De hooiman zit in bad. Hij is een beetje ziek. Ik zit op een krukje en ga af en toe met mijn handen door het schuim. De hooiman houdt van veel schuim.
"Ik hou van veel schuim", zegt de hooiman "al wordt mijn huid er wel een beetje droog van. Ik kan niet te vaak in een bad met schuim."
Ik blaas wat vlokken naar zijn hoofd.
"Sop", zegt de hooiman en hij niest.
De hooiman is een beetje triest. Maar de hooiman is altijd een beetje triest.
Het past eigenlijk helemaal niet bij zo'n grote man.
Die middag regende het pijpestelen toen de bel ging. Toen ik de deur opendeed stond hij zijn neus te snuiten. Hij had zijn hoofd begraven in de opgezette kraag van zijn spijkerjackje en het regenwater liep in straaltjes van de zoom. De hooiman heeft een breed bovenlijf en hele korte beentjes. Zijn broek was nog helemaal droog.
"O, daar ben je al", zei hij toen hij de zakdoek van zijn gezicht haalde.
"Koffie?", zei ik.
De hooiman nieste. Hard. Zonder zijn hand voor de mond te houden.
"In bad dan maar?"
Ik veegde de druppels van mijn hoofd.
"Ik ben een beetje ziekig", zei de hooiman.
"Met schuim?"
De hooiman speelt een beetje met het sop.
"Eigenlijk past het van geen meter."
De hooiman is veel te groot voor mijn badkuip. Ik woon klein.
"Ik woon gewoon klein", zeg ik "dan past er ook geen groot bad in."
"Nee, wij."
"Wij passen niet?"
"Nou ja, ik werk op de bouw. Jij zit de hele dag achter je tiepmachine."
"Dat is gewoon verschillend. Dat wil nog niet zeggen dat het niet past."
"En ik heb de hele dag de drang om te praten. Om bij iemand te zijn."
"Ik praat toch ook graag. En daarbij, pas heb je een keer twee dagen niet gebeld."
"Toen wilde ik alleen zijn."
"Nou dan."
"Maar dat wil niet zeggen dat ik dan niet de hele dag aan andere mensen zit te denken."
"Je bent gewoon beetje sip. Dan neem je alles zo zwaar."
"Dan denk ik aan iedereen en dan weet ik gewoon dat iedereen niet de hele dag aan mij loopt te denken."
Ik droog mijn handen aan mijn rok en kijk naar de tegels. De tegels zijn vies.
"Ik weet dat ik gelijk heb. Je kijkt weg."
"De tegels moeten schoon", zeg ik.
"Het is heel frustrerend, weet je dat? Dat weet jij niet."
Ik zucht.
"Wat is frustrerend?"
"Dat ik altijd bezig ben het iedereen naar de zin te maken. Jou ook. En niemand merkt het."
"Ik ben heus niet niemand. Ik ben gewoon anders dan jij."
"Dat zei ik net. Zie je wel, je luistert helemaal niet naar me. Ik zeg net dat wij niet passen."
"Het is heus niet dat ik het niet merk."
"We passen gewoon niet. Ik vind dat heel stom. Dat wij niet passen."
Ik trek de stop eruit.
"Mijn sop!", zegt de hooiman.
"Nu is het wel weer genoeg" zeg ik en ik sta op.
"Ik ga koken. Jij met je sip en je sop."
Want soms moet de hooiman ook maar eens ophouden met dat gezeur.







Zo.
je schrijft met de dag strakker. ben helemaal fan. hou erg van je hooiman. alles komt goed, han.
je schrijft met de dag strakker. ben helemaal fan. hou erg van je hooiman. alles komt goed, han.