Sint Maarten noemden wij in het dörp altijd Sintemerte. Bij de Maas werden grote vuren gestookt van autobanden en wrakhout en dat heette dan de troshoop. Ik vond dat altijd als de Fraggles klinken.
Als kind ging je dan met een sneu lampionnetje (ja, ik dan. De kak-kinderen hadden een stoere met een electrisch lampje. In die van mij zat een theelichtje met appelstroop vastgeplakt aan de bodem) de deuren langs en zong je van: "Sintemerte kinneet komme want heej hèt un gebròke poët."
En dan kreeg je van de buurvrouw snoep in je plastic tasje.
Mijn broer in België, die tien jaar ouder is, had mij en m'n vriendinnetjes wijs gemaakt dat we ook gewoon de titelsong van Zeg 'ns Aaa mochten zingen. Wat we ook deden. Met de tepelkloven en alles. Dat bleek geen succes bij de buurvrouw met de post-natale depressie. "En ik plas de laatste tijd wel héél erg veeeeel!"
Afijn.
Ik besloot net toch nog even sigaretten te gaan halen bij het buurcafé. Gewoon zonder jas en met de sleutels in de hand liep ik naar buiten.
Ik liep naar buiten en ineens herkende ik de geur van Sintemerte.
Het rook naar toen.
Naar hoe het toen buiten rook.
Het is augustus, wat ik u brom!
Als u me zoekt, ik ben even weg.
Ik ben op pad.
Op zoek naar een troshoop.







Han, ik rook het vandaag ook!
I knooooow!
Het moet niet mogen.
Oh, meisje, ik ken het zoo goed! Ik ruik het gewoon nu ook! In mijn kamer!Raam staat ook wel erg ver open..
Het is de tijd van het jaar. En daarbij, de Freggle tune (nederlandse spelling) is een kneiter van een discohit. Ik hoor'm steeds vaker. Kortom, u is hip....