(No) more champagne

Een gelukkig 2015, mijn waarde vrienden.
Voor sommigen hopelijk een beter, een veel beter jaar dan 2014 en voor sommigen hopelijk hetzelfde, of een evengoed.
Voor mezelf weet ik het nog niet. Je moet altijd oppassen voor de dingen die je wenst.
Voor iedereen die we onderweg verloren zijn.
En voor iedereen die we nog mogen begroeten. Ik kan niet wachten om jullie te zien.
Tot snel, lieverds!

Kerstnacht

Het is Kerstnacht en ik ben al twee uur bezig met naar bed gaan, maar ik draai plaatjes op Youtube en ik drink nog een glas wijn. D’n D. heeft nachtdienst en ik was vanavond in Venlo omdat ik moest voorlezen tijdens de Kerstmis voor ongelovigen, die helemaal niet zo heet, maar die ik op één of andere manier maar steeds zo blijf noemen. Het was heel mooi programma. Met allemaal fijne mensen. Daarna nam ik de helemaal lege trein terug naar Nijmegen, en ik at een stuk peperkoek omdat ik was vergeten te avondeten. Buiten was het donker, achter de meeste ramen waren de lichten gedoofd, ik denk dat iedereen ergens anders zat.
In de zaal die avond zat een meisje dat ontzettend veel leek op een oudere variant van Gemmeke, een vriendin van me op de middelbare school die zelfmoord pleegde. Een variant die ze misschien geweest zou zijn nu, als ze nog geleefd had. Ik zat achteraan op het podium en de zaallichten bleven aan en moest de hele tijd naar haar kijken. Ze was heel net gekleed, dat zou Gem nooit hebben gedaan, en ze had een belegen jongen naast zich zitten. Ze lachte niet veel. Ze keek ernstig. Ik begon me steeds meer af te vragen of het haar niet zou kunnen zijn. Misschien was het allemaal een farce geweest destijds, was ze helemaal niet dood, maar was het een list geweest om haar weg te krijgen bij de dealers, bij die smerige lui die haar uiteindelijk het graf in hebben gedreven.
Ik dacht: wat als ik roep? Als ik haar naam roep?
Ik riep haar naam niet.
Ik heb lang gekeken.
Later, toen ik de zaal uitliep, zag ik haar staan. Ze leek helemaal niet op Gem. Het moest het zaallicht zijn geweest, dat recht boven haar naar beneden was gevallen. Als engelen. Als sneeuw.
Daarna deed ik alles alleen. Ik liep naar het station, ik at peperkoek en omdat ik mijn boek was vergeten patiencete (ja, hoe je dít nu spelt… waar is Cees als je hem nodig hebt?) ik op mijn ouwe Nokia, draaide heel hard St. Vincent en fietste als een malle over de lege straten naar huis. D’n D. had de kerstboom aangelaten.

People turn the TV on, it looks just like a window.

En nu zit ik hier.
Ik blaas zo het kaarsje voor Gem uit, want ik moest maar eens naar bed.
Maar ik stuur u natuurlijk niet zomaar de koude kerstnacht in.

Slaap goed allemaal.
I’ll catch you on the flipside.

Stoof

Ik weet niet hoe het zo gekomen is, hoe ik van een barvrouw die om zes uur naar bed ging, ben veranderd in een vrouw die om kwart over zeven ‘s ochtends op de dag voor Kerst bij de Albert Heijn naar binnen loopt met een boodschappenlijstje in de hand. Ik was naast een meneer met een interessante snor en een jagerskleurig jasje en een mevrouw met een coupe en een mantelpak de enige klant in de winkel nog. Verder liep de zaak vol met rennende medewerkers.
Door de speakers zong een boyband, de jongen bij de sushi hakte een zalm in mootjes.
Ik vroeg een meisje of er nog rundvlees was.
Voor de stoof.
In haar armen had ze een stuk of tien varkenshazen.
“Op!” brulde een man achter me.
“Sorry?” vroeg ik. Ik verstond het niet goed. Het meisje gooide de varkenshazen in het koelvak.
“AL het vlees voor stoven is OP,” riep de man. “OP!”
“O,” zei ik.
De man greep verbeten in een krat met bakjes gehakt.
“Het moet nog binnenkomen,” zei het meisje vriendelijk.
Ik dacht aan het duivelsrundvlees. Ik keek op mijn lijstje.
“Wanneer komt het weer, dan?” vroeg ik.
De man draaide zich om, alsof iets hem stak. Iets. Of ik.
“HET KOMT ALS HET KOMT!” riep de man. “GEWOON! ALS HET KOMT!”
“Ik bedoel het niet gemeen,” zei ik.
De man keek me even aan.
Hij slikte.
Hij had wat wit in zijn mondhoeken.
Misschien stond hij hier al sinds maandagochtend.
Dat kon best. Runderlappen zijn rond deze tijd van het jaar inderdaad niet aan te slepen. Ik begrijp dat heus wel.
Misschien had hij al twee nachten niet geslapen.
Ik dacht aan thuis.
Ik kon ook zo de elektrische deken aanzetten en weer naar bed gaan.
“Twaalf uur,” zei de man sip.
“Alles komt goed,” zei ik tegen de meneer.
Hij dacht even na. Toen schudde hij zijn hoofd. Hij draaide zich weer naar zijn krat gehakt.
“Wij doen ook maar gewoon ons werk,” mompelde hij. “Gewoon ons werk.”
Ik keek op de klok. Op de fiets naar huis, die visjes die ik vorige week teveel had gekocht uit de vriezer halen en dan terug in bed kruipen.
Luisteren naar de wind.

Fijne kertsdagen, lieve dappere mensen

Klokken haalden mij uit de slaap vandaan:
Kerstmis over den Haag om middernacht.
Hij, die ik dagelijks te wezen dacht,
trok uit mij weg en kwam alleen te staan.

Ik keek tegen mijn eigen leven aan,
alsof een ander het had doorgebracht.
Een lege helderheid betrok de wacht
tussen mij en het opgeschoven raam.

De stad verstomde. Mijn verbeelding ging
over de torens heen naar Bethlehem.
2000 jaren her is daar een kind
zojuist geboren en de moeder windt
het in een doek. De ezel en de man
maken het nuchter mee. Een engel zingt.

Gerrit AchterbergKerstmis

Serial

Hargl! Nog maar één aflevering van Serial, wat heel erg is, want de donderdag was tot nu toe de podcast-equivalent van met de haartjes nat nog even op mogen blijven op zaterdagavond. De serie wordt meestal omschreven als een waargebeurde True Detective-achtige serie in audiovorm, en dat klopt ook wel. Traag en spannend. Wat wil een mens nog meer? Hoera! (Al krijgt op het VIVA-forum een zekere Schnudel niet erg veel bijval in haar enthousiasme. Vrees niet, Schnudel, we zijn met veel! Wij begrijpen je!) In Serial is Sarah Koening op zoek naar de waarheid achter de moord op de 17-jarige Hae Lee. Veroordeeld voor de daad, die in 1999 plaatshad in Baltimore, is haar ex-vriend Adnan Syed, die op moment van de opnames al bijna vijftien jaar achter de tralies zit en de moord stellig blijft ontkennen. De serie is zo ontzettend spannend, juist omdat het echt is, omdat je ook niet weet of we er ooit achter gaan komen of Adnan echt achter de moord zit en wat Jay met alles te maken heeft, of iedereen in de zaak (inclusief maker Sarah Koening) last heeft van tunnelvisie.
Vandaag dus de laatste aflevering.

serial

Mocht u nog nooit een aflevering hebben gehoord: ik ben jaloers. Alle twaalf de afleveringen liggen nog aan uw voeten.
Het wordt een heerlijke krest.
Krets.
Kerts.
Kerst.
Nou ja.
U snapt wat ik bedoel.

Als u een podcast-leek bent: begin bij dit stuk van Peter Zantingh.

De hoela

1.

2.
Op het feestje rolde er een hoelahoep voorbij. Iemand had er ergens eentje gevonden en de plastic ring ging de woonkamer rond. Sommigen konden het heel goed, anderen lukte het alleen maar om de hoepel rond te laten draaien rond hun nek, wat er heel eng uitzag maar wat volgens de nekdraaiers geen pijn deed en ook heel gemakkelijk was. En de meesten lukte het niet.
Het was een rare gewaarwording om weer eens in zo’n hoepel te stappen, die met beide handen op te tillen ter hoogte van mijn middel en ‘t ding een zwier te geven. Ik draaide mijn heupen en ik herinnerde me ineens weer precies hoe het was, op het pad, in de achtertuin van mijn ouders. Hoe het voelde om die hoepel rond je middel te draaien, hoe lang dat soms kon duren, dat je er zelfs soms kleine pasjes bij kon lopen.

3.
Onlangs hadden we het over een vroegere vriend die jong dood was gegaan en toen iemand vroeg hoe lang dat geleden was zei ik: “twintig jaar.”
Twintig jaar, dacht ik daarna.
Kun je dingen luid denken?
Twintig jaar is al de duur van een heel mens.
Twintig jaar is genoeg om alle belangrijke zaken des levens in te proppen.

4.
Op Lowlands zag ik in 2009 Grace Jones.
Ze kwam veel te laat en iedereen floot en riep dingen en sommige mensen werden kwaad, maar na de eerste maten van het eerste liedje stond de tent op z’n kop.
Ik begrijp ook niet waarom ik er destijds geen stukje over heb geschreven.
Uiteindelijk hoelahoepte ze een heel nummer lang.
Ze was toen volgens mij 65.
Het was legendarisch.

5.
Op het feestje was ik ineens veranderd in een plank.
Een stijve hark.
De hoepel viel steeds meteen op de grond.
Niet eens één rondje, zoals vroeger maar heel af en toe gebeurde bij een slechte worp.
Ik moet er vaak aan denken: ik kan niet meer hoelahoepen. Ik weet niet eens meer hoe lang ik het niet had gedaan.
Misschien wel langer dan twintig jaar.
Misschien wel een heel mens, plus wat extra jaren om het uit te proberen.

Ik heb de hoepel aan Paulien gegeven. Die kon het heel erg goed.
Misschien wel het beste van iedereen op het feestje.