De hal van het hotel ziet er uit als in de film. Als de hal waarin Dustin Hoffman wacht in the Graduate. Een oude hal. En daar zit zij. Een dame. Ze drinkt een gin-tonic. Ze zit daar en ze wacht. Ze heeft haar benen over elkaar heen gevouwen, zoals ze altijd doet. Zoals het hoort. Of zoals het ooit moest. De poetser heeft een uniform en komt voorbij met zijn kar.
Hij veegt.
Ze praat.
"U denkt dat u mij kan helpen, maar dat hoeft u helemaal niet."
Ze stampt haar citroentje.
"U hoeft helemaal niets te denken. Niets te doen. Voor een dame op leeftijd is pluche genoeg."
De poetser lacht. Kort, ze kijkt naar zijn hoektanden.
"Wat denkt u? Een gin-tonic? Het pluche plet. Ik voel de boel hier niet meer. Wat u?"
"Misschien moest u maar weer eens gaan lopen", zegt hij en hangt zijn wang op de stok van de bezemsteel.
"U denkt dat u mij kan helpen, maar dat kunt u helemaal niet."
De hal trekt cirkels om haar heen. De rode stoelen maken haar klein. Ik denk dat ik haar mis, want ze berust. Ik kom er wel, zo wordt mij verteld. Zo wordt mij verteld.
"Het was een goede dag. Ik denk bij god, het was een goede dag."
Bij god kan de boel nog steeds een goede dag, en ze strekt haar been om op te staan.
"Als het jagen stopt en het zoeken niet meer hoeft dan zie ik alleen nog maar jou. Ik ben alleen als ik met jou ben. Ik zocht om alleen te zijn en toen was jij daar ineens. Met je niets en je leeg. En je liet me. Met het pluche. De bank is zacht en rood en jij bent weg. Ik dacht dat ik je niet nodig zou hebben."
"Kan ik u helpen?"
"Hij is weg."
"Ik..."
"Ik vroeg het hem. Om te gaan, bedoel ik."
"Qua drank. Of u nog wat nodig heeft."
"Hij ging. Ga maar verder. Ik weet niet of ik nog wat hoef."
De tegels naar de schuifdeuren leiden de weg. Haar hakken klakken en ze kijkt over de leuning van haar stoel.
Een bediende heft een glas met zijn hand van het plateau.
"Het spijt me. Het spijt me altijd. Drie keer klikken en buiten klinkt de stad als zoals het daar doet. En ruikt mijn bed naar mij. Het spijt mij altijd."
De bediende zet het glas terug op zijn blad.
"Ach", zegt hij "ik drink hem zelf wel op. Ik laat u alleen."
De dame staat nu op en loopt naar haar loge. Ze zucht als ze op de rand van haar bed zit en ze denkt. De dame wil niet meer lopen.
Ze is er klaar mee.
Als ze haar ogen sluit prevelt ze wat.
Woorden die haar ooit pasten als een jasje.
"Ik ben er klaar mee. Als je me nu nog niet kent."
De dame slaapt in en het moment voor het wegzakken trekt ze met haar been. Een huidzak vol reflexen is al wat er rest. En het ademt.
De hele nacht, een warme hoop onder de deken.







wauw!
ik ben sprakeloos
"ze keek naar zijn hoektanden"
"met je niets en je leeg"
echt heel heel mooi
Meisje, wat kun jij mooi en aangrijpend schrijven. Ik ben weer eens onder de indruk.
*Hopst op stoel van pret*
Nu ik het verhaal nog eens gelezen heb (en weet welke dame het betreft), moet ik m'n best doen om de melancholie enigszins op afstand te houden.
Ach het is half vijf...
PLOP!