19 augustus 2008
Islands in the stream

Het begin begon met de zon in de auto terwijl P de DJ en ik over de dijk reden en wezen over het water naar de wolken die spiegelden in de golven op de maat van de muziek. Ik luisterde een paar jaar terug bij een destijds vriendje vaak Sigur Rós, maar op één of andere manier stopte ik daarmee.
Misschien omdat ik zijn cd’s niet had gestolen, misschien.
Op repeat stonden de eerste twee nummers van hun laatste album.

“Vandaag is een slechte dag,” zei ik tegen P.
“Helemaal niet,” riep hij terug en we keken naar de zon en luisterden.
“Ik kan bij Sigur Rós nooit begrijpen hoe het nu komt dat die liedjes zo ongelofelijk mooi zijn. Ik snap niet hoe dat werkt. Ik wil dat snappen.”
P tapte op mijn been. “Tuttutut. Alles komt goed.”

Voor ik het wist stond ik op Lowlands op een veldje in een kek jurkje met mijn regenlaarzen aan.
Biertje in de hand. Te kijken naar de mannen van Triggerfinger die vuig aan het rocken waren.

“Close the gates, Suzie! And don’t let me in!”

Alles komt goed, Hannie, tuttuttut.

***

“Homo!”
“Watte?”
“Of je worst lust!”

***

Maar het begon eigenlijk pas zaterdagochtend. Met d’n Lee en een koffie-tik naar Ane Brun, helemaal vooraan, hier en daar een traan en heb de rest van de dag op gezette momenten geprobeerd haar frons te imiteren.

Niet gelukt.

***

“Ik ga even bij de Alpha backstage,” zei ik, “kijken naar hoe Pharrell het podium opgaat.”
“Kun je hem op de billen tikken.”
“Volgens mij heeft hij hele harde billen.”

Eenmaal daar was natuurlijk het gepeupel-backstage-vak waar ik wel in mocht al vol.
Ik zwaaide naar ons Patske die op de trap van de volle bak stond en naar haar man-die-die-middag-gedrumd-had-en-daarom-wel-tot-naast-het-podium-kon. Ik wilde weer gaan, maar toen bedacht ik dat ik dan net zo goed even wat te drinken kon halen. Ik hou niet eens echt van N*E*R*D, maar goed: ik was er nu toch.
Ik vroeg de security-dame waar dat dan wel niet kon. Iets drinken. Beksteedsj.
“Ow, ik mot toch even piesen, dus ik loop wel mee.”

Voor ik het wist stond ik naast de kleedkamers spa rood te tappen.
“Doe alsof je hier hoort, doe alsof je hier hoort,” mompelde ik tegen mezelf.

Buiten trof ik de drummende vriend aan.
“Volgens mij mag ik hier niet komen,” zei ik.
“Volgens mij ook niet,” zei hij.
Rond de kleedkamers was veel bedrijvigheid, N*E*R*D kon elk moment richting podium gaan.
We keken richting het podium.
Waar daarvoor nog steeds security had gestaan, stond nu ineens niemand.
We liepen door.
Onder de loopbrug stond Patske, die we over het hek heen tilden.
Dit is niks voor mij, ik doe nooit dit soort dingen.
Ik ben altijd een beetje bang voor gezichtsloze autoriteit (voor autoriteit mét gezicht daarentegen: ik heb ooit mijn baas van vroeger een hele dienst lang met “Heej! Heej! Eikel!” aangesproken en op een vreemdsoortige manier kon hij dat gewoon wel waarderen), ik weet dat ze me niet gaan slaan of pijn doen, maar op één of andere manier vernederen ze je een beetje als ze alleen al zeggen dat je er niet door mag.

Hoe dan ook: ons zagen ze niet.

We zagen hem eerst eens staan, tussen alle veel grotere en bredere muzikanten die ook wachtten om het podium op de gaan. Hij rekte en strekte wat, en op een rare manier leek het alsof er een enorm spanningsveld om hem heen hing, dat bijna letterlijk ontplote toen hij het podium opstapte. Het geschreeuw van de mensen in de tent en op de velden er buiten was ongelofelijk.

Ik heb nog nooit zoiets gehoord.

Een vol uur heb ik daar met open mond staan kijken en staan dansen (dat wel met mond dicht, komaan, ik moest doen alsof ik daar hoorde) en halverwege werd de helft van de backstage het podium opgeduwd om te dansen.
Patske swingde het podium over.
Ik heb me maar aan een stuk grit vastgehouden en me verstopt achter een flightcase, 30.000 man die naar me kijken is me iets teveel van het goeie.

Maar wat een uur.
Helemaal flabbergasted liep ik de tent weer uit.
Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt.
Ik kan het niet anders uitleggen dan een vreemdsoortige energie die over het podium knalt.
Die je bijna omver blaast.

Het voelt als de eerste keer in een vliegtuig. En dat je dan de straten kleiner ziet worden. Zo voelt het.

Je went daar vast aan, vast wel.
Als je geluidsman bent.
Of Pharrell.

Ik sjokte wazig en met grote grijns naar P de DJ, die plaatjes moest draaien in Perstent. Alwaar de geweldige Amaro kookte. Die dag draaide er een lam aan het spit. Ik besloot mezelf op een duur maal te trakteren.
Huisgerookte forel.
En zo zat ik daar, viltjes onder de houten tafel in de spiegeltent, met P die mooie muziek draaide.
Biertje in glas en zeer goed eten.

Ik had een boek, maar ik staarde alleen maar.

Wat een dag.
Wat een dag.

***

“Huisgerookte Pharrell?” zei Patske in de nacht tijdens het dansen.

Wauw.
Niet eens zelf aan gedacht.

***

Nu zit ik in bed.
Gedoucht, de wasmachine draait en heb uitgebreid voor mezelf gekookt en surf me suf op het web, want heb sinds vrijdag de klaptop niet gezien.
“Ik trouw wel met jou,” zei ik tegen hem toen hij begon te zoemen toen ik hem weer zag. Ik was nog stoffig en had rouwranden onder mijn nagels en ik klikte de pagina’s langs. Hij is altijd blij me te zien.
Staat altijd voor me klaar.

Hmm.

***

“En dan ga ik van homo! watte? of je worst lust! typen.”
Sera Plato en Jnnk zwegen.
“Jnnk, je lacht niet.”
“Ik lach heus wel,” zei Jnnk.
“Nee, maar niet die gulle lach. Deze telt niet! Damn. Hoe komt dat nou dat ik ‘m zelf nu zo ontzettend goed bedacht vind?”
“Ik vind het best grappig,” zei Sera Plato.
“Het is gewoon een soort van verslaving, die lach van Jnnk. Ik denk eigenlijk dat ik voordat ik haar leerde kennen eigenlijk nooit grappen maakte, gewoon, want dat had toch geen zin. Zonder die lach.”

Ik kreeg een bemoedigend klopje op mijn schouder.

***

Het was een Lowlands van verrassingen.

“Ben je moe?” vroeg ik aan de jongen van de broodjestent waar het achter de schermen-zonder-schermen helemaal in het honderd liep. “Zie ik er zo moe uit?”, zei de jongen. “Ja.” Arme jongen.
“Of stoned,” fluisterde Niek in mijn oor.

We kregen onze broodjes.
En de vermoeide jongen vergat ons te laten betalen.
Met de broodjes liepen we weg.
Op geen van de broodjes zat wat we besteld hadden.

“O daar?” zei de man van Niek. “Daar hoefde ik gisteren ook niet te betalen.”

Stoned dus.

***

“Ik verander gewoon direct in een neurotische trut.”
“Nou, dat valt toch wel mee?”
“Nee, echt. Heel erg valt wel niet mee.”
“Jezus, mens. Hoe dan?”

Nou.
Zo ziet dat er ongeveer uit:

***

Het was een Lowlands van verrassingen.

De vrouw van de broer en ik wandelden over het festivalterrein. Met een koffie-tik en zonder een plan. Het was een bewolkte zondagochtend.
“Wat is dat daar eigenlijk?”
Ze wees naar een houten bouwwerk met vlaggen.
“Geen idee.”
“Ik wil daar eens in.”
“Euh, oké.”

En zo wandelden we niets vermoedend Doing Hart Time in.
Net zoals iedereen voor en na ons, hadden wij in het begin ook ‘de blik’. De niet begrijpende blik.
Plastic wanden met telefoons, waar mensen doorheen tegen elkaar praatten.
We zaten in de ring bovenin op een bankje en de zon begon spontaan te schijnen.

Maar het was niet de zon, niet de gekke mensen onder ons, niet de koffie-tik.
Nee.
Het waren de twee plaatjes draaiende jongens!
We kwamen binnen bij Jackson van Lee Hazelwood en Nancy Sinatra en vanaf daar werd het alleen maar leuker en beter en zonniger en de plaatjes draaiende jongens stonden zelf nog meer te klappen en te dansen dan de mensen met ‘de blik’.
De donkere jongen draaide het ene country-nummer na het ander, terwijl dat toch vaak een redneck-aangelegenheid is, en toen hij ineens ook nog een pijp opstak waren de vrouw van de broer en ik verliefd.
Heel erg verliefd.

De whiskey werd aangespannen en de rest werd gesmst en zo kwam het dat we daar met z’n zessen band na band hebben gemist.
Zingend en een soort van dansend. Gelukkig wezend.
D’n Lee moest bijna huilen van geluk toen ze zag dat in de ene cd-speler een album van the Band werd gestoken en in het andere een album van Bruce en dat op de platenspeler een plaat van Bob Dylan lag.

“Ze mogen op mijn bruiloft draaien!” riep ik tegen Jnnk.
Ik was even stil.
“Nee, wacht, ik trouw wel met hem,” zei ik en ik wees naar de pijprokende DJ.
“Stel je toch voor,” zei Jnnk, “dat je dan op een zondagochtend wakker wordt en dat hij dan al plaatjes aan het draaien is en al pijp rookt en dat je dan opstaat en dat de koffie dan al klaar is en dat je dan samen de krant gaat lezen…”
We zuchtten.
“Wat zou ik dan gelukkig zijn.”
“Ja.”
“En wat een mooie, mooie, gelukkige kinderen we dan zouden krijgen.”
“Kinderen met zó’n glimlach! Blije kinderen!”
“Jnnk! Dit is de eerste dag van mijn nieuwe leven!”

De zon scheen door, de pijprokende DJ legde weer een naald op een plaat, sloeg zijn maat eens op de schouder en zo kwam het dat ik Hercules & Love Affair miste, want toen de set klaar was, kwam André Manuel ook nog even een paar liedjes doen, waarbij ik zo hard moest lachen dat de tranen me over de wangen stroomden.

Het was een Lowlands van verrassingen en ik vrees dat die paar uur in de zon, in de wind, met z’n zessen en de muziek van de pijprokende DJ een paar van de gelukkigste uren van dit jaar waren.


Doing Hart Time was indeed very sweet. But we’re just islands in the stream.
Zucht.

***

Maar het aller-, allermooiste kwam op het eind.
Ik denk dat ik het hele optreden van Sigur Rós had kunnen huilen als een baby, als er niet zoveel mensen om me hadden gestaan. Ik denk dat dit één van de mooiste dingen is, die ik ooit in mijn leven heb gezien. Niet eens alleen van muziek, maar van alles.

Na een paar nummers verscheen er in enen een brassband in wit, die in een rijtje geformeerd over het podium liep. De blaasmuziek zwol op en af, alsof ik weer in de voortuin van mijn ouders zat, als kind, wanneer de fanfare voorbij liep. De hoop, de melacholie.

Toen was ik om en heb ik halve nummers met mijn ogen dicht staan wiegen, heb ik tranen over mijn wangen laten rollen en heb ik geglimlacht en mijn handen voor mijn mond geslagen.
Vanaf de eerste aanslag greep het me bij de strot en hoewel ik bijna niet meer kon staan van de pijn aan mijn voeten raakte ik niet los van het geluid, van zijn stem, van de blazers en de strijkers en de piano en de rare geluidjes die onbegrijpelijk mooi zijn.
Ik durf niet naar hun optreden in de bierhal, want zo’n indruk kan het nooit meer maken.
Na dat geweldig geweldige optreden van Elbow had ik eigenlijk niet eens echt vreselijk grote verwachtingen van Sigur Rós, en de verbazing en de flabbergastedness nadien… Ach. Ik blijf maar ratelen.
Pfoe, lieve mensen, bands als Sigur Rós maken je blij met de pijn van het leven.

Natuurlijk probeer je uit te leggen wat hier gebeurt. Je kunt beginnen over vulkaanuitbarstingen en wijdse vlaktes, over universele emoties, over gewichtloosheid en het allesomvattende niets, maar dan sla je de plank volkomen mis. Veel te banaal. Zodra de laatste noot geklonken heeft vallen mensen elkaar in de armen. Echt waar. Er staan zelfs mensen te huilen. Niet 1, niet 5, maar zeker 10. Een jongen staat met zijn handen voor zijn gezicht. Noem het maar aanstellers, noem het maar flauwekul. Als een band dit met mensen kan doen, waar heb je dan nog woorden voor nodig?

Zo schrijft men op 3voor12.

Na het optreden zaten we nog een tijdje voor ons uit te staren. Mensen die van andere optredens kwamen vonden dat de hele tent zo chagrijnig keek.
“Hmm?” zeiden wij. “Ja.” En keken weer in de verte.

Het was een Lowlands zonder verwachtingen en het was een Lowlands vol van verrassingen.

Uitgaande sms, P de DJ, gisteren, 22u30
Wat wonder wonder schoon. Nu kan ik rustig sterven.

white_square.jpg

white_square.jpg

white_square.jpg

white_square.jpg

white_square.jpg

white_square.jpg

white_square.jpg

white_square.jpg

Alles komt goed.

white_square.jpg

white_square.jpg

white_square.jpg

white_square.jpg

white_square.jpg

white_square.jpg

9 reacties op “Islands in the stream”

  1. Zezunja zegt:

    Dit is het mooiste lowlandsoogetuigeverslag dat ik ooit heb gelezen. Jaloersmakend.

  2. Zezunja zegt:

    Plus een g en een n. Ofzo.

  3. Maarten zegt:

    Inderdaad, ik had er hondsgraag geweest.

  4. ws zegt:

    het is alsof ik er zelf ben bij geweest. En dat ben ik, maar nu nog een keer en als ik ‘em zo nog een keer lees, nog een keer.

    Ik denk dat ik deze post bookmerk, wel zo gemekkelijk.

  5. Bart zegt:

    Hier via Zezunja. En ik ben het helegaar met haar eens. Prachtig geschreven. Ik ben niet zo van de mensenmassa’s (daar wordt ik nerveus van), dus festivals zijn niet mijn pakkie an. Maar ik krijg er door je woorden zin in. Opmerkelijk, en dus een compliment.

  6. bowlieboy zegt:

    Mmmmm, lowlands 2008. Wonderful days belong to the past… Je kippenvel verslag versterkt m’n heimwee, nog maar 363 nachtjes :-)

  7. ivo victoria zegt:

    dus jij was dat meisje in dat kek jurkje met regenlaarzen dat bij Amaro gerookte forel zat te eten.
    ik dacht het al, maar ik durfde je niet aanspreken.

  8. Soes zegt:

    Nog nooit van Sigur Rós gehoord, maar wat een lekkere muziek…. even repeaten.

  9. Het meisje zegt:

    @ Ivo:
    Wat grappig!

    Ik heb je feuilleton gelezen! Dat was stukken beter dan wat er vorig jaar drie dagen lang werd volgehouden.

Laat een reactie achter