theater

De voorstelling van vandaag

De mensen die passeren aan de andere kant van het raam lijken net acteurs die ingehuurd zijn om een toneelstukje op te voeren speciaal voor mij. Twee heren in een net pak met allebei een aktetas die afscheid namen. Je kon zien dat eentje de hogere in rang was, die had net een strakker pak, net strakker haar en de ander keek wat verwilderder uit zijn ogen. Ze schudde elkaar de hand, waarna de strakke in één rechte lijn naar zijn auto liep en de achterklep opende. De ander draaide een keer om zijn as voordat hij zich weer herinnerde waar hij geparkeerd stond. Daarna liep hij het beeld uit, als een lemming. Een oude mevrouw en een oude meneer kwamen voorbij. Zij had nog steeds lang haar, opgestoken in een knot recht op haar hoofd. Ze had een windjack aan en haar tasje hing als een sieraad om haar nek. Ze had haar arm in de arm van de man gestoken. Ze was blij. De man was ook blij, denk ik, maar ik lette vooral op haar. Zij was misschien de betere acteur. Twee jongens in een trainingspak stapten in een Duitse auto. Ze waren aankomen lopen met een soort van swag. Of hoe noem je dat? Ik weet toch ook niet hoe je dat noemt? Ik ben toch ook maar een toeschouwer, ook al heb ik niet meer voor een kaartje betaald dan een kop koffie en een tosti. De jongens in de auto hebben de raampje gesloten en ze eten allebei een saucijzenbroodje. Ze eten. Daarna gaan de raampjes open en roken ze een sigaret. Daarna rijden ze weg. Ik denk naar Duitsland. Terwijl ik de auto nakijk en nog op het nummerbord probeer te zien uit welke Duitse streek ze komen, moeten ze inhouden voor een motorrijder met een grote groene hanekam op zijn helm geplakt.
Ik bestel nog een kop koffie, al weet ik niet zeker of de voorstelling niet al afgelopen is.

Trijntje-eurovision-dress

Eurovisie Songfestival 2015: een voorbeschouwing van land tot land

Oké. Afgelopen week is mij twee keer gevraagd of ik het wel serieus bedoelde toen ik zei dat het songfestival bij mij evenveel juich-stress-sterf-spanning teweeg brengt als het WK voetbal dat doet bij andere mensen.
Ja, ik meen dat.
En ik schaam mij er niks voor.
Ja, en ik weet ook dat er voor een Nederlander genoeg te schamen valt, qua songfestival. Maar ik ga het niet hebben over draaiorgels, drie dikke mannen in een glitterpak, meisjes op blote voeten, indianentooien en over de jurk van Linda Wagenmakers, al wil ik wat ‘t laatste betreft u er meteen even op wijzen dat De Jurk van Linda Wagenmakers maar weer bewees dat je met een jurk het songfestival niet wint, in tegenstelling tot wat de opvatting dit jaar is in het Nederlandse creatieve team.
Loreen had gewoon een broekpak van de C&A aan, en Anouk ook trouwens, met daaromheen wat zwarte vitrage, dus hoe ze om de zoveel jaar weer komen met het adagium: we gaan onszelf in de kijker spelen met een afzichtelijke jurk of een indianentooi of een draaiorgel, want dat is handig, de heilige Cecilia mag het weten. Wat denkt zo’n team? Het liedje is immers al slecht, laten we nu ook nog eens de aandacht afleiden van het enige ding dat deze act wel kan en dat is zingen?
Weten we nog wat Ilse aanhad vorig jaar?
Nee. Ja, iets wits en Waylon had een hoed op met guldens, maar verder had niemand het in z’n hoofd gehaald om te zeggen: weet je wat, we hijsen ’t kiend ook nog eens in een hoepeljurk met stelten eronder, dan weten we zeker dat we opvallen.
U begrijpt mijn frustratie van dit jaar.

white_square.jpg
never forget

Never forget.

white_square.jpg

Nu roep ik ieder jaar dat ’t niks wordt met het liedje. Vorig jaar was mijn stokpaardje dat ik ’t lied nog nooit had afgehoord omdat ik iedere keer al vóór het refrein in slaap was gevallen. Maar normaliter draai ik een week van tevoren weer bij. Zelfs bij de 3J’s dacht ik de week tevoren: ja, ja, het zou nog best wel eens kunnen. (Maar goed, bij de drie mannen had het ons beter gedaan een taperecorder en drie cacti op het podium te zetten, qua performance. En ze zongen ook vals. Ook dat.)
Laat ik het zo zeggen, lieve songfestival-cynici onder u, toen Anouk voor het eerst sinds 1542 het klaarspeelde om de halve finale door te komen, ben ik even gaan zitten en heb ik een traan gelaten. En dat was vorig jaar niet anders. De ideale uitslag, mijns inziens: Conchita op één, voor alle Russische kinders die zich schamen omdat ze iets voelen voor hun vriendje of vriendinnetje van hetzelfde geslacht en alleen maar horen dat alles wat buiten de norm valt zondig is en slecht, en wij op twee. Perfect.
Nu ja. Dan dit jaar.
Het wordt, ben ik bang, Wenen met Trijntje. Of, zoals ze zelf misschien zou zeggen: crying with little train. Over het liedje straks meer.

Nu.
Een voorbeschouwing dus.
Op soort van alfabetische volgorde, wegens playlist met Engelstalige landennamen.
Doe uw gordel om en hou u vast: daar gaan we.

Continue reading…

prinses carnaval

Carnaval in Oeteldonk

In het kader van Radio Verkade, ben ik een week lang writer in residence in Den Bosch. ‘s Ochtends wandel ik de stad door en ‘s middags schrijf ik van 13u tot 15u in Boekhandel Heinen. Wie nog een goed verhaal heeft dat zich afspeelt in Den Bosch of omstreken: kom ‘t me vertellen! Van dinsdag tot en met zaterdag verschijnt er iedere ochtend een podcastje van de voorgaande dag. ‘s Zaterdags tijdens het festival ben ik te gast in de kleine zaal bij Dennis Gaens.

white-square.jpg

Opgegroeid met het Venlose vastelaovend besloot ik in Den Bosch op zoek te gaan naar ‘t echte Oeteldonkse carnaval.
Met een bezoek aan ‘t Gemintemusejum, Daan van Café De Palm en in de boekwinkel liep ik ook nog wat mensen tegen het lijf die er wel iets over te vertellen hadden.
Het openingsliedje is speciaal voor de rokers onder ons.


Wederom duizend maal dank aan Dennis Gaens voor het mixen.

SAMSUNG CSC

De Albertheijnman

In het kader van Radio Verkade, ben ik een week lang writer in residence in Den Bosch. ‘s Ochtends wandel ik de stad door en ‘s middags schrijf ik van 13u tot 15u in Boekhandel Heinen. Wie nog een goed verhaal heeft dat zich afspeelt in Den Bosch of omstreken: kom ‘t me vertellen! Van dinsdag tot en met zaterdag verschijnt er iedere ochtend een podcastje van de voorgaande dag. ‘s Zaterdags tijdens het festival ben ik te gast in de kleine zaal bij Dennis Gaens.

white-square.jpg

Vandaag is mijn laatste dag in Den Bosch en vandaag hoorde ik dat De Albertheijnman niet meer is. Als ik ‘s ochtends tijdens opnames van hoorspelen in Hilversum om half acht naar het station fietste, nog voordat de Albert Heijn openging, dan zag ik hem altijd zitten in zijn rolstoel voor de nog gesloten schuifdeuren. Ik keek altijd even, of hij er echt wel was. Of hij misschien een dagje vrij had, een dagje in bed was blijven liggen, maar hij zat er altijd. Nu heb ik een bijzonder sterke fascinatie voor paradijsvogels, dus ik had een bekende die achter de kassa zat bij diezelfde Albert Heijn al eens over hem ondervraagt.
“In die rolstoel? Met die belletjes?”
“Ja, die ja.”
“Wat is daar mee?”
“Nou ja, wat voor man is dat?”
“Gewoon, een hele aardige man. Hij kwam altijd koffie halen.”
“Maar waarom zit hij er altijd al zo vroeg?”
“Weet ik niet.”
“Heeft niemand hem dat ooit gevraagd?”
“Nee… Nee…”
“Hoezo niet?”
“Dat doen we hier niet. Ik vind dat ook niet beleefd.”
Nu kom ik er achter dat hij elke dag een kan koffie kreeg. En dat hij krantjes op het station haalde en die afgaf bij het ziekenhuis. Ik heb hem wel eens voorbij zien rijden, om zes uur ‘s ochtends, rinkelende belletjes en al, op weg naar het station. Het vroor, het had gesneeuwd en het klonk alsof het een film was waarin hij voorbij reed. Alsof het niet echt was. Hij reed voorbij, verdween uit het zich en daarna was de wereld ineens weer normaal. Ik heb even met mijn hoofd geschud en ben in de auto gestapt.
Achter me wordt in de kleine zaal gesoundcheckt voor het programma van vanavond. Ik zit in de kleedkamer te tikken. Mijn laatste postje vanuit Den Bosch. En de Albertheijnman is niet meer. Ik sta alweer met één been in Nijmegen.

Uilenburg (2)

Iedereen is bijzonder

In het kader van Radio Verkade, ben ik een week lang writer in residence in Den Bosch. ‘s Ochtends wandel ik de stad door en ‘s middags schrijf ik van 13u tot 15u in Boekhandel Heinen. Wie nog een goed verhaal heeft dat zich afspeelt in Den Bosch of omstreken: kom ‘t me vertellen! Van dinsdag tot en met zaterdag verschijnt er iedere ochtend een podcastje van de voorgaande dag. ‘s Zaterdags tijdens het festival ben ik te gast in de kleine zaal bij Dennis Gaens.

white-square.jpg

1.
Een nette dame met hoog opgeföhnd haar komt aan mijn tafel staan. Ze heeft een briefje in haar handen waar met een sierlijk handschrift een titel van een boek op is geschreven. Ze is niet eens zoveel ouder als ik ben. Ze is misschien net een jaar of veertig. Er hangt een wolk van parfum om haar heen.
“Ik ben op zoek naar dit boek,” zegt ze. Ze wijst op het briefje met een keurig gemanicuurde nagel.
“O, ik ben de writer in residence,” zeg ik. “Ik verzamel anekdotes uit Den Bosch.”
De vrouw kijkt me even aan, alsof ik zojuist iets in het Chinees heb gezegd.
“Ik werk hier eigenlijk niet. Maar mijn collega’s daar kunnen u vast helpen.”
Ik weet ook niet waarom ik collega’s zeg, terwijl ik net zei dat ik hier niet werk. Het voelt als collega’s, misschien is dat het.
“Maar u kunt toch wel even kijken of jullie dit boek hebben?” zegt ze. Ze wijst op mijn laptop.
“Dat kan ik niet,” zeg ik. Ik sputter iets als dat het mijn eigen laptop is, dat ik niet op het systeem van de winkel kan inloggen, maar ze loopt al weg.

2.
Vandaag is de laatste dag dat ik bij Heinen aan het schrijven ben. Raar eigenlijk hoe snel zo’n week gaat. Ik heb het gevoel alsof ik al weken hier heb gezeten.
“Kun je wel werken met al die mensen om je heen?” vroeg iemand een paar dagen geleden.
Maar ik kom er steeds meer achter dat een boekhandel eigenlijk helemaal niet zoveel verschilt van een kroeg. Geroezemoes, mensen die om je heen lopen, gesprekken die je af kunt luisteren.
Vooral dat laatste. Mijn tafel staat naast de balie, aan de grens van de kinderafdeling. Het leuke aan hier zitten is, net als wanneer je achter de bar in de kroeg staat, dat mensen op een gegeven moment vergeten dat je er zit. Of vergeten dat je alles kunt horen.

3.
“Iedereen is tegenwoordig bijzonder. Moet je al die boekjes kijken over de mooiste en de liefste en hier: Pap, vertel ‘s. Omdat je bijzonder bent.”
“O ja. Goh, wel best leuk.”
“Maar dat bijzonder. Iedereen is bijzonder. Bah. Bijzonder. Wat een onzin.”
“Kun je je vader allemaal dingen laten invullen. Dat is toch best leuk?”
“Nou, ik doe d’r niet aan mee. Ik hoef niet zo nodig bijzonder te zijn, als iedereen al bijzonder is.”
“Dus iedereen is bijzonder, behalve jij?”
“Ja, inderdaad ja.”
“Goh…”
“Ja.”
“Bijzonder…”

4.
“Dus jij bent een schrijver?” vroeg de barman van de kroeg gisteren.
“Nou ja,” zei ik. “Eigenlijk wel. Maar ken je uit films, dat mensen dan in de kroeg werken en tegen gasten zeggen dat ze eigenlijk acteur zijn? Of danser? Of schrijver?”
De barman knikte.
“Nou, ik heb altijd de neiging om te zeggen als iemand vraagt of ik schrijver ben: ‘Ja, maar ik ben éígenlijk barvrouw.’”

5.
Ik stuur een werkmail naar Wout, die toevalligerwijs in Den Bosch is opgegroeid. Onderaan schrijf ik een regeltje over de nette dame die aan mijn tafel kwam.
“O,” mailt Wout terug. “Dat is er zo eentje die witte wijn staat te drinken ergens op een terras op Uilenburg, bij die kroegen die op vrijdag altijd stampvol zijn met mannen die hun trui om hun nek geknoopt hebben. Mijn moeder zegt altijd als we daarlangs lopen: je hebt mensen en je hebt potloden. Iedereen lijkt daar op Mart Smeets.”
“Maar vergeet niet: iedereen is bijzonder,” stuur ik terug. “Iedereen is bijzonder. Behalve ik.”

6.
Morgen weer naar huis.
Ik ben al veel te gehecht geraakt aan Den Bosch.

achter de geraniums

Met Lucas aan de wandel

In het kader van Radio Verkade, ben ik een week lang writer in residence in Den Bosch. ‘s Ochtends wandel ik de stad door en ‘s middags schrijf ik van 13u tot 15u in Boekhandel Heinen. Wie nog een goed verhaal heeft dat zich afspeelt in Den Bosch of omstreken: kom ‘t me vertellen! Van dinsdag tot en met zaterdag verschijnt er iedere ochtend een podcastje van de voorgaande dag. ‘s Zaterdags tijdens het festival ben ik te gast in de kleine zaal bij Dennis Gaens.

white-square.jpg

Lucas de Waard en ik kennen elkaar ondertussen al tien jaar, sinds we allebei in Utrecht studeerden. Dus was het een feest om ‘s ochtends op Hemelvaartsdag met hem door zijn geboortestad te kuieren. De stad waar hij na z’n studie ook subiet naar terug verhuisde.

cafe-de-palm

De Geraniummarkt

In het kader van Radio Verkade, ben ik een week lang writer in residence in Den Bosch. ‘s Ochtends wandel ik de stad door en ‘s middags schrijf ik van 13u tot 15u in Boekhandel Heinen. Wie nog een goed verhaal heeft dat zich afspeelt in Den Bosch of omstreken: kom ‘t me vertellen! Van dinsdag tot en met zaterdag verschijnt er iedere ochtend een podcastje van de voorgaande dag. ‘s Zaterdags tijdens het festival ben ik te gast in de kleine zaal bij Dennis Gaens.

white-square.jpg

“Ik ben volgens mij al tien jaar niet meer op de Geraniummarkt geweest,” zegt Lucas.
“Waarom heet het eigenlijk de Geraniummarkt?”
We kijken om ons heen. Ik zie nergens geraniums. Wel paksoiplantjes en potrozen.
“Weet ik eigenlijk niet,” zegt Lucas. “Er zullen wel ooit heel veel geraniums zijn geweest.”
“Wat ben jij nou voor Bosschenaar?” zeg ik.
“Nou ja, alsof jij alles van Nijmegen weet,” zegt hij.
Nee, dat klopt. Ik woonde al jaren in Nijmegen toen ik voor het eerst naar het Valkhofmuseum ging. Of toen ik voor het eerst de Ooij in fietste. Of toen ik voor het eerst de St. Stevens binnenwandelde. Ik ga eigenlijk nooit naar een andere kroeg dan De Blaauwe Hand. Als je gewoon leeft in een stad, dan leef je gewoon in een stad. Dan ga je niet ineens naar het museum. Dat is iets dat je doet als je ergens op bezoek bent.
“Ik heb er eigenlijk nooit over nagedacht,” zegt Lucas. “Ik dacht dat elke stad af en toe een Geraniummarkt had.”*
“Ik heb nog nooit van een Geraniummarkt gehoord,” zeg ik. “Maar ja, ik ben ook opgegroeid in Venlo. Daar had je alleen de Schinkemerret.”
“Goh.”
“Ja.”
We wandelen verder. De zon schijnt kwistig. Op het terras eten mensen Bossche bollen.
“Er zijn hier in Den Bosch zoveel chique mensen. Oudere dames in mantelpakjes met pareloorbellen en lippenstift en van dat haar.”
“Ja, wist je dat niet?”
“Nee, ik dacht: het is gewoon een soort Nijmegen.”
“Nou nee, er is hier best veel kak.”
“Het is meer het Maastricht van Brabant.”
We kijken rond.
“Laten we koffie gaan drinken.”
We wandelen de straatjes door, langs de St. Jan en bij De Palm ploffen we neer.
“Ik ga eigenlijk altijd alleen maar naar De Palm als ik in Den Bosch ben,” zeg ik.
“Ja, net zoals ik alleen maar naar De Hand ga in Nijmegen.”
We zeggen even niks.
Zo is het cirkel weer een soort van rond.
En ben ik ook niet hélemaal op bezoek, hier in het Bossche.

white_square-outlined1.jpg

* Lucas had hier overigens wel degelijk een punt.

bieb

In de Bossche Bieb

In het kader van Radio Verkade, ben ik een week lang writer in residence in Den Bosch. ‘s Ochtends wandel ik de stad door en ‘s middags schrijf ik van 13u tot 15u in Boekhandel Heinen. Wie nog een goed verhaal heeft dat zich afspeelt in Den Bosch of omstreken: kom ‘t me vertellen! Van dinsdag tot en met zaterdag verschijnt er iedere ochtend een podcastje van de voorgaande dag. ‘s Zaterdags tijdens het festival ben ik te gast in de kleine zaal bij Dennis Gaens.

white-square.jpg

Leek het gisteren op het eerste gezicht alsof er in de Bossche Bieb nooit iets gebeurt, gaandeweg de dag kwam ik er achter dat het tegendeel waar is. Een Bosschenaar vertelde me dat ‘t kwam omdat Bosschenaren het meestal graag gezellig willen houden. En zo heurt het ook, vind ik.
Ik maakte er een podcast over.

kerkstraat 27

Woensdagmiddag in Heinen

In het kader van Radio Verkade, ben ik een week lang writer in residence in Den Bosch. ‘s Ochtends wandel ik de stad door en ‘s middags schrijf ik van 13u tot 15u in Boekhandel Heinen. Wie nog een goed verhaal heeft dat zich afspeelt in Den Bosch of omstreken: kom ‘t me vertellen! Van dinsdag tot en met zaterdag verschijnt er iedere ochtend een podcastje van de voorgaande dag. ‘s Zaterdags tijdens het festival ben ik te gast in de kleine zaal bij Dennis Gaens.

white-square.jpg

1.
Het fijne van ergens zitten en schrijven is dat je steeds allerlei flarden van gesprekken opvangt.
Een top drie:

“Ik wil een spannend boek waar mensen in doodgaan.”
“Ja, dan zeggen ze dat het psychisch is, terwijl het hersenvocht je uit de oren loopt.”
“Ik vin’ da gewoon heel erg raar. Dat je dan door een bóékwinkel moet om naar de wc te kunnen.”

2.
“Ik was op een dag op zoek naar vissenvoer, maar alle winkels waren dicht,” vertelt een van de medewerkers van Heinen. “Dus ik fiets naar de Maaspoort, een overdekt winkelcentrum, om daar naar een dierenwinkel te gaan. Daarna besloot ik om even het boekwinkeltje in te lopen, om te kijken hoe alles staat en hoe zij dat nou doen, en terwijl ik dat doe kom ik één van onze vaste klanten daar tegen. Toen hebben we alleen even verlegen naar elkaar geknikt. Alsof we daar allebei niet mochten zijn.”

3.
“Nou, we hebben hier ooit een handgemeen gehad in de winkel. Met een dichter die niet bij iedereen even goed lag. Die hoorden we die dag al aankomen, terwijl hij bij de St. Jan de straat inliep. Dat geschreeuw werd steeds harder en uiteindelijk belandde hij hier in de zaak. Bleek hij het ergens niet mee eens te zijn, een mannelijke collega van mij kwam erbij en de dichter werd vervolgens agressief.
Toen werd er écht gevochten. De knopen van de bloezen van de heren vlogen hier door de winkel.”

bieb den bosch

Woensdagochtend in de bieb

In het kader van Radio Verkade, ben ik een week lang writer in residence in Den Bosch. ‘s Ochtends wandel ik de stad door en ‘s middags schrijf ik van 13u tot 15u in Boekhandel Heinen. Wie nog een goed verhaal heeft dat zich afspeelt in Den Bosch of omstreken: kom ‘t me vertellen! Van dinsdag tot en met zaterdag verschijnt er iedere ochtend een podcastje van de voorgaande dag. ‘s Zaterdags tijdens het festival ben ik te gast in de kleine zaal bij Dennis Gaens.

white-square.jpg

1.
In de bieb zit ik aan een tafel bij de ingang, naast de kast waar je je boeken kunt inleveren. Ik heb vanochtend in de haast meer zonnebrand in mijn rechteroog gesmeerd dan op mijn hoofd en ik zie dus alles in mono. Wat handig is, want een dame met een tweeling in een buggy heeft ruzie met de boeken en de inleverkast. Hoe heet zo’n kast eigenlijk? Is daar al een naam voor? Boekeninleverkast? Boekenretourunit?

2.
“Dus wat is nou het gekste dat je hebt meegemaakt in de vijf jaar dat je hier nu werkt?”
“Het gekste?”
“Ja?”
“Even nadenken hoor…”
“Neem de tijd.”

3.
De inleverkast heeft een ijzeren deurtje, dat openschuift als je op het scherm drukt. Het lijkt een beetje op de broodsnijmachine uit de bakkerij van mijn oom en tante. Ik vraag me af of er wel eens iemand is klem komen te zitten als dat deurtje weer omhoog schuift. Misschien moet ik dat eens vragen. Toen ik nog in Utrecht studeerde zat er een keer een acteur met zijn hand klem in een schuifraam. Hij had het hele pand bij elkaar gegild, maar niemand kwam hem redden omdat men dacht dat er een repetitie in dat lokaal gaande was. Ergens ter wereld moet er ooit iemand klem hebben gezeten in een boekeninlevermachine. Dat moet gewoon.

4.
“Nee, echt niet. Echt niks geks.”
“Of iets moois of grappigs of wat dan ook.”
“Ja, er komen hier gewoon heel veel leuke mensen. Echt van alles komt hier over de vloer.”
“Maar niemand echt raars? Waar iedereen het over heeft?”
“Nee… Nee… ja, die mevrouw daar in het wit. Die is wel excentriek. Maar die is eigenlijk ook heel aardig. Die is gewoon anders dan de rest, maar dat is juist leuk.”
“Goh.”
“Ja… Sorry…”
“Nee, maakt niet uit.”
“Wacht, ik haal José even. Die werkt hier al een jaar of dertig. Die weet vast wel iets.”

5.
Het valt me op dat de Bossche biebkinderen zo welopgevoed zijn. Er wordt niet geschreeuwd, getrapt of gehuild. Ze kraaien rustig wat en rennen voor hun ouders uit. Ze helpen mee met boeken inleveren, lezen een boekje op de trap of zitten rustig op een stoel als hun vader of moeder een kop koffie drinkt. Wonderlijk.

6.
“Iets geks? Nee… Nee… Niet zo snel iets dat me te binnenschiet.”
“In drieëndertig jaar niets geks?”
“Nee… Nee…”
“Zo’n verhaal dat je vertelt op een feestje,” zeg ik.
“Nee, er schiet me niks te binnen.”
“Is er ooit wel eens iemand klem komen te zitten in de inlevermachine?”
“Nee, ook niet.”
“In drieëndertig jaar niet?”
“Nou ja, die inlevermachine is er nog niet zo lang.”
“Of is er ooit iemand hier ten huwelijk gevraagd?”
“Nee, ook niet. Ja, iemand heeft hier wel eens z’n trouwfoto’s gemaakt. Maar dat was meer vanwege het gebouw.”
“Niet vanwege de boeken.”
“Nee. Ja… Alles gaat hier eigenlijk altijd z’n gangetje. Maar wacht, ik haal Els. Die heeft d’r laatste dag vandaag. Die werkt hier al eenenveertig jaar.”

7.
“Iets geks.”
“Ja.”
“Hm…”
Els denkt na.
“Maakt niet uit wat.”
“Nou, niets bijzonders eigenlijk.”
Ondertussen verbaast het me al niets meer.
“Ja, ooit heeft een dichter zich laten insluiten stiekem. Die vonden ze ’s nachts toen het alarm ging aan de balie. Zat ‘ie te dichten.”
“En toen?”
“Toen hebben ze ‘m eruit gezet.”
“En dat was het?”
“Ja. Dat was het eigenlijk wel. Is niet zo’n heel spannend verhaal.”

8.
Hier in de Bossche bieb zitten mensen nooit vast in boekeninlevermachines en eigenlijk is dat juist heel erg fijn. Geen gedoe, geen heftige gebeurtenissen, maar gewoon: mensen die komen lezen of werken. Hier in de Bossche bieb zijn de bezoekers net zo gemoedelijk als het personeel. Iedereen keuvelt wat, leest een krantje, snuffelt tussen de boeken.
Het is dat hier voor een schrijver nooit iets geks gebeurt, anders zou ik hier misschien wel gaan wonen.