fietsen

Op de fiets van Oost naar West

Gisteren, in acht punten

1. Ik zag twee volledig gesluierde vrouwen bij een bushalte een zakje chocolade pepernoten delen.
2. De hele stad rook naar kaneel. Ik las ooit ergens (was het in Girlfriend in a coma van Douglas Coupland?) dat kaneel de tegenovergestelde geur van de dood is.
3. De oude man in de scootmobiel reed zo midden op het fietspad dat er een fietsfile zich achter hem had gevormd.
3. Drie dikke vrouwen bespraken met vette Nijmeegse accenten hoe de ene haar slag had geslagen met het kopen van een huis.
4. Ze keken alle drie niet naar de pukkelige jongen die voorbij liep met een zak voorgebakken friet en een doos Mora-snacks. Hij dronk uit een blikje met Red Bull.
5. Een draaiorgel kwam voorbij.
6. Ik verzin dit niet. Dit was echt.
7. De zon scheen.
8. De stad was spekglad, maar niemand viel.

brussel

Belegerd Brussel

Mijn Brussel, al ben je erg ziek
een mollepijp
een braakland
in ruïne ken ik jou niet
ach je bent wreed veranderd
al ben je als een lelijk huis
toch voel ik me hier veilig thuis
als nergens anders

Vanochtend ben ik vroeg opgestaan en ik heb mijn stem gesmeerd met thee en honing. De melk heb ik in de koelkast laten staan. Dat zei mijn moeder vroeger al: melk is funest voor de stem. Je graat er van smekken en klikken en dan luisteren de mensen niet meer. Ik heb me warm aangekleed met fleece en wol. Dikke sokken en die schoenen die het hele jaar in de kast staan te wachten tot het tijd is. Tot het weer is omgeslagen naar dit. En dit is nog niets, dat weet ik. Nu vinden we dit al koud, maar als het lente wordt vinden we een paar graden boven nul lekker warm. Dan rennen we naar de terrassen om daar cécémel te drinken.
Maar vanochtend was het tijd voor thee en honing.
Ik had geen megafoon nodig.
Je moet je focussen op de mensen achteraan in de zaal, dat zei mijn moeder vroeger al: dan kun je zo hard. Jongen, je moet nooit vertrouwen op een microfoon. Microfoons zijn voor luie mensen.
Ik ben naar buitengestapt en ik ben gaan zingen.
Met alles wat ik in me had.
Zo hard dat ik er soms van moest hoesten.
De straatlantaarns weerspiegelden op de natte straten en alles galmde, precies zoals ik had gehoopt. Ze zeggen wel eens dat alles slijt, maar ik weet dat pijn de enige manier is om dingen over het voetlicht te krijgen. Pijn, en Johan Verminnen.

train-door-768x1024

Ja? Ja.

MEISJE IN DE TREIN
Ja. (stilte)
Ja. (stilte)
Ja. (stilte)
Ja. (stilte)
Jaaaa. Jaja. (stilte)
Ja. (stilte)
Jaha. (stilte)
Ja. (stilte)
Ja. (stilte)

HMDODHBS (fluistert tegen u daar aan de andere kant van het scherm, u: de mensen thuis)
Het meisje naast me in de trein is aan de telefoon. Ze draagt een dikke wollen jas en heeft haar lange krullende haar in een zijstaart. Ze friemelt onophoudelijk aan haar haar. Ze doet me denken aan van die meisjes vroeger op de lagere school die constant een pluk haar in hun mond hadden. Het is iets met je eigen haar eten, het heeft iets dierlijks, iets wat je doet als ze je zestien dagen met het licht aan opsluiten in een kelder. Ze praat onophoudelijk in haar telefoon, al laat degene aan de andere kant van de lijn haar niks zeggen.

MEISJE IN DE TREIN
Ja. Ja hoor. (stilte)
Ja. (stilte)
Ja. (stilte)
Ja, nou. (stilte)

HMDODHBS
Dan is het langer stil. Mijn ergernis is tenslotte omgeslagen in nieuwsgierigheid, zoals dat altijd gaat. Het jaagt me nog eens een keer de afgrond in.
Continue reading…