De heg

“Wat is een liguster?”, vroeg ik mijn moeder. We stonden in de bieb en mijn moeder stond bij de biografieën. Mijn moeder leende altijd stapels biografieën, al kan ik me niet herinneren dat ze er een ooit uitlas.
Ik drukte een boek tegen mijn borst.
Als ik de bloeiende liguster ruik.
Ik vond het de mooiste titel die ik ooit had gehoord.
“Dat is gewoon de heg”, zei mijn moeder zonder op te kijken van de achterflap van het boek in haar hand. Heg klonk gewoon als klei, als de zandbak en als de houten blokken waarvan ik splinters kreeg en waar ik dan naar keek. Heg klonk als de geroeste kruiwagen, waar mijn broers me in rondreden en een achtbaan nadeden en waarbij het altijd minder spectaculair bleek als dat ik dacht wanneer ik in de kruiwagen klom.
Liguster was een ander verhaal.
Dat klonk als Barbie.
Ik had geen Barbies, ik had een biebpas.

En als ik dan vandaag langs zo’n struik loop, zo’n heg in bloei, dan zitten die titel en die dorpsbieb en die kinderboeken die altijd een beetje plakkerig waren aan de kaft meteen weer in mijn hoofd.

Als ik de bloeiende liguster ruik bleek een kutboek.
Na drie pagina’s legde ik het naast me neer.
Ik zag nog net mijn moeder opkijken van haar biografie en diep zuchten.
Deze zou het ook niet redden.