Wat is eigenlijk een Dismuke?

In het restaurant stond op het toilet een klein radiootje dat steeds muziek uit de jaren twintig speelde. Dan zat je daar met je broek op je enkels en je hoofd leunend in je handen en dan hoorde je zoiets:

Toen ik terugkwam van het toilet zei ik:
Als je dat toch zo’n transistor hebt, dan ben je toch het gelukkigste mens op aarde?
Ik dacht na over hoe ik dat thuis zou doen, dat ik een mp3-speler zou moeten volladen met ouwe jazz-standards, met ouwe liedjes. Baco zei ooit dat als je geen goeie speakers hebt dat je dan muziek tot zo ongeveer 1950 moet draaien, want dat hoort goed te klinken door knommelige speakers. Zoiets. Zo moest het lukken.

En toen kwam ik achter Radio Dismuke.
En ik zeg niet dat ik sinds nu gelukkig-gelukkig ben. Maar wel gelukkiger dan daarvoor.
Gisteren stond ik een taart te bakken, met een polkdot-schort om en Radio Dismuke op de achtergrond en het leven leek ineens een heel stuk eenvoudiger.

(De taart mislukte, overigens, maar goed, dat geheel terzijde. De kosmos plust en mint hier en daar wat.)

These vagabond shoes are longing to stray right through the very heart of it

1.
We liepen van 90th Street helemaal naar Battery Park. Als je een stad doorkruist met de voet, dan krijg je een gevoel hoe groot alles een beetje is, hoe het zich tot elkaar verhoudt, is ons devies.
De eerste dag lopen we altijd teveel. Dat is hoe het gaat.
Hier slapen we, overigens:

central-park.jpg

2.
Op Oudjaarsavond hadden we allemaal een jetlag. Op de televisie zagen we mensen die al vanaf zeven uur ‘s ochtends op Time Square stonden. Zonder bier. Mensen staan daar een hele dag terwijl het vriest zonder dat er bier is. Het was tien voor tien en eigenlijk wilden we allemaal naar bed. We besloten om een spel te doen, we onplopten de fles champagne alvast.

3.
Het was koud, dus op een gegeven moment wilden we koffie met taart, wat uiteindelijk lunch met wijn werd. Op de toetjeskaart stonden gefrituurde Oreo’s.
gebakken-oreos.jpg

4.
In Battery Park was het ijzig koud. In de verte zagen we het Vrijheidsbeeld, de zee was woest en de touwen van de rondvaartboten kraakten. We liepen langs de kade. Het begon te sneeuwen. In de koffiezaak liet ik mijn beker vallen omdat mijn handen zo koud waren. In ongeveer dertig seconden had ik een nieuwe beker. Ik vroeg om een dweil. Ik dacht aan al die keren dat ik een handveger en blik over de bar had aangegeven aan iemand die een glas van de bar had geveegd. Je eigen rommel opruimen is altijd minder erg dan tussen de benen van iedereen de rommel van iemand anders te moeten opvegen.
Ik kreeg geen dweil.
Ik vroeg me af hoe het zou zijn om in een Starbucks te werken.
Ik vroeg me af of Amerika ons voorland is.
Toen we buiten kwamen scheen de zon.

5.
Overal hangen hier bordjes met dingen die wel of niet mogen. In Nederland staan er op borden tekens die naar iets verwijzen. In Nederland kun je wel eens een straat tegenkomen met vijf verkeersborden boven elkaar waar je geen chocola van kunt maken. Dan staat er vaak ook nog een tijd onder. Dat je iets wel of niet zou moeten mogen, maar dan wel of niet juist tussen 7u en 16u. Ik heb wel eens met een vriend naar zo’n bordenrij staan kijken en dat we er niet uit konden komen wat de bedoeling was. Uiteindelijk zijn we doorgelopen. Hebben we niks gedaan.
Hier staat alles gewoon opgeschreven.
Zit niet op de grond, sta hier niet stil, zet niks op deze muur.
We liepen door een parkje waarin om de vijf meter een bordje in de aarde was gestoken waarop stond dat je niet op het muurtje mocht zitten. Ik vroeg me af waarom je niet op het muurtje mocht zitten. Omdat het muurtje anders stuk ging? Maar wat is er nou lelijker: een kapot muurtje of al die bordjes tussen de plantjes.

6.
D’n D. wil altijd graag op een hoog gebouw, en omdat je de eerste dag zeker de toerist mag uithangen gingen we naar Rockefeller Center. Het was nog een hele crime omdat te bereiken, nadat we in Battery Park waren geweest, omdat alle straten rond Time Square waren afgesloten. We liepen van 42nd naar boven en pas helemaal bij 58th hield de afzetting op. Er renden grote groepen mensen heen weer die nog probeerden het plein op te komen, maar op elke straathoek stonden wel acht agenten. Niemand was dronken.
“Dit lijkt in niks op de Dom in Keulen,” zei ik, toen we door vliegveld-achtige security moesten en door roepende medewerkers in de juiste gang werden geleid. Op de Dom koop je een kaartje en dan zeggen ze: “Daar is de trap”, en dan mag je het zelf uitzoeken.
Bovenop was het prachtig. En iedereen was blij. Alles voelt hier als in de film.

7.
Thuisgekomen hadden we pijn aan onze voeten.
Twee dagen in een dag.

8.
Om twaalf uur waren we blij. We dronken nog een drankje, we keken naar de mensen die door Central Park meerenden in een hardloopwedstrijd, speelden nog een spelletje en daarna mochten we naar bed.
We sliepen tien uur achter elkaar.
Nu is buiten alles weer normaal.
Vandaag hoeven we niks.