Ik ben een wit jurkje uit gaan zoeken. Vandaag en het waaide zo fijn.
Een eenvoudig wit jurkje. Een zomerjurkje.
Met een klokkende rok en ruches langs mijn schouders.
Van de mevrouw mocht ik af en toe naar buiten om te kijken hoe de witte stof fladderde in de wind. Ik draaide dan rondjes en op straat bleven de mensen staan.
Het boeket wordt simpel. Met gipskruid en wijnruit en linten.
Ik zocht de ringen uit. Een klein steentje in die van mij.
Op een formulier krabbelde ik de inscripties.
"I can tell you, I love him each day."
Met papieren tassen aan mijn arm liep ik terug naar huis. Op mijn slippers en alleen. Thuis gekomen vouwde ik de was en ik bedacht me dat mensen zich eigenlijk het alleenst voelen als ze in hun eentje tweepersoons lakens vouwen.
Maar ik voel me niet alleen.
Mijn verloving is op hand.
Ik heb al een datum.
De elfde van de elfde. Paradiso.
"We were in love. We were in love.
Palisades! Palisades! I can wait. I can wait."
***







God bestaat.
Nee hoor. Niet meer.
11e van de 11e, zeker weten?
Natuurlijk besta ik. Ik ben alleen incognito, dus niet verder vertellen.
Verloven?
Getver3!
Dergelijke termen bezigt een vrijgevochten denkster als het meisje toch niet?!
Ze bezigt dees' termen heel erg wél als het gaat om een driehonderdvijftig-intrumenten-bespelende-Sufjan. Waarbij ik nog zou moeten huilen uit ontroering als hij het alfabet zou zingen.
In mijn oor, liefst.