"Hallo? Waar ben je?" hoor ik de hooiman vanuit de keuken roepen "je hebt nog geen koffie gezet!"
Ik lig met een dekentje op de bank en ik huil.
Het was het laatste wat ik deed toen ik vannacht naar bed ging (dronken, dat wel, dus dat telt eigenlijk niet) en vanochtend toen ik wakker werd.
Net ook onder de douche. Huilen onder de douche heeft zo weinig zin, bedacht ik mij terwijl ik met de straal in mijn nek mijn tanden probeerde te poetsen. En tanden poetsen krijgt ook een andere dimensie. Schuim prikt, kwijl niet.
"Ik ben hier," piep ik vanaf de bank.
De hooiman huppelt de woonkamer in.
"Ik ben verliefd!", roept hij, terwijl hij z'n armen uitstrekt.
"Heel erg verliefd. Ze heeft donker haar en blauwe ogen. En hele lange winpers. Als ze me zoent dan ontploft mijn buik. Ik wist niet dat ik dat kon, vlinders houden. Houden! Hebben is houden!"
Volgens mij moet de hooiman geen koffie meer drinken.
"Zet je nu nog koffie?", vraagt de hooiman.
"Volgens mij heb jij al genoeg koffie op", zeg ik vanonder het dekbed.
"Koffie? Koffie? Het is de liefde! Ik krijg ineens zoveel werk af op het werk. Vanochtend was ik om half zeven al uit de veren."
Ik kreun.
De hooiman dendert weer de kamer uit.
In de keuken hoor ik hem in de weer met koffiekan en kopjes.
"Zo", zegt hij als hij me een mok aanreikt "melk toch?"
Ik neem een slok. Mijn maag krimpt samen. Het lepeltje blijft nog net niet rechtop in de mok staan. Ondertussen is de hooiman mijn platencollectie door aan het spitten en af toe rent hij de gang op. Ik weet eigenlijk niet wat hij allemaal aan het doen is.
Hij moet vast veel plassen van al die liefde.
Is weer eens wat anders dan tranen.
"Waarom zit je eigenlijk niet in de keuken?", vraagt hij "je zit altijd in de keuken. Ik had net zo'n zin in soep."
"Ik heb pijn", zeg ik.
De hooiman kijkt naar mijn volle mok die koud is geworden naast de bank.
"In je buik? Ben je ziek?"
"Overal."
Het is even stil. De hooiman houdt zijn hand tegen m'n voorhoofd.
"Je bent helemaal warm."
"De schipper is weggevaren", zeg ik "hij komt niet meer terug."
"Ach, de vorige keer kwam hij ook gewoon weerom."
"Nee, deze keer niet. Ik heb het hem gevraagd. Hij zei dat hij niet meer terug kwam."
Ik begin weer te huilen.
"Ach", zegt de hooiman "ik heb je nog nooit zien huilen."
"Ach", zeg ik "maak maar een foto."
"Ach", zegt de hooiman.
Ik huil harder nu. Ik kan niet meer zo goed praten.
"Ach", zegt de hooiman en hij tilt me met deken en al op.
Met mij als een bundeltje lappen in zijn grote armen loopt hij met me de tuin in.
Ik word gewiegd, want zijn lijf dat schommelt zo fijn.
Eenmaal buiten blijft hij staan.
Er schijnt wat zon op mijn gezicht.
En zo staan we daar, buiten in de wind.







Wat mooi.
Alsof ik t voel, zo waar ...
ja, echt heel mooi...
vanonder mijn deken
huil ik een beetje me je mee.
ach welnee. dit zijn mijn tranen.
Ach.
Oh en. Weet je wie wel een beetje helpt?
Damian Rice. Al huil ik dan wel steeds een beetje harder. Dat ook.
De warmte in je rug, van schepen die achter je liggen te branden, is vaak heel aangenaam. Het zijn vooral die eerste honderd schroeiende meters die pijnlijk zijn.
XXX
P
wel, eh, nou ja goed dan er moet iemand de klootzak zijn die het zegt: uw lijden heeft wel een geweldig mooi stukje opgeleverd waar u zeer trots op mag zijn. Kortom, van mij mag u nog even ziek enzo zijn - niet te lang natuurlijk, ik ben de slechtste niet maar u weet dat het uiteindelijk allemaal goed komt dus hou dat gewoon in gedachten - wat dacht u van nog een stukje of 3?
'k heb het gisteren al gelezen, maar de hele nacht zoemde de hooiman nog door mijn hoofd, met jou in zijn armen, buiten, in een dekentje.