Het_warenhuis_van_Vroom_&_Dreesmann_te_Leiden_-_Leiden_-_20135770_-_RCE

De V&D

Geschreven tijdens deze Ouds & Nieuws van De orde van de dag in Leiden.
(In samenwerking met de immer geweldige en charmante Oscar Kocken.)

JOHN VAN DER ENT
(schrijft een brief bij kaarslicht)
Lieve Klant.
Nee, wacht.
(krast door)
Beste klant…
(krast door)
Nee, wacht, gewoon zeggen wat je op je hart hebt Van der Ent.
Zeg het ze.
Dat mag jij.
Jij bent hier de directeur.
Misschien is dit wel je laatste kans.
Oké.
Lieve, lieve, lieve klant.
Hoeveel jaar is het nou alweer geleden dat we elkaar voor het eerst zagen? Is het alweer 128 jaar geleden? Het lijkt veel korter. Soms heb ik wel eens het idee dat ik iedereen van jullie ken. De oude dame die al een half uur op de Aalmarkt voor de geheel gerenoveerde flagship-store staat te wachten om klokslag half tien de LaPlace binnen te mogen om vervolgens drieënhalf uur met één kopje cappuccino te doen. De student die een dekbed koopt met een VVV-bon ter waarde van vijftig euro, om die vervolgens bij de klantenservice weer terug te brengen in ruil voor geld.
U bent me allemaal even lief.
Heus.
U bent heel erg divers, dat maakt het nou ook zo gecompliceerd.
U bent een gezin met vijf kinderen, waarvan drie in een dubbeldekker kinderwagen met zijspan, waarvan de man bij de boekjes staat te kijken terwijl de rest kleren past.
Tijdschriften.
Wie gaat er nou naar de V&D voor een tijdschrift? U? Nee, u niet. U staat bij ons boekjes te lezen omdat het buiten hoost of omdat uw vrouw zo lang in de paskamer zit. En daarna koopt u dat blaadje niet.
Kijk, en dat wat u doet kunnen wij natuurlijk ook.
Dat van die huur niet betalen, dat was misschien niet zo heel erg netjes. Of zeggen dat we in gesprek gingen met de vakbonden terwijl we helemaal niet in gesprek gingen met de vakbonden. Of dat uw werkgever u dit jaar geen kerstpakket gaf, maar een V&D-kadobon en dat nou blijkt dat u daar helemaal niks meer mee kunt kopen.
Voor de kerst.
Maar goed, we doen het voor de goede zaak.
Voor u.
Ik bedoel:
Die driehoekige broodjes met een lullig blaadje sla met veel te veel roomkaas. Waarbij bij een hap alle kaas over uw hand eruit sprietst. Waar kunt u die gaan halen als we de deuren definitief sluiten? Ik kan u niet garanderen dat de volgende eigenaar ook een halve spuitzaak stroomkaas in uw broodje spuit.
Waar moet u nu heen voor het Prijzencircus?
Nou?
Of De schoolcampus?
Waar moet u nu uw kaftpapier halen?
Of uw TMF-agenda?
Wat als u een LEGO-tentoonstelling wil zien?
Een Yvon Jaspers-theepot nodig heeft?
Nou?
Lieve klant,
Had u wel door dat we een reisbureau in de V&D hadden?
En een fotograaf?
En een Dixons?
Een Mexx?
We verkochten godverdomme tenten!
Of ja, verkochten…
Nu ja, er was een tijd dat we alles hadden. Alles in één gebouw.
Eigenlijk waren wij het internet, vóór het internet.
Sterker nog, we waren zó internet voor het internet, dat we pas een soort van webshop kregen in 2008. Zeg maar, een beetje na het internet.
Maar goed.
De hele economie trekt weer aan, de wegen staan weer vol, de auto’s ronken.
En wat doet u, in de hoedanigheid van onze doelgroep?
(schreeuwt)U KOOPT GEEN SJAALS MEER! GEEN WANTEN, GEEN VROLIJKE MUTS MET GEBREIDE BLOEM. WANT INEENS VINDEN MENEERTJE EN MEVROUWTJE KLANT HET TE HEET MET DIE “OPWARMING VAN DE AARDE”.
En dan doen we zo ons best, en dan worden notabene WIJ de dupe van het aantrekken van de economie en die snelwegen die weer vol staan!
WIJ!
Lieve klant, lieve lieve klant, ons rest dus nog maar één oplossing om de opwarming van de aarde tegen te gaan:
wij doen het licht uit.

white-square.jpg

Uit NRC van 28 december 2015 (klik voor vergroting):
orde van de dag I 28-12-2015 orde van de dag II 28-12-2015

appeltje

Squash

Ik zag een hele oude mevrouw fietsen. Zo’n mevrouw met een gezicht als een oud appeltje. Ze was helemaal krom, maar toch fietste ze fier. Haar haar was geföhnd in losse krulletjes, niet van die strakke zoals je wel eens ziet bij vrouwtjes met een verbeten blik. Deze mevrouw was anders. Ze was dik ingepakt met een sjaal en leren handschoenen en uit haar belegen fietstas stak aan de ene kant een squashracket en aan de andere kant een bescheiden sporttas. Ze fietste door de zon de horizon tegemoet, terwijl ik, die toch dezelfde kant op ging over hetzelfde fietspad, door de kou fietste op weg naar gewoon de andere kant van de stad.