Vannacht rende ik door de straten.
Keek onder auto's en in portieken.
Porde met stokken in struiken.
En eindelijk vond ik hem terug. Hij had zich opgerold, maar zijn vingers strekten zich uit toen ik hem optilde; ik had mijn handen warm gewreven.
Hij keek op.
"Zwelg je?" vroeg mijn Verstand. Zijn stem kraakte een beetje.
"Oh mijn god, de héle dag."
"Neem je me weer mee?"
"We gaan naar huis."
"Zet je thee?"
"Citroenthee?"
"Citroen."
"Oké."
"En nou niet meer zuur doen, zo in het holst van de nacht."
"Ik zal het niet meer doen."
"Kus erop?"
"Kus."
Ik gaf hem een zoen. Het was heiig en hij rilde. Ik drukte hem dicht tegen me aan. Met het warme bolletje in het kuiltje van mijn elleboog, liep ik de straten door.
De stok had ik in een perk gegooid en de straatlantaarns glommen ons in het regenwater een weg terug naar huis.







Zwelgen is een van mijn lievelingswoorden. Ik zwelg graag, zo nu en dan. Bij zwelgen is alles geoorloofd. Alles.
Zwelgje van Maarten Toonder:-)
In het kuiltje van je elleboog? Zo! Moet ik niet proberen met mijn Schamper...
Heb je dan nu EINDELIJK je verstand terug? pff dat werd tijd hoor...ghi
lijkt net Mannetje Pluim wel!