26 april 2006
Brand?
Hmmm.
Bier in plaats van zwelgen voor de televisie werkt toch stukken beter dan de drank-maakt-meer-kapot-dan-je-lief-is-spotjes doen vermoeden...
De bank zuigt
Goddomme, wat ben ik moe.
Nog tachtig kuub zooi te typen, maar het enige dat ik wil is op de bank liggen en zappen. Veel zappen. Zo zappen dat je tijdens de reclame echt niet meer weet wat je nou aan het kijken was.
En slaaptekort is het niet, heur.
Heus.
Me vanochtend zelfs verslapen, dus kwam heul wel aan de acht uur.
Heus, heur, heus.
Dat het geen leuke zooi is, om te typen welteverstaan, is het probleem ook niet.
Recensietje hier, scenariootje daar.
Allemaal om te huilen en om te lachen en allemaal zelf verzonnen, want het meisje dat op dinsdag het bier schenkt is zo vreeeeeeselijk crea. Zo'n lekker gek mens, dat meisje. Ze werkt zo hard en doet zo veel.
Men moest eens weten.
Want in mij zit een lui wijf te schreeuwen om er uit te mogen om op mijn bank op d'r falie te gaan zitten.
En daarbij zuigt die bank vandaag zo hard dat ik vastplak.
Nog even, dan. Nog twee dagen, Han, en een druk weekend.
Volgende week vakantie en ik hoop met hart en ziel dat het regent en waait.
Dan heb ik tenminste een excuus. Een excuus om me vol te proppen met brood, houmous en caramelijs en om de bel en de telefoon te negeren en om met de gordijnen dicht film te kijken.
Ja.
Film kijken.
De hele, hele dag.
24 april 2006
En ik ben gans geen natuurmens...
Hoe kan het toch dat ik tegenwoordig vaak al voor de kippen van stok ben?
Wat is mijn leven het laatste half jaar toch veranderd... Van een alleen maar bier schenkend meisje, naar een studente met een bijbaantje dat dan toevallig bier schenken is. Een stap vooruit? Of een vlucht uit het echte leven?
De jongen naast me in de trein had een kussentje bij zich om op te zitten. Gedachte één was een elleboogstoot in zijn gezicht. De tweede een inwendige gniffel.
Binnen het eerste uur van wakker zijn vandaag, in het vroege ochtendlicht, me on-Meisjes verwonderd over alle slapende dieren in de wei (want ik ben normaal zo cynisch, dat de rozen er wel eens slap van slap gaan hangen). Schapen, lammetjes, eenden, ganzen, zwanen en zelfs een reiger.
Alleen de koeien waren driftig het gras aan het maaien.
20 april 2006
Vruuger
Ach, hoe zoet is de herinnering aan onbereikbaar zijn.
Toen we op Lowlands om het uur onder de raket moesten afspreken.
Hoe er briefjes in de hal van het studentenhuis hingen.
Dat ik bij het rinkelen van de huistelefoon mijn deur opengooide en riep: "Ik ben er niet!"
En hoe hard we lachten, om de speknek mannen die een gigantische accu meesleepten met daar aan een snoer met een dikke vierkante hoorn.
Oh, T-Mobile, hoe zoet is mijn dank...
19 april 2006
Kwaaie zin
Vandaag was het weer zover.
Een dag met mijn vrind de Denkbeeldige Bazooka.
Ik zal u the gory details besparen, maar een milde variant op het thema wilde ik u niet onthouden.
Het was in de trein.
Mijn vrind B de D had ik opgeborgen in mijn hippe tweedehands en daarbij gigantische schoudertas en ik luisterde naar Chutes too Narrow van the Shins op mijn roze Barbie-discman, ik had de haren los, een goeie kontenrok aan en de vers gekregen Yves Saint Laurent lippenstift van Elfiepelfie op. En ja, boos dus. Hetgeen ontegenzeglijk werd bewezen door de dikke frons tussen mijn ogen. Het meisje was pulling a richtige American Psycho, so to speak. En ik deed het met verve.
Afijn.
De trein.
Bijna had ik het broodje döner uit de handen gegrist van de nette jongen die naast me kwam zitten.
Zo.
Net zoals vroeger op de speelplaats, iets uit iemands handen trekken en het dan zonder vermelding van reden heel erg hard op de grond gooien.
Zo.
Bijna had ik hem met opgetrokken neus gevraagd of hij met dat stinkding misschien ergens anders wilde gaan zitten.
Maar ja, ten eerste ben ik een roker, dus vraag ik dat uit principe niet aan mensen.
Ten tweede schoot me te binnen dat ik een broodje döner eigenlijk juist heel erg goed vind ruiken.
Mijn agressie lag dus niet aan dat broodje warm vlees.
Het lag aan iets anders.
Ach. Er zit nog zoveel stront in dit blonde bolle hoofdje van me, dat ik niet eens weet waar te beginnen.
Down?
Treurig?
Depressief?
Overwerkte jeugdtrauma's?*
Misschien gewoon gek aan het worden?
Of zoals mijn moeder ooit eens zei: "Bij ons op de boerderij had ik nog nooit van depressiviteit gehoord. Bij ons op de boerderij had je gewoon kwaaie zin."
Al had men op de boerderij vast nog niet van denkbeeldige bazooka's gehoord...
En ondertussen was de jongen met het broodje alweer uitgestapt zonder dat ik het in de gaten had.
Oh well, anders houden we het gewoon bij the Shins:
I don't look back much as a rule
All this way before murder** was cool
But your memory is here and I'd like it to stay
Warm light on a winters day
Nu zo in de val van de avond rest mij nog maar één keus.
Een fles wijn of Garden State?
Ik ben maar verstandig.
Het wordt de laatste.
* De broers die bananeschillen in mijn gezicht uitwreven en takken hulst in mijn bed legden, misschien? Of vriendjes onderwierpen aan schaamteloze kruisverhoren. Of mijn New Kids On The Block bandje sloopten?
Nu ja, dat laatste is natuurlijk terecht geweest.
En daarbij, dat waren ook de broers van de verzameltapejes, de toneelvoorstellingen, de concerten en de ongeloof'lijk goeie grappen. Die bovendien altijd voor me op kwamen bij ruzies, zoals het hoort bij een kleine zus.
Zucht.
Oh Boerenbond (daar voetbalden we altijd met de buurt), oh park.
Waar zijn jullie toch gebleven?
** Ziet u? Ziet u? Een link met het thema van de dag! Ha!
17 april 2006
Zweem?
Jullie zullen het nog wel merken.
Het stoepje voor mijn huis speelt in zonnige tijden altijd een prominente rol in 't meisjes leven.
Vandaag de eerste stap.
Ik ontbeet met de nieuwe vlam voor het eerst op de stoep voor mijn opengeschoven raam.
Sufjan schalde Chicago het asfalt over en voorbij lopende gezinnetjes glimlachten.
Het duurde maar even.
Nu zitten er alweer wolken voor de zon.
Het leven zit soms best wel mee.
Hoezee (driewerf) !
14 april 2006
De winter is sooo last season
In het kader van 'De winter is sooo last season....', zet ik vanmiddag al mijn hoop en geld in op de woorden van de geestelijk moeder van mijn naam. Zowaar ik het Meisje heet zit ik met mijn neus tegen het vensterglas te wachten op een zweem van lente.
11 april 2006
We hate it when our friends become successful
Opgetogen vertrokken we, wegens een kapot renaultje wat verlaat, richting de bierhal. P de DJ achter het stuur, Jnnk ernaast en ik met de broer en zijn vrouw op de achterbank.
Het was alsof we op vakantie gingen. Ijsjes en koffie van het tankstation, een laaghangende zon en natuurlijk the Smiths en Morrissey op de stereo. Luidkeels zongen we mee, onze hoofden simultaan meebewegend met het ritme en hier en daar een air-drum (al dan niet op het stuur).
Nadat de autodeur dichtsloeg in de parkeergarage
zongen we gewoon door.
"I'm so sorry, I - I - I - I - I''m so soh-hoh-hoh-hoh..."
Dat terwijl we toch helemaal geen kijk-eens-wat-wij-een-gekke-mensen-zijn mensen zijn.
We sprongen, renden stukjes, zongen en riepen.
Eenmaal binnen sloeg de stress toe.
Wat druk was het al en wat was het voorprogramma slecht.
Bier en sigaretten en een plekje vooraan.
Al rap begonnen de broer en zijn vrouw, Jnnk en de DJ druk te zwaaien en te bellen naar bekenden.
Ik keek rond.
De drukke gesprekken om me heen.
Pratende monden, gebarende handen en shag-rollende veertigers.
Er zou daar niet snel gevochten worden, dunkte me.
En hier en daar een hippie-meisje, maar die werd het merendeel van de tijd uitgelachen.
Want voor dat soort bloemrokkerigheid waren we natuurlijk veel te cynisch.
Toen begon het.
Ik stond met open mond.
En binnen een vingerknip leek het over.
Hij begon met The First Of The Gang To Die en eindigde met Last Night I Dreamt That Somebody Loved Me.
Daar tussen veel logischerwijs veel liedjes van Ringleader of the Tormentors.
En tijdens Still Ill, zong hij van "For there are brighter sides to life and I should know because I've seen them oh so very often" in plaats van "but not very often".
"Hij is gelukkig, godverdomme!" brulde de broer in mijn oor.
Want Morrissey schijnt verliefd.
En zo was het.
Op de weg terug waren we allemaal wat stiller.
Ik was een beetje confuus.
Want (ja, naief, ja) ik had heel stiekem gehoopt op een hitparade.
De rest ging nog de kroeg in, maar ik wilde alleen.
Treurig fietste ik naar huis.
Hoe kan iets geweldigs toch tegen vallen?
Want een held is een held en het was geweldig hem te zien.
Thuis gekomen struikelde ik over een Ikea tafeltje dat ik vorige week kocht en dat nog in de verpakking zat.
"Treur niet, Meisje," klonk een stem van boven, "Je kan altijd nog gewoon iets uitpakken!"
Verwoed trok ik aan het plastic, scheurde ik karton en knipte ik touwtjes.
Tot het viel.
Want een plank bleek al stuk in de verpakking.
Op mijn teen.
En een splinter.
"Hahahahahaha! Verwende blaag!" klonk het uit de hemel, terwijl ik een vinger in mijn mond stak.
Toen maar in bed gekropen met Harry Mulisch.
Want de lieve Heer aanroepen, nee, dat doet het meisje niet meer.
Een held is een held is een held
Maar ik moet niet denken aan hoe het had KUNNEN zijn...
08 april 2006
Oude liefde roest als de ziekte, gelukkig
Morrissey is al sinds mijn negende mijn grote held.
En maandag is het zover.
Oh God, laat het alsjeblieft niet tegenvallen.
Toe.
Toe.
Toe.
Gun me dat.
Toe?
Ter illustratie, lieve Heer, Jezus, een vleugje Morrissey op zijn best.
(Pak de zakdoeken maar vast uit de kast.)
I've come to wish you an unhappy birthday
because you're evil
and you lie
and if you should die
I may feel slightly sad
(but I won't cry)
Maandag, maandag, maandag.
Hoe benieuwd ik ben!
Mijn God.
Zenuwachtig.
Ongeloof'lijk.
Steiger
Het Steigertheater in Nijmegen gaat naar een nieuwe lokatie.
Daarbij wordt vanavond, behalve het afscheidsfeest, ook het vijfentwintig-jarig bestaan gevierd.
En zo kwam het dat ik mijn eerste betaalde tekst schreef.
Vijftig euro voor een animatie-act en het begin is er.
Spannend, want nog nooit is een tekst van me zomaar gespeeld.
Op een avond vol theatermensen.
Het is niets groots, maar toch worden er peentjes gezweet.
En nu zit ik hier fris en opgetut achter de computer.
Haren netjes in de knot.
Bloemensjaal, ring, lippenstift.
Hell! Zelfs de armwarmers uit de kast getrokken.
Zit ik hier, in een wolk parfum.
Ik ben aan het treuzelen.
05 april 2006
Och wat fijn
I know you tried
I know you're cursed
I know your best was still your worst
When Hollywood was calling out your name
(St. Augustine)
Zo exceptioneel in al de eenvoud zoals Everything all the Time van Band of Horses de gemoederen meesleept, hoorde ik het lang niet. The First Song, the Funeral en the Great Salt Lake.
St. Augustine is daarbij zó schrijnend dat ik het vandaag een uur in de trein op repeat had staan.
Auw.
En cynici die meteen beledigd met hun neus boven het kopje darjeeling thee, vastgehouden met een geheven pinkje, mopperen dat het net My Morning Jacket is, kunnen wat mij betreft voorgoed vertrekken naar het land der hartelozen.
Zo!
Luister!
(Noot: de kwaliteit van de mp3 is minder dan de liedjes op het album.)
04 april 2006
Verjeurdag
Op mijn verjaardagen vind ik het uitermate belangrijk dat ik zoveel mogelijk zinnen bouw rond de strekking: "Ja maar, ik ben jarig dus..."
Een kleine greep uit de afgelopen 26 jaar:
Ik ben jarig dus ik was heel niet af.
Het regent! Het is toch míjn verjaardag.
Ik mag kiezen want ik ben jarig. Friet.
(Bij die laatste wilde ik eigenlijk pannenkoeken opschrijven maar weet bij god niet meer hoe je dat tegenwoordig nou spelt. En ik had geen zin om op te staan en mijn woordenboek te pakken. Ben goddomme wel jarig, ja!)
Maar vandaag was de eerste zin die ik sprak:
"Kak! Ik ben ziek. Op mijn verjaaaaaaardag!"
En rochelde zo een feestfluim in mijn -net van ziekte herstelde- nieuwe vlamsch' gezicht.
Hoera! Slingers!
Op godverdomme míjn verjaardag.
Ik ga dvd's kijken.
Op mijn nieuwe dvd-speler. Van voor mijn verjaardag.
03 april 2006
Snie normaal!
Is het raar dat ik dagen na moment van online gaan stuk-
jes nog verander?
Ongewoon?
Vreemd?
Stom?
Nee?
Ja?
De duivel en de vrolijke noot
Je schuldig voelen is de duivel.
Laat ik daar nu het merendeel van de dag aan besteden.
Wat-als-ik...
Zou-ik-niet-eens...
En natuurlijk mijn oldtime-favourite:
Was-ik-maar-niet-zo...dan-had-ik-allang...
Maar voordat dit een zeurlog gaat worden ("Zou ik niet eens blije stukjes moeten schrijven?" "Oh mijn god, niemand begrijpt mijn Komrij-stukje!" "Nee! Erger! Iedereen vindt het stom!" "STOM!"), nu een vrolijke noot.
Vandaag geheel tegen hoe het hoort in, in bed blijven liggen.
Keelpijn, maagpijn, u kent dat wel.
De algehele malaise. Goddomme. Bijna mijn verjaardag.
(Oké, let u goed op. Hiet komt de vrolijke noot. Koester hem. Stop hem in een doosje.)
Vanaf het moment dat ik besloot om gewoon THUIS te blijven (de wekker ging om bleedin' flippin' fuckin' half zeven) heb ik prinsessen-heerlijk geslapen, vreemde dromen gedroomd.
En wakker worden bleek gegarandeerd schuldgevoel-vrij!
Heb me nog eens omgedraaid, beetje naar het plafond gestaard, mijn voeten over elkaar gewreven (op z'n High Fidelities), me bedolven onder vijftien kilo dekbed.
Ik stond pas om één op, toen de lievelingshuisgenoot smste of ik koffie wilde (we zijn kinderen van deze tijd. Smsen en msnnen terwijl we ons binnen een straal van 5 meter van elkaar begeven) en ik een digitale schreeuw van ja terug stuurde.
Ik ben een nieuw mens.
De zon schijnt.
En morgen ben ik jarig.