30 september 2006
Jij ook altijd

"Ik dacht niet dat je altijd... Helemaal niet. Ik dacht alleen maar steeds dat je nooit..."
"Kom nou maar hier heen", zeg ik.
Ik hang op.
Er moet maar weer koffie worden gezet.
Sterke koffie.

"Ik hoef geen koffie", zegt de hooiman als ik met de koffiepot in mijn hand de deur open doe.
"Ik word de laatste tijd helemaal trillerig van koffie. Heb je iets anders?"
"Thee?"
Het blijft stil.
"Ik heb ook roosvicee. Met alleen fruit. Zonder suiker. Daar word je dun van."
De hooiman kijkt me aan.
Ik maak een glaasje roosvicee voor hem.

"Wat dacht je nou dat ik niet altijd? Dat ik nooit?", vraag ik
"Dan lig ik zo in bed en dan heb ik helemaal geen zin om op te staan. Dan lijkt het of ik alleen maar de dekens heb. En ik vergeet de laatste tijd zoveel. Niet van die grote dingen, maar woorden en namen. En wat ik gister deed. Dan lig ik in bed en dan weet ik niet meer wat ik gister deed. En dan wil ik er niet uit."
"Je bent er nu toch uit."
"Ik snap niet waarom je altijd voor me klaar zou staan. Ik dacht steeds dat je het nooit echt... Nou ja."
"Dat ik nooit wat?"
"Dat je het nooit echt op prijs stelt. Dat ik er ben."
"Hoe kom je daar nou bij?"
"Ik zeur alleen maar."
"Ik vind grote mannen die zeuren juist leuk, hier zo aan mijn keukentafel. Ik dacht altijd dat je was zoals je eruit zag, maar dat is helemaal niet."
"Log."
"Groot. Iemand met grote verweerde handen lijkt altijd niemand nodig te hebben. Ik vind het fijn als je hier voor de deur staat."
"Dacht jij altijd dat ik niemand?"
Ik vul zijn glaasje nog eens bij. Hij slurpt als hij drinkt. De hooiman heeft altijd dorst.
"Jij hebt ook altijd dorst."
"Ik drink soms wel een liter water per nacht."
Hij drinkt zijn glas leeg. Hij morst een beetje.
"Jij belt mij nooit om te vragen of ik roosvicee kom drinken."
"Ik bel je toch heus ook wel eens?"
"Jij belt mij nooit. Nooit", zegt de hooiman bits.
"Nooit?"
"Nooit."
"Ik dacht dat ik soms... Ik bel heus wel soms."
"Nee nooit. Ik altijd", de hooiman kijkt nu zelfs boos.
"Nou zeg."
Het is even stil. De hooiman houdt zijn glas aan zijn mond om de laatste druppel roosvicee zijn naar binnen te laten lopen.
"Ik bel jou nooit."
"Nee", zegt hij in zijn glas. Het beslaat.
"Nee, natuurlijk niet."
De hooiman kijkt op. Hij wil het glas op weg zetten, maar het blijft halverwege de tafel in de lucht hangen.
"Natuurlijk nooit?"
"Als ik jou steeds zou bellen dan kan ik hier wel koffie en roosvicee aan blijven slepen. En wat te denken van al dat bier dat jij verstouwt 's avonds. Ik zou bankroet gaan. Door al dat vocht dat jij altijd."
"Ik... Maar.."
De hooiman kijkt me aan. Hij zet het glas met een klap op tafel.
"Jij ook altijd!", roept de hooiman. Ik lach.
"Ík ook altijd?", roep ik terug.
Ik spring op zijn schoot. Ik sla mijn armen om hem heen en hij slaat die grote van hem om mij. Ik begraaf mijn hoofd tussen zijn nek en zijn schouder. De hooiman zucht.
"Jij ook altijd."

12:54


Je maakt me blij met dit verhaal!

Mij eigenlijk ook.

check





Naam
Email
Website
Onthouden?
Reactie (HTML is toegestaan):