30 september 2006
Overal

Komt het allemaal goed?
Ach, er was een feestje bij huisgenote.
Er was een festival in Rotterdam.

En vanochtend zag ik een echte boer. Een ouwe meneer met een pet, een blauwe overall en gele klompen keek vanaf de weg, toen de trein waar ik in zat voorbij raasde. Hij leunde op zijn riek.
Een jongen vertelde dat hij soms graag in foetushouding huilde.
Niet op de bank of in bed, maar het liefst op de vloer.

Komt het allemaal goed?
Ach, er was een feestje bij huisgenote.
Er was een festival in Rotterdam.

Ik had een mooie jas aan en we aten tonijn in oestersaus, voordat we naar het festival gingen.
Soms moesten we vanwege de wasabi op de tafel slaan.
Ik zag vanavond een oude mevrouw die haar vingers likte en ze tegen een foto van Wilfried de Jong hield. Haar man had een dikke bril met hoornen montuur. Hij keek naar haar door de dikke glazen.

Komt het allemaal goed?
Ach, er was een feestje bij huisgenote.
Er was een festival in Rotterdam.

Het feestje mocht uitwijken naar mijn kamer, mocht er te weinig plek zijn.Voor ik wegging heb ik een cd met 25 liedjes van the Singing Detective op repeat gezet.
Het is nu vier uur en hij speelt nog.
Vera Lynn zingt We'll meet again.

Ach, er was een feestje.
Er was een festival in Rotterdam.
Komt het allemaal goed?
Komt het altijd?
Komt het altijd?
Ik dacht dat het, dat het altijd?

En Remco Campert zei dat hij vaak gewoon somber was.

Er was een festival in Rotterdam.
Ach, er was een feestje bij huisgenote.
Komt het allemaal goed?

Het komt allemaal goed.
Het bed roept.

***
Remco Campert
Lamento

Hier nu
langs het lange diepe water
dat ik dacht dat ik dacht dat je altijd maar
dat je altijd maar

hier nu
langs het lange diepe water
waar achter oeverriet
achter oeverriet de zon
dat ik dacht dat je altijd maar

dat altijd maar je ogen
je ogen en de lucht
dat altijd maar je ogen en de lucht
altijd maar rimpelend
in het water rimpelend

dat altijd in levende stilte
dat ik altijd zou leven in levende stilte
dat je altijd maar
dat wuivend oeverriet altijd maar

langs het lange diepe water
dat altijd maar je huid
dat altijd maar in de middag je huid
altijd maar in de zomer in de middag je huid

dat altijd maar je ogen zouden breken
dat altijd van geluk je ogen zouden breken
altijd maar in de roerloze middag

langs het diepe water
dat ik dacht
datt ik dacht dat je altijd maar
dat ik dacht dat geluk altijd maar

dat altijd maar het licht roerloos in de middag
dat altijd maar het middaglicht
je okeren schouder
je okeren schouder altijd in het middaglicht

dat altijd maar je kreet
hangend
altijd maar je vogelkreet
hangend
in de middag
in de zomer
in de lucht

dat altijd maar de levende lucht
dat altijd maar
altijd maar het rimpelende water
de middag
je huid
ik dacht dat alles altijd maar
ik dacht dat nooit

hier nu langs het lange diepe water
dat nooit
ik dacht dat altijd
dat nooit
dat je nooit
dat nooit vorst
dat geen ijs ooit het water

hier nu langs het diepe water
dacht ik nooit
dat de meeuw ooit de cipres
dacht ik nooit
dat sneeuw
nooit de cipres
dat je nooit meer

Uit: Rechterschoenen, De Bezige Bij, Amsterdam 1992

Excuus voor de aangepast lay-out van dit wonderschone gedicht. Maar ik ga op dit tijdstip van de nacht geen HTML-codes voor tabs zoeken... Excuus!

4:10


mooi hoor...

Ha, ik bedacht me later, zou er zoiets als jam op het gezicht van Wilfried hebben gezeten, of misschien glimde het kaal van zijn hoofd niet meer zo, dat ze daar verandering in wilde brengen.

Fijn log trouwens,

gr. WS





Naam
Email
Website
Onthouden?
Reactie (HTML is toegestaan):