Ted is jarig

Zingend kwamen we de trap afgelopen. Anja, Henk en ik, en Anja mocht voorop. In haar handen droeg ze een appeltaartje van de Albert Heijn, met daarop een brandend theelichtje.
We zongen. Aan de bar zat Ted, voor hem een biertje met een glaasje Ketel, zijn vaste combinatie op de doordeweekse dagen, op zijn hoofd een kartonnen feesthoedje. Dat feesthoedje was nieuw.
Verder was de kroeg leeg.
“Voor jou, Ted,” zei Anja.
Ze zette sereen het taartje voor Ted neer.
Ik knikte.
“Voor je verjaardag,” zei Anja.
“Omdat we je zo’n fijne gast vinden,” zei ik.
Buiten scheen de zon, maar daar merkte je binnen gelukkig niks van.
Het was druk op straat, de terrassen zaten vol. Alsof er iets te vieren viel.
Maar wij hadden Ted, en Ted was jarig.
“Wat lief,” zei Ted.
Zijn stem klonk een beetje geknepen. Snel nam hij een slok van zijn bier. “Echt heel erg lief.”
Weer nam hij een paar slokken, tot de glazigheid in zijn ogen weer verdwenen was.
Ted blies het kaarsje uit en de andere drie klapten.
Samen aten we taart, dronken we een pilsje en keken we naar de dagjesmensen die buiten in de felle zon voorbij liepen.
Ted, Anja, Henk en ik.
Het was een goeie zaterdag.