Het begon met de zon op mijn gezicht.
***
Door een seinstoring moest ik omrijden en belandde ik in een boemeltrein tussen Den Bosch en Nijmegen. Ik kwam tegenover een mevrouw met krukken te zitten ("als in pijne benen krukken, niet als in die van de bar", zei ik vanmiddag tegen d'n Lee tijdens een koffie-tik op het terras) en moest wegens haar gestrekte been schuin op de bank hangen. Ik wil namelijk altijd bij het raam. Ze kon er wel om glimlachen, de mevrouw. Zo hing ik tegen het raam, keek ik naar de koeien en het gras.
Ik sliep vóór Rosmalen. De warme zon op mijn gezicht, het rollen van de wielen over de rails.
***
Na het terras thuis gekomen at ik een boterham voor de televisie (ik heb inmiddels mijn kabelplug weer terug gekregen van huisgenote). Zappend langs de kanalen, bemerkte ik dat ik Days of Our Lives nog steeds kon volgen, terwijl ik het zo eens per jaar kijk. Maar in principe is dat niet zo vreemd. De Sami-Lucas-Austin-verhaallijn sleept al sinds 1996, om maar een voorbeeld te noemen.
(Ach, hoe zoet is de herinnering aan de tijd dat Marlena bezeten was door een kwade geest...)
***
Toen ineens was daar Frans Bauer op de koffie bij Catherine. Bauer was ontroerd na het zien van een filmpje met een vroegere klasgenoot. Catherine vroeg wat er in hem om ging.
"Sommige mensen worden emotioneel als er iemand dood is. Maar ja, ik vind dít dan wel weer iets aparts hebben."
Ik heb hardop "wauw!" geroepen.
Ik noem dat een kadootje.
***
Later die avond fietste ik zonder jas naar de Albert Heijn. Dat kon nog best. Halverwege besloot ik om te fietsen, in plaats van naar de Albert Heijn de gaan. Dat was fijn.
***
In de Albert Heijn stond een vakkenvuljongen voor het rek met pindakaas en stroop. Ik denk dat hij een jaar of vijftien was. Hij had een doos Marmite in zijn armen. Hij tuurde naar de rijen potjes op de schappen. Ik pakte een blik stroop. Hij tuurde nog steeds. Misschien beet hij wel op zijn onderlip.
"Zoek je die?" vroeg ik.
"Ja", zei de jongen.
"Daar", zei ik en ik wees.
"Ik ben een beetje sloom", zei de jongen en begon de potjes op de bovenste plank, helemaal rechts te zetten.
"Vast niet," zei ik "ik ben waarschijnlijk de enige die dat spul ooit eet. Vandaar."
***
Bij de kassaband werd er een lichte coup gepleegd op mijn kassaband-ruimte. Een... Ik kan hem zo moeilijk omschrijven... Een beetje een jongen, maar ook een beetje een man (géén jongeman) die tussen ballerig en schoremig in hing, legde zijn spullen zomaar naast mijn mango. Ik duwde bescheiden het scheidingsbalkje tussen onze spullen en keek naar hem. Hij keek achterom. Naar wat ik aanneem zijn vriendin, zo een zelfde type meisje als hij een jongen/man was. Op hun deel van de band lagen zachte broodjes, een fles cola, een stuk gevulde speculaas, een zak zuurtjes en een doos met van die zakjes ranja met een rietje.
De man snauwde wat naar haar en daarna zwegen ze.
Ik rekende af.
Toen ik mijn spullen inpakte zag ik naast mij een oud vrouwtje. Ze deed haar sinaasappels in een plastic zakje. De spullen van het stel rolden tegen haar tasje aan.
"Zo, jullie gaan op een uitje! Gaan jullie op een uitje?", hoorde ik het omaatje toen ik wegliep.
Ik keek om.
Het meisje glimlachte en schudde haar hoofd. Ze had ineens kuiltjes in haar wangen. Haar vriend keek verbeten in de doos waar hij de boodschappen in stak.
Buiten gekomen kwamen twee meisjes aangefietst die zongen dat Jezus komen zou.
En zou redden, bovendien.
***
Ik fietste naar huis, zonder jas.
Ik nam een wegje om.
"Het is zomaar een dag voor een wegje om", dacht ik en ik ging staand fietsen om extra hard te kunnen gaan.
Niet om snel thuis te zijn, maar zomaar.
Zomaar een dag.







Jaaaa! dat Malena bezeten was door een kwade geest, dat waren nog een tijden! Maaruh, dat is er dus nog steeds op?
Het is heerlijk om weggetjes om te doen. De laatste tijd neem ik ze ook.
@ Susan: Ja, ja. En de helft heeft een ander hoofd! Maar dat mag de pret niet drukken. (Weet eigenlijk niet op welke zender 't komt. Oh well..)
Oh heerlijk, ik hou van die dagen dat er eigenlijk niks gebeurt, maar ondertussen stiekem heel veel.