moe
moemoe
moemoemoe
moemoemoemoe
moemoemoemoemoe
moemoemoemoemoemoe
moemoemoemoemoemoemoe
moemoemoemoemoemoemoemoe
moemoemoemoemoemoemoemoemoe
En daarbij vertoon ik ook nog eens typ-ontwijkend-gedrag.
Ik heb geen leven.
En geen inspiratie.
*
De dichter is een koe
Gras... en voorbij het grazen
lig ik bij mijn vier poten
mijn ogen te verbazen,
omdat ik nu weer evengrote
monden vol eet zonder te lopen,
terwijl ik straks nog liep te eten,
ik ben het zeker weer vergeten
wat voor een dier ik ben - de sloten
kaatsen mijn beeld wanneer ik drink,
dan kijk ik naar mijn kop, en denk:
hoe komt die koe ondersteboven?
Het hek waartegen ik mij schuur
wordt oud en glad en vettig op den duur.
Voor kikkers en voor kinderen ben ik schuw
en zij voor mij: mijn tong is hen te ruw,
alleen de boer melkt mij zo zalig,
dat ik niet eenmaal denk: wat is hij toch inhalig.
's Nachts, in de mist, droom ik gans onbewust
dat ik een kalfje ben, dat bij de moeder rust.
Gerrit Achterberg Uit: Eiland der ziel







Ja, daar kan je ook over schrijven. ;-)
Hoi,
wat een leuke stukjes!
dat wilde ik even kwijt.
doeiii
Ik zag een meisje dat de godganse dag zo'n 'apotheekje-to-go' voor zich uit liep te duwen. Niet jij biermeisje. Nee, niet jij. Ik schat haar hoogstens achtentwintig jaargetijden (dat leeftijden kunnen bedriegen laat ik maar even buiten beschouwing).
Het was in een ziekenhuis, de eetzaal; een benauwende ruimte met grote mensen tafels en stoelen, maar ook kindertafels en kinderstoelen. In het apotheekje verkochten ze geen vitaminepillen of strepsils (zelfs geen goedkope strepsils biermeisje!). Daar verkochten ze chemische middelen waarmee je je ingewanden langzaam kunt laten wegteren. En uiteindelijk, wanneer je leeg bent, vide, en je lichaam tot een soort placebo is weggeschroeid, dan verklaren ze je gezond en mag je weer naar huis.
Dan pas. Het is ook helemaal niet eerlijk.
Maar goed, om niet af te dwalen... Dat meisje was het treurigste meisje dat ik ooit gezien heb. Haar oogleden waren aan de uiteinden weggezakt en zo bleef haar blik vertrokken in een constante hang naar een grote mensen arm waarop ze kon uitrusten. Even op adem komen, maar ze kon het niet. Ze kon gewoon niet meer. Het valt niet meer op, maar mensogen staan zo recht op hun gezicht, ongelooflijk. Ze weigeren te gaan hangen (tenzij je het stimuleert). Ze rusten op grote, onderhuidse steunpilaren die de lach op je gezicht zo een langer leven schenkt.
Haar gezicht was van klei dat door iedere arts verwrongen werd zoals zij dat wensten. Waar zijn de patietenrechten? Ze namen haar zoals ze was ja, maar ze de enige reden dat ze haar zo namen, was om hun eigen frustratie te kunnen botvieren en dat meisje, dat hele kleine meisje, met een stukje mislukking van zichzelf te kunnen opzadelen.
Zo voelde het. En zij was hulpeloos. Ze schreeuwde wel, maar niemand die haar hoorde. Of het moeten haar ouders geweest zijn die al zo lang op en neer naar het ziekenhuis reden. Zich 's avonds vermoeid met een glas wijn in de bank lieten vallen. Ook zij waren moe, net als hun dochter. Maar zij waren al grote mensen met hele grote mensenarmen om op uit te rusten.
Ik keek naar haar terwijl ze at, nietsvermoedend ziekenhuis-aardappelpuree at (die vreemd genoeg vaak groen is van kleur). Terwijl mijn blik op haar gezicht rustte zag ik de huid losweken en haar lippen opbollen, omdat ze niet wilde eten, ze wilde alleen maar huilen. Is dat zo veel gevraagd?
Even dacht ik erover gewoon naar haar toe te lopen en mijn arm om haar heen te slaan. Dan konden we samen huilen. Hoewel we elkaar nooit zouden begrijpen, zouden we onze tranen kunnen delen. Want maakt het werkelijk uit met wie je je tranen deelt? Begrip tonen is een overrated lemma? Highly overrated. Is het niet ons aller egoisme dat ons staande houdt, ons voortdrijft? Opjaagt zo je wil? Tot we ooit op een punt komen dat iedere uitweg de verkeerde lijkt?
Ik zeg ja. Hoe langer ik leef, des te bewuster ik me daarvan wordt. Nu hoeft egoisme niet per se iets verkeerds te zijn. Helemaal niet, maar het is wel zo dat het werkt als een vertroebelende wolk. Langzaam maar zeker kun je er niet meer doorheen kijken. Dan begin je te roepen, te schreeuwen. Tegen je laptop, tegen de muur, tegen je huisgenoten. Waarom kon je dat nou niet even doen. Hier behoeft geen vraagteken, het gaat erom dat je het antwoord niet blijft ontkennen. 'Ik wist het... Ik wist het!'
Of tegen jezelf. Dat je je hoofd van je romp afsleurt en tegen de muur aansmijt. 'Dit is iets tussen mij en jou mannetje!' Voor de tijd dat je hoofd nog tegen de muur aan geplakt zit, begin je te praten, alweer te schreeuwen. 'Geef me, geef me, geef me', zeg je. Maar zo werkt het niet jongens en meisjes en biermeisje. Je begint hier nu echt af te dwalen. Op een gegeven moment zie je jezelf daar liggen, 'je ogen te verbazen' en heb je ineens weer inspiratie.
Zo maar, zo eenvoudig als dat...
Wees niet bang, beste Verzaker, op een dag krijg je gewoon een weblog voor je verjaardag kado.