Sta op en rise like a phoenix

Omdat ik zelf op één arm een baby heb, en met de hand aan de andere arm afwisselend eet en aan broodschrijfklussen en mijn roman typ, vroeg ik de immer geweldige Quirijn Lokker om dit jaar een voorbeschouwing over het Songfestival te schrijven.
En dat wilde hij!

white_square.jpg

Hoeraaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa

Hoeraaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa

white_square.jpg
white_square.jpg

***

white_square.jpg
white_square.jpg

Han vraagt via de sms: “Zeg, wil jij de voorbeschouwing voor mijn blog schrijven? Ik kom er dit jaar niet uit.”
“Of ik de voorbeschouwing voor haar blog wil schrijven! Zo gaaf,” zeg ik.
Mijn scharrel hangt rokend tegen de deurpost van het balkon en kijkt me meewarig aan.
“Voor het songfestival! Volgende week!”
Zijn glimlach wordt een beetje spottend en hij stelt me de vraag die iedere songfestivalfan sinds de deelname van Jetty Pearl en Corry Brokken aan de eerste editie in 1956 te horen krijgt: “Vind je dat écht leuk ja?”

Ja, dus. Ik weet natuurlijk ook wel dat er mensen zijn die het songfestival vreselijk vinden. Maar ik dacht dat die in mijn leven in dezelfde categorie vielen als klimaatsceptici, Thierry Baudet-stemmers en niet-vaccineren activisten: ze bestaan, ze hebben geen gelijk en ik kom ze in mijn dagelijks leven niet tegen. Ik had nota bene met deze jongen in bed gelegen.

“Natuurlijk vind ik dat écht leuk”, en voordat ik het goed en wel doorheb begin ik hem te overtuigen. Terwijl ik de, in de laatste maanden grijsgedraaide, “deze gillende meiden doen mee aan het songfestival 2017” spotify-lijst aanzet vertel ik een onsamenhangend verhaal waarom óók hij het songfestival fán-tás-tísch zou moeten vinden.
Ik klik Space aan, de inzending van Montenegro. Het enige liedje met “explicit” naast de titel, een semi-hijgende zanger die teksten als “wet dreams, wild nightmares, I surrender, come into me fromwithin” combineert met zichzelf halfnaakt in allerlei bochten te wringen terwijl hij een anderhalve meter lange vlecht met zijn handen in het rond slingert. Je hoeft geen Freudiaans geschoolde psychotherapeut te zijn om te snappen waar dit liedje eigenlijk overgaat. Laat ik het zo zeggen, zijn moeder was waarschijnlijk een vreselijk wijf. Toch zijn het juist deze liedjes die het songfestival fantastisch maken. Een inzending die “unapologetically” zichzelf is, die met een enorme homoseksuele act de woonkamers van Europa binnen dendert. Zoals hij zelf zegt in een interview op gay.nl: “Ik ben zo dankbaar dat ik een inspiratie voor de LHBT-gemeenschap ben geworden […] het meest belangrijke deze periode vind ik dat de wereld mij gaat zien en dat ik mensen kan inspireren!”
Lieverd, ik help het je hopen.

Eerlijk, tuurlijk zijn de liedjes hysterisch, de acts soms om te huilen en is het punten geven op de bank heel gezellig, maar het allermooiste aan het songfestival is toch het politieke. En dan bedoel ik niet dat gezever dat landen uit Oost-Europa alleen punten geven aan elkaar of dat Oekraïne vorig jaar won vanwege de Krim-oorlog en niet vanwege het liedje. Het mooie zijn de statements, vaak expliciet en vaak ook pijnlijk.

Als klein ventje zong ik al stiekem mee toen Dana International, als eerste transvrouw op zo’n enorm podium, als winnares werd gekroond. Ik moest janken toen Conchita Wurst een paar maanden na de introductie van anti-homowetten in Rusland het songfestival won. In 2014 stopte de Zweedse organisatie een homohuwelijk en een kus in een musicalliedje tijdens de puntentelling. Ze deden dit zo snel dat ze de Russische televisie, die geneigd is onwelgevallige beelden en statements uit de uitzending te knippen, te snel af waren. Een jaar daarvoor was de Finse inzending het lied “Marry me” waarmee de zangeres de Finse regering bekritiseerde voor het nog steeds niet legaliseren van het huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen. Ze eindigde haar optreden met een lange kus met een van haar bruidsmeisjes.
Maar op dit moment worden er in concentratiekampen in Tsjetsjenië homo’s gemarteld en vermoord, en worden families onder druk van de overheid gedwongen hun eigen zoons en neven te vermoorden omdat ze homo zijn. De songfestivalkaravaan is ondertussen aangekomen in Kiev waar vorige week neo-nazi’s het verven van een monument in regenboogkleuren tegenhielden omdat dat LHBTI-propaganda zou zijn. Het kantoor van de Oekraïnse LHBTI-organisatie LIGAwerd overvallen en gesloopt terwijl wij in de voorpret van het festival het motto van deze editie “CelebrateDiversity” al 100 keer voorbij zagen komen.
Het songfestival is hierom fantastisch. Dat LHBTI-activisten in Armenië en Oekraïne net zo hard mee-blèren en dansen op Rise like a Phoenix en Space als wij. Dat we drie avonden lang kunnen doen alsof de wereld net zo fijn is als die paar vierkante meter in Kiev. En dat het me hoop geeft dat al die mensen die over de hele wereld zitten te genieten van SlavkoKalezic die met zijn vlecht staat te spelen uiteindelijk de meerderheid gaan worden.

Ik zucht en druk mijn peuk uit in de asbak.
O ja.
Ik zou een voorbeschouwing schrijven.
Want Hanneke kwam er niet uit vandaag.
En ik dus ook niet.
Maar beter nog: de voorbeschouwing is een liefdesverklaring geworden, en zo hoort het ook bij het Songfestival.
Mijn scharrel kijkt me aan met een gezichtsuitdrukking die waarschijnlijk heel erg leek op die van mij toen hij even daarvoor dolenthousiast vertelde dat Ajax in een of andere finale gewonnen had van een Franse club. Ik klap mijn laptop dicht, mopper iets over de Coolsingel, en trek hem mee naar de slaapkamer.
Tocelebratediversity.
Natuurlijk.

white_square.jpg
white_square.jpg

Quirijn Lokker is antropoloog, ex-barman-extraordinaire, trainer op het gebied van seksuele, gender en culturele diversiteit én, vindt Hanneke Hendrix dan, het Nederlandse antwoord op Graham Norton. (Al mocht ze dat laatste niet zo van hem opschrijven, maar fuk it, dit is haar blog.)

Flets zonnetje

1.
De halve route fietste er een passief agressief neuriënde vrouw achter me. Ze droeg een paars mantelpak en laarzen die strak om haar kuiten zaten. Alsof ze een zakenvrouw was die onlangs op een “Op zoek naar je innerlijke zelf”-cursus was geweest. Toen ze me inhaalde wilde ik met mijn voorband een tik tegen haar achterwiel geven, maar ik deed het niet.

2.
Vijf dames met korte haren en gekleurde brillen zitten achter me in de trein.
“Het is wel koud.”
“Ja, het is koud.”
“Het valt me echt tegen, die temperatuur.”
“Mij ook. Fris is het. Fris.”
“Nou, maar in de zon is het best lekker.”
“Ik hou er wel van hoor, van de zon.”
“Ik hou ook van de zon.”
“Ik ook.”
“Ja, in de zon is het niet zo koud.”
“Ja, de zon is lekker.”
“In de zon is het niet zo koud.”
“Ja Mam, dat zeg ik net.”
“Wat zeg je net?”
“Ik hou van een lekker zonnetje.”
“Ik zeg net dat het in de zon niet zo koud is.”
“Dat was precies wat ik dacht, ja!”
“Nee, ik zei dat al.”
“Ik hou ook van een lekker zonnetje.”
“Ik zei dat ook.”
“Ik zei het eerder.”
“Als je zo naar buiten kijkt, dan zou je het niet zeggen, ik bedoel: dat het zo koud is.”
“O, dat had ik niet gehoord.”
“Ze luistert nooit naar me. Nooit gedaan ook.”
“Ik had alleen niet gehoord dat van de zon.”
“Wat was er met de zon? Wordt het nog warm vandaag?”
“Nee, dat Gini zei dat ik zei dat zij al had gezegd dat van in de zon het niet zo koud is.”
“Nee, in de zon is het best lekker.”
“Als je uit de wind zit.”
“Ja, uit de wind is het lekker.”
“Maar in de wind, fris!”
“Nou! Fris!”