleet.
Op de bank met bubbels en een wijvenfilm.
En daarna de stad in.
Het zal mij benieuwen!
ANNA
Dat mijn vingers er pijn van gaan doen dat interesseert mij niet zoveel.
Deze aktetas heeft stijl.
Heb al een paar eeltvlekken op mijn hand ontdekt.
Dat jij daar niets mee kan, ja, daar kan ik ook niks aan doen.
MAX
Het gaat van kwaad tot erger.
Met jou.
Nu die tas, wat dan straks?
Een korset?
Moet ik je iedere dag insnoeren.
Dat jij niet denkt dat ik vannacht je handen nog ga lopen inwrijven met die dure rozenolie van je. Iedere avond loop ik te slepen met die fles.
ANNA
Ik dacht dat je dat deed vanwege lief.
Mij lief vinden.
Ik lief zijn.
MAX
Het gaat daar toch niet om.
Het gaat om wat je vraagt.
ANNA
Dat ik vraag of je mijn handen inwrijft?
En dat jij dan ja zegt?
MAX
Kom je 's avonds binnen met je haar in de pluis.
Ik kijk naar je en jij bent moe.
Je hebt pijn.
Wrijf ik je handen in.
Want jij hebt pijn.
Dan gaan we slapen.
Lig ik om je heen en voel ik hoe je ademt.
En je been schopt af en toe.
Alsof we daar gewoon zo horen.
Iedere nacht.
En zo horen we daar ook.
Want ik wil daar zijn.
Bij jou.
Met je handen.
Die niet ruw worden, want ik masseer ze.
En dan valt het licht, tot steeds meer.
Hoor ik hoe je tussen de lakens uitglijdt.
En kijk ik naar hoe je draait op je hakken.
Je handen laat gaan langs de schuifdeuren van de kast.
De handdoek die door je haren wrijft.
Ik kijk naar jou.
ANNA
Ik lig daar graag.
Zo naast je.
Daarom haast ik zo.
MAX
En ik kijk.
Terwijl jij haast.
ANNA
Ja.
MAX
Jij staart.
Met je haast.
Draait je haar in een strakke staart.
Trekt je jasje aan en die hakken.
Dan kijk je.
Knik je.
In de spiegel.
En op het moment dat ik me nog eens omdraai.
Weet je wel, òns bed, waar ik dan gewoon nog steeds lig.
Is je hand al van de klink.
Klikklak je de trap af.
ANNA
Als ik er eenmaal uit ga.
Dan is er toch geen tijd om te dralen.
Dan is het aankleden.
Je weet toch van mijn tijd?
Ik heb soms nog niet eens de tijd om rond het bed te rennen naar de deur.
MAX
Ik weet van je tijd.
Ik praat niet van tijd.
Of van je haast.
Ik lig daar.
ANNA
Ja.
Jij ligt daar.
MAX
Ik draai me door de lakens.
Zo zonder lenzen zie ik alleen maar een kier in de muur.
Wit licht valt de hal uit.
Vanwege ons dakraam in de gang.
Hoor ik de voordeur slaan en de banden van de auto op het grind knerpen.
Ben je weg.
En heb ik je gemist.
Of je keek.
En bedenk ik me of je wel eten mee nam.
Dat doe ik dan de hele dag.
Denken aan je ogen.
Die ik zo vaak niet meer zie.
Zie ik alleen je haar.
En je handen.
En je blik naar de teevee.
ANNA
Ik snap niet dat jij dat van me vraagt.
MAX
Ik heb je nooit niks gevraagd.
Tot nu.
Ik breek.
Steeds.
Iedere dag.
Een fijne dag maakt het niet meer goed.
Op de bank.
Fietsen naar het park.
Het helpt niet meer.
En nu wil ik dat je me maakt.
Nu.
Dat jij niets voelt.
Dat snap ik heel slecht.
ANNA
Dat siert je weer, Max.
Hoe jij er over begint.
Dat gaat om de pijn van de kloofjes in mijn vingers.
En ik zie je wel.
Je etaleert.
Ik kan niet meer naar je kijken.
MAX
Ik hoop het steeds.
Dat ik in je blik nog iets vindt.
Want het kan niet.
Dat ik dit allemaal zo hard voel de hele dag.
En dat jij nog geen schrammetje voelt.
Daar onder het kuiltje van je borstkas.
ANNA
Ik voel niks, denk jij?
Dat mijn hart er pijn van doet dat interesseert me niet.
Niet meer.
Laat het maar.
Die paar eeltvlekken.
Dat knotje wilde vlees, daar waar je ooit die snee sneed.
Die kerf kraste.
Laat het maar.
Laat me maar.
Laat me.
Ik denk niet.
Dat ik het merk.
Als je echt weg bent.
De laatste dag van het oude jaar is ingegaan.
Zoals Jens Lekman in Higher Power het zo fijn zingt: "It's the perfect night for feeling melancholy."
Bij ons in de kroeg hing er steeds een rare sfeer. Alsof iedereen die dronk dat met tegenzin deed. "Morgen moeten we ook al de hele nacht. Mekmekmek."
Na een avond arbeid, niet nog dansen want de stad die was al uitgestorven.
En nu zit ik hier.
In het licht van mijn beeldscherm.
In de puinhopen van mijn kamer.
De puinhopen van dit jaar.
Hier wordt het weer mijn thuis.
Mijn kop wordt weer mijn thuis.
Is het niet gewoon zo?
Eerst moesten de muren gestript.
Want god, wat was het hier gammel.
Ik denk dat dit het was.
En ik weet helemaal niet of ik kan stuken.
Maar dit is het.
Dit is wat ik nu heb.
Ik klink misschien triest, maar dat ben ik niet.
Want dit is wat ik heb.
Met morgen het nieuwe jaar.
Heb het fijn allemaal morgen.
Maar als de winden langs de daken huilen.
Vergeet, vergeet waar ons zwak hart om schreit,
Lach en stoot de glazen stuk tegen elkander.
Het Souper - M.Nijhoff
En met een liedje in de nacht, in de bijna ochtend, laat ik u.
"Na de dichtbundels Ik, vette zeug en Kelner, gooi die kelk eens vol, verschijnt dan nu eindelijk haar eerste roman, Tachtig dagen met de hooiman. Mevrouw Hendrix, vertelt u ons eens, in hoeverre is deze roman autobiografisch?"
"Nou, niet."
"Niet?"
"Al lijk ik wel wat op de hooiman. Meer dan op de ik in het verhaal. Maar ja, ik ben geen man van honderd kilo. Tenminste, last time I checked."
"Olijk, u. En het meisje dan? U wilt zeggen dat dat geen afspiegeling is van uzelf?"
"Ach, misschien een beetje. Maar is dat het niet altijd? Wanneer je alle personages door een blender haalt, dat dan de schrijver tevoorschijn komt?"
"Is dat zo?"
"Nou. Ja?"
"Bij Mulisch?"
"Denkt u niet? Of Douglas Coupland?"
"Ja, nee, verdomd."
"Palmen. IM daargelaten."
"Inderdaad. Oh, maar dat is vreselijk."
"Dan Brown."
"Stopt u, alstublieft. Het worden monsters!"
"Nicci French."
"U gaat te ver!"
"Bloemen op zolder!"
"Stop, of ik laat u verwijderen."
"Nou hoeft u niet meteen uw glaasje water over me heen te gooien. Heleen van Rooyen!"
"Wanstaltig. Security!"
"Maar meneer, laat u me los! Shoot the messenger! U begon zelf met uw autobiografisch!"
(Gerommel)
"Tot zover AMH Hendrix. Onder ons gezegd en gezwegen, dat ze niet kan dichten, dat wisten we allang. Koopt u nu dan ook maar vooral niet haar boek."
"En dan komt zo mijn stomme vriendje ook nog."
"Oh ja, je stomme vriendje."
"Verwacht er maar niet teveel van hoor. Hij stelt niet zoveel voor."
...
"Nou, dit is Henk, mijn stomme vriendje."
"Dag Henk."
"Hoi."
"Dus jij bent haar vriendje."
"Haar stomme vriendje."
"Juist."
...
"Nou, volgens mij vind je hem helemaal niet zo stom. Iemands gezicht aflikken valt niet in de categorie stom vriendje. Dat valt hoogstens in de categorie vies vriendje. Het zou in de categorie stom vriendje passen als je gedwongen werd, maar daar leek het helemaal niet op."
"Nee, daar leek het helemaal niet op."
"Wat loop je nou te grinniken?"
"Het is beter dan andersom."
"Een leuk vriendje?"
"Nee, zeggen dat 'ie leuk is en liegen. Ik begin er niet meer aan. Ik doe het andersom. Ik zeg gewoon van stom."
"Henk is leuk."
"Henk is geweldig."
"Henk is wel een kutnaam."
"Ach, gaat wel."
"Je liegt."
"Ja! Zie je nou wel."
"Daar ging je weer."
"Daar ging ik weer."
"Doe jij dat ook, dat als je niet kan slapen dat je dan verhalen gaat verzinnen?"
"Ja, natuurlijk."
"Zou iedereen dat doen?"
"Nee, dat denk ik niet."
"Soms wordt het bij mij heel erg. Zo heb ik vannacht op mijn sterfbed al een hele stoet huilende mensen aan mijn bed gehad."
"Ik speel altijd in een film."
Ik hing met P de DJ aan de telefoon en het was bijna vijf uur. P de DJ is de enige persoon waarvan ik weet dat hij rond die tijd meestal in de auto zit. We moeten dan altijd veel lachen. Ik zo onder de dekens en hij zo op de snelweg.
"Nou ja, ik heb ook al een boek uitgebracht."
"En lijstjes, ik maak lijstjes."
"Ik hou van lijstjes."
"Is heel HighFidelity"
"Ik hou van High Fidelity."
"Dan maak ik een top 5 van nog levende mensen waar ik een half uur mee mag praten. En dan maak ik die top 5 en dan ga ik daarna de gesprekken bedenken."
"Wie dan?"
"Ach, wie had ik laatst nou? Michael Jackson, ik wil wel eens weten of er dan in dat half uur iets van menselijkheid doorschemert. En Sacha Baron Cohen. Stuart Murdoch."
"Paul Auster! En Alan Ball. Of David Chase. Madonna! Die is er altijd al geweest."
"Jim Carrey. Maxima."
"De koningin."
"Of Bush. Bono. Maar dat is afgezaagd."
"Ja. Ik heb vannacht al bedacht aan wie ik mijn boek ga opdragen en wie ik bedank."
"Voor Paul."
"Nee, voor de broers."
"En Paul."
"Nee, niet voor Paul."
"Nou ja, zeg."
"Als ik daar aan ga beginnen."
"Je kunt me toch wel bedanken?"
"Jij hebt mij toch ook niet bedankt op jouw cd?"
"Dus je gaat me alleen niet bedanken omdat ik jou ook niet heb bedankt op mijn cd?"
"Nee, maar.. Ik bedoel..."
"Pah! Belachelijk!"
"Misschien schrijf ik je er wel in."
"High Fidelity."
"Met rijtjes."
"Ja. Nou kom, dan maken we nog één top 5 en dan gaan we slapen."
"Ja, nog één rijtje dan."
Vandaag van twee uur 's middags tot kwart voor één 's nachts aan het script van Asterion gewerkt (doorklikkers zullen merken dat we niet heul hard bloggen, maar dat wil niet zeggen dat we stil zitten).
Hard gewerkt.
In de kroeg welteverstaan.
Ik posteerde me twee minuten na openingstijd met mijn piep-knor laptop aan een tafeltje boven. Kaarsje, asbak, kopje koffie.
Door collega's die met dienbladen rond renden en de keuken naast mijn tafel kwam ik niks te kort.
Nat, droog, klets en miscellaneous tijdens tien uur:
- twee liter water.
- drie koffie, waarvan één met Marit.
- twee kaneellikeur.
- twee wijn.
- drie keer tegen het aanrecht hangen bij Nienke en kletsen.
- één keer tegen het aanrecht hangen bij Nienke en naar de magnetron staren.
- één keer een cd kopen bij Paul en Paul van de Waaghals.
- één paprikataartje.
- één keer Sjef die zegt: "Hey, ga jij eens weg bij dat raam, je houdt de beste plaatsten bezet."
- twee keer kop crèmen.
- vierentwintig keer met veel tand tegen Steef, Kirsten, Dana of Diana glimlachen.
- vijftien sigaretten
En na al dit, met vierkante ogen starend naar de schappen met flessen, één gin-tonic aan de bar.
Hoe dan ook, de eerste versie is af en ik ben gaar.
Gans gaar edoch voldaan.
Gans voldaan.
"Hanneke, Hanneke", hoorde ik mijn bed net fluisteren.
"Ik kom er aan", zei ik "begin maar vast."
"Doet het pijn?"
"Ach, nou ja, het gaat wel."
"Niet dat bedoel dat het moet, maar ik vroeg het me af."
"Nog steeds wel, maar dat ligt meer aan mij."
De twee dames zitten aan de bar en ze drinken rosé. Niet echt het drankje dat je drinkt, zo voor kerst, maar sommige dames die doen dat. Zo voor kerst.
Ik haat kerst niet.
Ik lig gewoon twee dagen bij mijn ouders in bad en dat is prima.
Prima, zeg ik u.
"Hoezo, meer aan jou?".
"Ik voel me altijd zo rond deze tijd".
"Gewoon zo?"
"Nou, gewoon kut. Het is dat gat onder je borstbeen. Dat ligt niet aan hem".
"Nee, daar ligt het nooit aan".
Mijn broers die komen. De ene neemt zijn vrouw mee en de andere zijn man. En met zijn man nog een koppel. Het wordt gezellig. Dit wordt gezellig en als het niet gezellig dan neem ik gewoon een bad.
Ik rook maar weer wat.
Ik doe alsof ik er niet ben.
Ach, ze praten toch gewoon door.
"Nee, het ligt nooit aan hem. Het ligt aan mij".
"Ik ben zo blij, dat ik niet langs allemaal van die schoonouders hoef".
"Nee, we boffen maar".
Ze lachen.
Ja, ze boffen.
Ja, ik bof.
Ik heb het goed.
Heeft u het goed?
Ja?
We hebben het goed.
Het komt allemaal goed.
En 2007 wordt ons jaar,
Het wordt allemaal ons jaar.
We gaan het maken.
Lijkt het wel of d'n Josh de grote vergetene van dit jaar gaat worden!
Qua jaarlijsten.
Ik bedoel, os Damien heeft natuurlijk ook een mooie plaat gemaakt. Met tranen en tuiten en de hele mikmak.
Os Damien staat dan ook in de eindejaarslijsten.
(Bij de dames dan. Jongens houden niet van tranen en tuiten. Die willen gitaren.)
Prima.
Heus.
Prima.
U weet, ik hou met hart en ziel van tranen en tuiten, maar Animal years van Josh Ritter daarentegen, snee recht door mijn tuit heen.
(Volgens mij is dit de eerste keer dat iemand vier keer achter elkaar het woord 'tuit' of 'tuiten' gebruikt. Is daar ook een lijstje voor?)
Nergens terug te vinden in de lijstjes die nu online te vinden zijn. (En dan bedoel ik Animal years, en niet het woord tuiten.)
Soms zijn de lijsten die ik vond wel twintig platen lang.
En zullen we ze allemaal nog wel weten, over een aantal jaar?
Zo'n CSS.
Of zo'n Wolfmother?
Weten we die vande afgelopen decennia nog wel?
Afijn.
In mijn lijst prijkt hij bovenaan.
Mijn 2006-ik-weet-dat-ik-nog-een-boel-mis-maar-er-mogen-alleen-platen-in-die-ik-heb-lijst:
1. Josh Ritter - Animal Years
2. Beirut - Gulag Orkestar
3. Camera Obscura - Lets get out of this country
4. Band of Horses - Everything all the time
5. Midlake - the Trails of Van Occupanther
Met als reservegetal, een plaat die per toeval mijn hart stal: Aberfeldy - Do whatever turns you on
En mijn lievelings-maar-dit-jaar-jammer-genoeg-geen-legendarische-plaat-Top-3:
1. Morrissey - Ringleader of the tormentors
2. Sufjan Stevens - the Avalanche
3. Belle & Sebastian - the Life Pursuit
(Tuiten! Tuiten! Tuiten!)
01.00 In bed. 02.00 Draai. 03.00 Draai. 06.30 Wekker. 06.55 Dronken huisgenoot op gang walmt in gezicht. 06.56 Huisgenoot: "Oh, kom jij ook net thuis?" 07.30 Op fiets, zonder licht. 07.31 Politieagenten vlak voor station houden razzia onder de fietslichtlozen. 07.32 Me laten verleiden tot vreselijk cliché. 07.33 "Zeg, moet u geen boeven vangen?" 07.39 Zwetering van het rennen de trein in, duffe snorren zijn mijn reisgenoten. 08.40 Bijna omver gelopen worden door knol van vrouw. 09.00 Geen docent. 09.30 Geen docent. 10.00 Docent ongeluk gehad, ligt in ziekenhuis. Schijnt ernstig. 10.01 Bedenken: "En ik zeiken over fietslampen, trein en knol." 11.00 Drinken van de kop koffie die er net één teveel is. 11.30 Nog een kop koffie. 11.50 Wachten op de trein van .07. 11.55 Telefoon voor koffie Schipper. Schipper kan alleen NU op boot. 12.00 Denken: "Hoef heus geen koffie op die stomme boot." 12.05 Bedenken dat ik iets op school had moeten afgeven. 12.06 Item in tas vinden. 12.07 Trein arriveert, ik verlaat perron. 12.14 Jolige congiërge repareert schuifdeur. 12.23 Zwetering in trein. Reisgenoten eten allen uit knisperende zakken. 13.20 Schelden tijdens koffie bij Jnnk. 13.50 Met Jnnk stukje opfietsen, stad in. 13.55 Zeggen: "Misschien ga ik wel mee naar Morrissey". 15.56 Denken: "Ik heb geen geld." 13.57 Zeggen: "Nee, ik ga gaten in de muur boren." 14.00 Mijn boor halen bij de broer. 14.15 Eerste seizoen Sopranos van de broer en zijn vrouw meekrijgen. 14.20 Bij Van Der Stad schroeven, pluggen en ophangding uitzoeken. 14.25 "En doe ook maar een rol ducteep." 14.26 "Doe toch maar niet, heb niet genoeg geld." 14.27 Gematst worden door Van Der Stad-meneer. 14.28 Zeggen: "U maakt mijn dag helemaal goed!" 15.00 Boor blijkt niet door geplande muur te kunnen. 15.01 "Godver!", roepen. 15.08 Besluiten de zooi maar gewoon te laten liggen. 15.09 Sneu een halve bak ijs leeg eten. 15.17 Maik bellen om morgen klopboor te lenen. 15.19 Jnnk die belt: "'n Afbeller, je mag voor 20 euro mee." 15.20 Roepen: "Hoei! Het lot bepaalt!" 15.30 Dansen door kamer op Lily Allen. 15.50 Weblogstukje tiepen. 16.04 Per ongeluk op 'save' drukken in plaats van op 'bold', terwijl stuk nog heul niet af is. "Kut!" roepen. 16.06 Denken: "Whatever. Ik ga naar the Mozz." 16.40 Nu voor de echt op 'save' drukken. 16.41 Zeggen tegen zelf: "En nu douchen, wief, je stinkt!"
"Nee, dat wil ik echt niet."
"Nee, dat weet ik."
"Echt, het hoeft niet. Echt niet. Heus niet."
"Jij bepaalt niet of ik dat wil doen of niet."
"Dat ik zo arm ben, nou ja, dat is niet jóúw verantwoordelijkheid."
"Mens, stel je niet zo aan."
"Nee, maar..."
"Daarbij heb ik hem al besteld."
"Niet!"
"Nee, maar bijna."
"Ik heb het gevoel alsof ik een prijs win!"
"Besteld!"
"Niet!"
"Wel. Besteld."
"Niet! Held!"
Ik kan het gewoon niet g'loven! Pepeyn heeft me gesponsord voor een nieuwe tiepmachine...
Kijk, zo voel ik mij nu:
En dan hops ik er ook nog bij op mijn stoel.
Er mag wild door de ruimte gedanst worden.
Ook is het toegestaan om op de melodie van de viool met gespreide armen rondjes om uw as te draaien. De ondergetekende is niet aansprakelijk voor het eventueel omver meppen van meubelstukken.
***
"My young bride
Why are your shoulders like that
Of a tired old woman
My young bride
Why are your fingers like that
Of the hedge in winter
Polonaise in winter
Snowshoes and hunters
Carry the goods in for you
Darkness and forest
Grant you the longest
Face made for porridge and stew
My young bride
Why aren't you moving at all
Helps to make the day seem shorter
My young bride
Why aren't you keeping with you at all
The ones who really love you " Midlake Young bride
"Wat zit jij op mijn stoep?"
"Nou, gewoon."
"Het is goddomme één uur. Ik ga meteen naar bed."
De hooiman drentelt achter me aan de gang in.
"Ik ga echt meteen naar bed", zeg ik.
"Jajajajajaja. Ik wilde gewoon nog duuzend en één dingen doen thuis. Dat was het plan toen ik op de fiets naar huis."
"En dat rijmt. Maak je zin eens af. Jij maakt nooit je zinnen af."
"Ik wil een boek. Of een film. Of een toneelstuk. Of een gedicht. Of allerlei dingen die iedereen kan lezen. Maar dan is het thuis weer zo'n puinzooi. Ik dacht, jij bent vast wel thuis. Dan ga ik toch gewoon naar jouw huis? Toch?"
"Ik ga naar bed."
"Mag ik niet even bij jou tiepen? Heel even."
"Jij tiept nooit. Ik tiep. Jij niet. Nou, hup. Ik wil m'n pyjama aan."
"Maar wat dan met mijn boek?"
"Wat nou, jouw boek. Jij doet geen boek."
Ik loop de badkamer in.
De hooiman positioneert zich ondertussen achter de typemachine die op mijn eettafel staat.
"Het gaat over de liefde! En dat dat dan niet gaat!", roept hij vanaf de gammele keukenstoel waar hij op is gaan zitten. Ik ben benieuwd of de poten het houden.
"Het gaat altijd over de liefde", roep ik hem toe met mijn mond vol schuim "dat is helemaal niet interessant."
"Jawel!", roept de hooiman en ik hoor hem een vel papier in de machine draaien "het gaat over de ware."
"Niemand gelooft nog in de ware", ik spuug in de wasbak "en jij tiept niet."
"Gooi die asbak eens leeg", roept de hooiman "hij stinkt."
Ik hoor de toetsen gaan.
"Ik moet douchen!"
Ik doe de deur op slot.
Als ik de badkamer uit kom liggen er vier vellen papier opgefrommeld naast de typemachine.
"Ik ga nu echt naar bed, lief", zeg ik terwijl ik over zijn schouder lees.
"Mag ik nog even door?"
Hij heeft al één regel.
Ik zucht.
Er staat: Als een hart een hart is, dan zou het toch moeten kloppen.
De hooiman zucht.
"Toe?", zegt hij "ik heb de thermostaat al omhoog gedraaid. Ik had kouwe vingers."
De asbak is leeg.
Ik kruip in bed.
Mijn mond is droog, ik slaap niet graag met de verwarming aan.
Door de muur klinkt het tikken van de toetsen.
Ik ben benieuwd.
Als een hart een hart is dan wordt het hard werken, hooiman.
Hart voor de goede zaak.
Laten we hopen dat we het hebben, dat hart.
Snel even een stukje, geheel in thema, voordat ik met de broer, die d'n Lee's, die ook nog eens zingen moet, en mijns leven gaat redden vanmiddag, naar de popquiz in Ekko ga, die gemaakt is door P de DJ en zijn kompaan.
En ik hou helemaal niet van komma's!
Afijn, de broer gaat dus ons leven redden tijdens het popquizen.
Wij, de dames, weten ook heus wel wat, maar helaas vevallen we maar al te vaak in een "Oh! Ja! Nee! Ik weet het wel! Ach! Wat is dit nou ook al weer? Nee! Niks zeggen... Ik weet het wel."
Zodoende.
Dus!
Nu!
Een lijstje.
Ik hou van lijstjes.
Een top 5, in willekeurige volgorde, van platen die al verscheidene malen mijn leven hebben gered.
Met natuurlijk een gedeelde vijfde plaats. Oh. Ja. Die vijfde plaats is dan weer niet willekeurig.
1. Where you been? Dinosaur Jr
2. Heaven or Las Vegas Cocteau Twins
3. When the pawn Fiona Apple
4. Chutes too narrow the Shins
5. Gentlemen the Afghan Whigs
5. Stop making sense Talking Heads
Ik droomde zelfs vannacht dat ik aan de X-factor meedeed en dat ik Start chopping van Dinosaur Jr zong en dat ik de tekst helemaal niet meer wist.
Wat echt onzin was.
Want ik ken dat nummer uit mijn hoofd.
En nou moet ik gaan rennen.
Anders mis ik de trein.
Het regent weer.
En de hooiman en ik staan met een grote zwarte paraplu langs de weg, het verkeer raast voorbij.
Grote plassen water in de goot aan onze voeten.
Zei ik al dat het verkeer raast?
Het verkeer raast.
We staan daar al een tijdje.
Een uur, en we zijn nat tot op ons ondergoed.
We zaten met een kop koffie op de verwarming voor het raam.
"Mijn leven is nutteloos", zei de hooiman.
"Je was toch verliefd?", vroeg ik.
"Ach ja", zei de hooiman "heb je ook bier?"
"Jij houdt niet van bier."
"Nee."
"Het is pas net middag."
"Ja."
"Verliefd zijn is nutteloos", zei de hooiman.
"Ja", zei ik "er is wel meer nutteloos."
"Ik kreeg drie kussen toen ik haar gister zag."
"Tegenwoordig weet ik ook niet meer hoeveel kussen ik iemand moet geven. Drie of één."
"Op mijn wang."
"Gewone?"
"Ja, gewone."
"Oh."
"Ja."
Buiten stond een mevrouw in een mantelpakje op het stoplicht te wachten en een vrachtwagen sproeide een laag water over haar heen. Met haar handen wreef ze het water uit haar ogen. Het mocht niet baten, haar kleren bleven nat. Het stoplicht sprong op groen.
"Dat is nogal vervelend als je nog naar een sollicitatiegesprek moet", zei ik.
"Ja", zei de hooiman.
We waren even stil.
"Ik heb geen sollicitatie", zei de hooiman.
"Ik ook niet", zei ik.
Met een paraplu staan we langs de weg voor mijn huis.
"Zeg! Gaan jullie nog wat nuttigs doen?", roept het meisje vanuit de deuropening. Ze heeft de kraag van haar trui naar haar kin getrokken.
"Nee!", roepen wij.
Ik draag mijn rubberen laarzen en de hooiman heeft zijn werkschoenen met stalen neuzen aan, dat wel. Natte voeten een uur gaat wel erg ver. Buiten dat vonden we het verstandig om zoveel mogelijk wol aan te trekken. De hooiman heeft een wollen pull-over en een wollen borstrok. Ik vond nog een oude pantalon op zolder en die heeft hij dan ook maar aan gedaan. Ik draag een groene wollen jurk, een maillot en ik heb een muts op.
Als er even geen verkeer rijdt horen we de regen op de paraplu tikken.
"Het jeukt", zegt de hooiman.
"Nogal", wil ik zeggen, maar lijn 8 naar Weurt sproeit een fontein recht in mijn knijter.
"Ik voel me klote!", roept de hooiman.
"Ik ook", roep ik terug, "en het is zó niet nodig!"
"Hoei!", roepen we bij de volgende vlaag.
Het nut der dingen kan wat ons betreft de klere krijgen.
De vreselijk natte klere.
Ik ben zo onrustig.
Onrustig.
Zei ik onrustig?
Ja, ik zei onrustig.
Ik bedoel ook onrustig.
God, wat ben ik onrustig,
Echt, zó onrustig.
Ik wor' d'r nie' goed van, zo onrustig.
Ik zit maar op mijn stoel te hopsen.
En ik moet nog zoveel doen.
God, wat ben ik onrustig.
En zo moe.
God, wat ben ik moe.
Ik wil gewoon liggen.
Op de vloer.
Gewoon op de vloer.
Maar ik moet dingen doen.
En ik moet nog weg.
En ik moet morgen naar Rotterdam.
En ik moet nog typen.
En ik moet nog typen.
Mag ik naar bed?
Nee, ik mag niet naar bed.
Ik moet dingen doen.
Ik ga dingen doen.
Ik moet maar aan de drank.
Nee.
Thee.
Kamille-thee.
Bah.
Ja.
Kamille-thee.
Ja.
Bah.
"It's autumn in Gothenburg
I'm walking home to my suburb
Rain falls hard on the city
on every homeless kitty
Oh please god bring relief
even if it's only brief
that she said that we were just make-believe
but I thought she said maple leaves
So we talked for hours
and you cried into my sheets
you said you hated your body
that it was just a piece of meat, I disagreed
I think you're beautiful
but it's impossible
to make you understand
that if you don't take my hand
I lose my mind completely
Madness will finally defeat me
She said it was all make-believe
but I thought she said maple leaves
and when she talked about a fall
I thought she talked about a season
I never understood at all
I thought she said maple leaves
and when she talked about about the fall
I thought she talked about Mark E Smith
I never understood at all
I never understood at all
I never understood at all"
"Ach, ik weet niet hoe het zit met echte verliefdheid."
"Echte."
"Als ik verliefd ben, nee, me verliefd voel dan heeft dat meestal met hiërarchie te maken. Met dat ik iemand wil die mij niet wil."
"Of minder wil."
"Of minder. En als die ander mij dan wel weer wil, dan dub ik constant."
"Mensen zijn rotwezens."
"Ik vertrouw dat gevoel niet meer. Niet bij mezelf. Mensen zijn alleen maar bij elkaar omdat ze niet alleen willen zijn."
"Een hond houdt gewoon van je als je 'm voert."
"Als je 'm niet naar buiten schopt als het regent."
"Misschien ben ik wel een hond."
"Een bange hond."
"Ja."
"Ja."
Ik ren van hot naar haar, de laatste dagen.
In de regen.
Ik snotter vandaag.
En nu zie ik dat precies in deze week u zich met steeds meer iedere dag op dees' site bevindt. Dus toen ik me gister hijgend, door al dat geren, aan een lantaarnpaal had vast geklampt, begon ik me ineens af te vragen hoe u er nu eigenlijk allemaal uit ziet.
Zit u in uw pyjama achter de pc?
Op het werk met koffie?
Is het stoffig bij u?
Of juist fris?
Eet u boterhammen met roomboter en marmite?
Heeft u haast?
Voelt u zich een beetje zweterig?
Ik heb haast.
Ik ga weer verder.
Op weg naar hot.
Nee!
Naar haar!
"Leave me out with the waste
This is not what I do
It's the wrong kind of place
To be thinking of you
It's the wrong time
For somebody new
It's a small crime
And I've got no excuse
Is that alright with you?
Give my gun away when it's loaded
that alright with you?
If you don't shoot it how am I supposed to hold it
Is that alright with you?
Give my gun away when it's loaded
Is that alright with you?
with you.
Leave me out with the waste
This is not what I do
It's the wrong kind of place
To be cheating on you
It's the wrong time
but she's pulling me through
It's a small crime
And I've got no excuse
Is that alright with you?
Give my gun away when it's loaded
Is that alright with you?
If you don't shoot it how am I supposed to hold it
Is that alright with you?
Give my gun away when it's loaded
Is that alright
Is that alright with you?
Is that alright?
Is that alright?
Is that alright with you?
Is that alright?
Is that alright?
Is that alright with you?"
Het lastigste tot het laatste uitgesteld.
't Eind had ik al, nu alleen de twee vóór het einde nog.
En tien scènes voor een eenakter is misschien wat lang.
Ach ja.
Voor wie 't interesseert: een scène die ik best goed uit de verf vond komen.
***
Oh ja. Het gaat over Marco, een dikke jongen in een rolstoel, en zijn moeder. Ze leven van het geld dat Marco verdient met het winnen van eetwedstrijden. Sinds kort bewoont Fem het huis naast hen, nadat ze haar geweldadige ex verliet.
Over een twee dagen heeft Marco een belangrijke wedstrijd en Marco en zijn moeder hebben net ruzie gehad.
Als deze scène begint is het donker.
***
4. Er klinkt herrie door de muur. Er valt iets, er wordt met een deur geslagen. Stemmen door een muur, geschreeuw. Weer het slaan van een deur.
Licht.
MOEDER
Hè, gezellig.
Fem heeft bezoek.
Marco zit aan tafel. Er staat een glaasje melk voor hem.
Moeder zit naast hem en streelt zijn haar. Hij neemt een slokje. Moeder geeft hem een kus.
De deurbel gaat.
Moeder staat op en loopt af.
Moeder komt weer op en loopt direct door naar de keuken.
Fem komt op met een koffiekopje. Haar mondhoek bloedt.
Marco staart naar Fem.
FEM
Kopje suiker.
MARCO
Ik...
Cake?
FEM
Je keek?
MARCO
Mijn cake?
FEM
Er valt niet veel te kijken, met hoe ik er bij loop.
Met dat kijken ben ik wel klaar.
Keek. Niemand keek.
Iedereen draait altijd maar gewoon het hoofd om.
MARCO
Iedereen kijkt juist altijd.
Iedereen loopt altijd om te kijken.
Voor mij loopt iedereen altijd maar te bakken.
Net alsof je een electricien een spanningszoeker kado geeft.
Stilte.
MARCO
Ik hou van Johnny Cash.
Ik hou van alles van het Sunlabel.
Elvis.
FEM
Elvis.
MARCO
Ja, en Elvis.
Elvis vrat zich dood.
Stierf alleen.
Ik heb geen Elvisplaten.
FEM
Ik heb een kuub.
MARCO
Je hebt bloed op je mond.
FEM
Wil je dat ik er een voor je mee neem?
Ik neem er wel een keer een voor je mee.
MARCO
Wil je een doekje?
Moeder komt op met drie pakken en een blik.
MOEDER
Wil je gewoon, of candij, of riet?
Ik heb ook zoetstof.
Ik weet eigenlijk ook niet waarom ik zoetstof in huis heb.
Van zoetstof raak je aan de diaree.
Je wilt vast geen zoetstof.
MARCO
Ze gaat een cake bakken.
MOEDER
Wil je dan basterd?
Ik heb nog basterd.
Die is wel wat hard.
In een zakje.
Zakje niet goed dicht.
FEM
Ik heb genoeg basterd thuis.
Gewoon is goed.
Voor in de thee.
Moeder gaat met de suiker in de weer.
Stilte.
FEM
Ik heb eigenlijk ook geen thee.
MOEDER
Gewoon is goed.
Ik heb genoeg gewone. Hier.
Is één kopje wel genoeg voor een cake?
FEM
Thee.
MARCO
Oh, thee. Ik dacht cake.
MOEDER
Ach, nou ja, voor een kleine cake is één wel genoeg. (tegen Marco)
Ik zou voor jou ook weer eens een cake moeten bakken.
Dat is lang geleden, niet lief?
Dan likte je de kom uit. (tegen Fem)
Toen paste zijn hoofd nog precies in de beslagkom.
Het is zo'n dotje.
Moeder zoent Marco op zijn hoofd. Marco trekt zijn hoofd weg.
MARCO
Ja, Elvis lijkt me fijn.
MOEDER
Kijk, hij is verlegen als zijn moeder hem zoent.
MARCO
Ik ben helemaal niet verlegen.
Moeder aait Marco opnieuw. Marco slaat haar hand weg.
MOEDER
Welles!
Moeder lacht. Fem lacht ook. Marco niet.
Stilte.
FEM
Thee.
MOEDER
Juist. En geen cake.
FEM
Nee.
MOEDER
Nee.
Stilte.
FEM
Ik moest maar weer eens.
MOEDER
Je kunt bezoek niet te lang laten wachten.
FEM
Ik kom gauw Elvis brengen.
MOEDER
Heel goed, kind.
Kom, dan zwaai ik je even naar je deur.
Moeder en Fem gaan af.
Marco slaat in een teug zijn melk naar achter.
Donker.
Steeds die Sleepy Hollow-wolken boven de huizen. Het lijkt oktober. Ik hou van oktober.
En dan met een paraplu de fiets laten staan.
***
Vandaag geen mooischrijverij.
Neen!
Driewerf neen.
Het meisje dat op dinsdag het bier schenkt is brak.
"Wat is er met je ogen gebeurd?", werd me gevraagd.
Dank u wel.
Ondertussen knars ik even paracetamolletjes als pepermuntjes.
Is goed?
***
Iedereen stonk vandaag in de trein.
***
Ik moet nieuwe schoenen.
Mijn schoenen stinken als ze nat worden.
En daarbij, wie draagt deze nog?
Niemand toch.
Soms noemen mensen het al mijn handelsmerk.
Ik weet helemaal niet of ik dat wil.
Nieuwe schoenen.
***
Zometeen op de bank.
Een poging doen om een liter caramelijs
naar binnen te werken en the Notebook kijken.
(Natuurlijk geen Ben & Jerry's ijs, want dat is veels te duur en veels te weinig.)
En Waltz natuurlijk.
Ik hou van Waltz!
***
Feestje bij Babiche. Met studiegenoten, snert, glühwein en veel gepraat. Ik kan met geen mogelijkheid uitleggen hoe wij met elkaar praten. Alsof we al pratend een toneelstuk aan het doen zijn.
Daarna nog naar Tivoli.
Met bier.
En sigaretten.
Een ding is zeker.
Ik drink niet meer.
Nooit, wat ik u brom.
Nooit.
Hoort u mij?
NOOIT!
***
Ik hou van Dinosaur Jr en vooral van Where you been.
Zó pijnlijk mooi, dat ik het draaien van de plaat absoluut niet aan kan als ik me slecht voel.
Ik draai al dagen Where you been.
***
"I don't see you, I won't call you I don't know enough to stall you Is it me, or is it all you? Guess, it's on and on On a day, maybe I'd show you But it's the least of all I go through But the thing is I don't know you And it's on and on Trembling words Don't make my eyes close And if anyone then you'd know I can't find out 'cause it won't show And it's on and on Every dream is shot by daylight And I pray that maybe you're right But if you don't, maybe I might 'Cause it's on and on When it takes too long I lose it I'll just hang while you abuse it
If you knew then why'd you choose it 'Cause it's on and on You're not gonna get me through this are you You're not gonna get me through this are you Anytime I'm there to show you But if it takes too long I know you Out the door just leavin' me screwed And it's on and on Everytime I try to fight it It's so hard to seem excited And if you don't turn I'll bite it And it's on and on You're not gonna get me through this are you You're not gonna get me through this are you I don't see you, I won't call you I don't know enough to stall you Is it me, or is it all you? Yes, it's on and on Every dream is shot by daylight And I pray maybe that you're right But if you don't maybe I might Cause it's on and on"
"En dan tel ik alles bij elkaar op. Al die jaren, al die mannen. Ik bedoel, ik wist het altijd zo goed. Ik had altijd raad, maar ik weet het niet meer. Als ik het bij elkaar optel."
Ik poleer een wijnglas en ik luister.
Haar sigaret brandt weer op in de asbak en de rook kringelt in haar gezicht. Ze merkt het niet.
Als ze praat klinkt het als zingen. Haar stem kraakt, alsof ze vroeger veel zong. Haar stem klinkt als zingen.
Ze heeft alweer een nieuwe aangestoken.
Misschien moet ik maar wat zeggen.
"Het lijkt altijd of er een formule is, toch mevrouw?", zeg ik "dat er een punt komt waarbij je alles op kunt tellen en dat je dan alles snapt. Dat u dan alles zou snappen. En dat punt is er niet."
"Al lijkt dat zo."
"Ja, dat lijkt altijd zo."
"Hoe je het ook wendt of keert, je zit gewoon in je eigen hoofd. Daar verandert een man niets aan."
Ze zucht.
Ik steek ook maar een sigaret op.
Aan een tafeltje in de hoek zitten nog twee mannen met een whiskey. De koopavond-mensen zijn al weg en verder is de bar leeg. Ze stampt haar citroentje in het lege glas.
"Doe me er dan nog maar één. Nu ik hier toch ben."
Ik begin een gin-tonic voor haar in te schenken. Ik doe het met zorg. Ze komt hier zo af en toe. Ze is lief. Ze heeft altijd het zelfde liedje.
"Als het jagen stopt en het zoeken niet meer hoeft dan zie ik alleen nog maar hem. Ik was altijd alleen als ik met hem was. Ik zocht het om alleen te zijn en toen was hij daar ineens. Met zijn niets en zijn leeg."
Een koppel komt binnen en er waait een vlaag door de zaak. Ze kijkt op. Het koppel kijkt rond. Ze fluisteren in elkaars oren en vertrekken weer.
"Koppels maken me aan het kotsen", zegt de dame.
"Mij ook, mevrouw, geloof me. Mij ook."
"En hij liet me. Ik zat in de hal, had ik je dat al eens verteld? Ik zat in de hal van een duur hotel."
Ze zwaait haar arm naar achter. Puft rook terwijl ze spreekt.
"Ach, hij was zo rijk. Hij was zo knap. En de bank was zacht en rood en hij was weg. Ineens. We zouden een weekendje naar Antwerpen. Ik zat daar maar in dat hotel en hij kwam niet."
"Nee, dat had u nog niet verteld."
"Ik dacht dat ik hem niet nodig zou hebben."
"En had u hem dan nodig?"
"Nee. Ik had hem niet nodig. Het is alweer zo lang geleden."
We zijn even stil.
Ik durf niet naar de spoelbak te lopen. Het vuile glas stapelt zich op.
"Is het lang geleden?", vraagt ze "het lijkt zo lang geleden."
"Het is toch juist fijn?", zeg ik "dat u hem niet nodig had? Daar verandert dat pluche niks aan. Pluche doet toch geen pijn?"
Ze neemt een slok.
"Het is de gin", zegt ze "die maakt een hoop goed."
Ik weet een boel one-liners. Ik werk hier al lang. Al vijf en een half jaar. Of is het zes? Ach, hoe lang al?
"Drank maakt meer goed dan liefde stuk kan maken", zeg ik.
"Natuurlijk had ik hem niet nodig. Ik heb nooit iemand nodig gehad. Daar gaat het niet om. Het gaat om het zoenen. En dat het overgaat, meisje. Het gaat altijd over. En dan worden het kussen op de wang. Drie. En op een dag hoef je op straat alleen maar nog even te zwaaien."
"Ja", zeg ik.
"Hij is het nooit aangegaan. En we zouden naar Antwerpen. Maar hij is het nooit aangegaan."
"Ja", zeg ik.
"De mensen zeiden altijd dat ik me niet zo aan moest stellen. Achteraf bleek dat ik gewoon gelijk had", zegt de dame en ze pakt mijn hand "ik had steeds gelijk. En toch brak ik steeds mijn hoofd. We zitten steeds in ons eigen hoofd."
"Ja", zeg ik "we zitten steeds in ons eigen hoofd."
Ze drinkt de laatste slok uit het glas. Het gaat snel.
Te snel.
Ik denk niet dat het nog helpt.
"Mevrouw, het wordt tijd."
"Ja, ik weet het. Ik ga weer op huis aan. Het is al lang tijd."
Ik maak de rekening op.
Ze heeft een jas en handschoenen en een dikke sjaal en ze lijkt klein, nu. Ze loopt naar de deur. Een jongen in een trui van een metalband komt binnen met een meisje. Hij houdt de deur voor haar open. Ze legt even haar hand op zijn arm als ze hem bedankt.
De jongen en zijn vriendinnetje gaan aan een lege tafel zitten.
Ze kussen.
Ik neem nog een trekje van mijn sigaret. Het wordt tijd.
Ik ga zo maar dicht.
Genoeg wijsheden voor vanavond.
Ik ruik mijn bed.
Ik geloof het niet meer.
Vanavond niet meer.
Misschien morgen.
En ik hoop bij god, morgen misschien weer.
Misschien morgen.
Pepeyn, Ina en mijn lievelings-ex-die-eigenlijk-meer-een-vriend-is-dan-een-ex-en-dat-is-eigenlijk-dan-ook-meteen-de-reden-waarom-hij-ex-werd-en-geen-vriendje-meer-was-en-daardoor-ook-een-lievelings-kan-zijn-want-het-is-toch-anders-dan-een-ex-ex-zeg-maar hebben een filmpje gemaakt voor de telefoongids.
En daarin is de lievelings-ex de sinterklaas.
De ex is gewoon de sinterklaas. In een filmpje de sint.
Sinterklaas.
Mijn ex!
"Wat zing je?"
"Nou, niks. Gewoon."
"Wat zing je nou?"
Ik heb een emmer sop en een schrobber aan een stok.
In de badkamer ben ik bezig. Ik ben geen poetser, maar dit vind ik leuk en het meisje klaarblijkelijk ook. Om naar te kijken dan, zo blijkt. Ze is in de deuropening komen staan.
"Niks, gewoon. The Afghan Whigs."
"Wat zijn die Afghan Whigs?"
"Niks. Daar vind jij toch niks aan."
"Waarom vind ik daar niks aan?"
"Dat is oud."
"Hoezo zou ik niks aan oud vinden? Ik vind oud hardstikke leuk."
"Jij bent een klein meisje. Dit is vieze mannenmuziek."
"En dat vind jij fijn?"
"Ja, dat vind ik fijn."
"Hoe ken jij die dan?"
"Van mijn broer."
"Die vond dat leuk."
"Ja."
"En die gaf dat aan jou?"
"Nee."
"Nee?"
"Nee, die zei dat ik daar niks aan vond."
"Oh."
"Ja."
"Wat zingen ze dan?"
"Wat? Nu?"
"Ja, nu."
Ik loop naar de stereo. Ze kan het krijgen. Ze kan toch geen Engels.
"Nou hup dan, Pygmee. Luisteren."
En ik zing mee, met de stok als microfoon.
"Now, I'm okay. But in time I'll find I'm stuck. 'Cause she wants love and I still wanna...", roep ik en ik begin wild airguitar te spelen.
"Jij bent raar."
"Soms heeft een meisje dat gewoon nodig", zeg ik.
"Wat?"
"Vieze, stoere mannenmuziek. Met gitaren."
"Ik ben ook een meisje", zegt het meisje.
"Zeg, geef me die emmer eens. Hier, een spons en sop die wasbak eens af. Ik ga even the Smiths aan zetten. Da's veel meer wat voor jou."
Zo soppen we zingend de tegels en de vloer.
"Bigmouth, lalalalaaaaaaaaaaa."
Rustig aan beginnen. Dat zeiden mijn broers ook altijd.