Tip van de dag, recht vanuit New York

*Geluid klinkt, iets als “pin-pon”*

Sinds ik twee keer op en neer naar Nieuw Zeeland ben gevlogen met de goedkoopste zes-keer-overstappen-tickets vind ik niks met het vliegtuig meer lang. Acht uur vliegen naar Amerika? Ik draai er mijn hand niet voor om. Ik heb een bril en dik boek en een laptop met veertien afleveringen van Columbo bij me.
O ja. En een zak met wol en haakspullen.
Terwijl ik helemaal niet kan haken, maar álles is leuker om te doen dan leren haken, dus dan vermaak je je altijd wel.
Heeft u een rommelig huis?
Neem een deadline.
Ik beloof het: voordat die deadline is genaderd is uw huis brandschoon. “Kijkt de deadline door het raam, dan is de afwas zo gedaam,” schreef ik ooit op het whiteboard in de gang van het laatste studentenachtige huis waar ik woonde.
Dus heeft u een lange vlucht?
Zorg dat u iets bij u heeft wat u eigenlijk van uzelf zou moeten doen, maar waar u eigenlijk helemaal geen zin in heeft.
Dan wordt namelijk alles leuk.

*einde bericht*

Good times for a change

Gisteren voorgelezen tijdens een fijn-fijn college over The Smiths van Gijsbert Kamer, op No More Heroes. De eerste editie, geheel in het teken van (inderdaad) The Smiths. Ik was als een kind zo blij, toen Paul me vroeg en dacht toen: Ach! Waar te beginnen?
Nu ja.
Gewoon bij het tapeje natuurlijk.

white_square.jpg
white_square.jpg
white_square.jpg

Als ik zes herinneringen zou mogen bewaren dan zouden dat zijn:

1.
Het ouwe zwarte tapeje dat ik vroeger had.
Met op de A-kant mijn broers Greatest Hits van The Smiths.
Op de B-kant stond een album van Ann Clark. Ik weet niet meer welk, maar ik was, denk ik, in 1990 de enige tienjarige in Nederland die mee kon mee zingen, rappen, of ja, hoe noem je dat eigenlijk? met Ann Clark.
Maar ze heeft het nooit kunnen winnen van de A-kant.

2.
De dag dat mijn broers besloten mijn kamer te bestormen, zat ik aan mijn bureau en luisterde ik naar Step by Step van New Kids On The Block.
“Goed Hannie,” zei mijn ene broer. “We doen het niet graag, maar het is dus afgelopen met die onzin.”
“Wat?” zei ik.
Mijn andere broer duwde me met bureaustoel en al klem achter mijn bureau.
Ik schopte en ik sloeg, maar ik ben nooit goed in vechten geweest.
Misschien was dat al een clue, toen.
“Nou, hup!” riep mijn andere broer naar mijn ene broer. Ik probeerde ondertussen zijn gezicht open te klauwen. En ineens stopten de New Kids, die tot die tijd zoet hadden doorgespeeld, met zingen.
“Iemand moet het doen,” zei mijn ene broer, met mijn lievelingsbandje in de hand.
Hij zuchtte en trok vervolgens met veel dramatiek in een paar grote halen de tape uit mijn cassette.
“Neeeeeee!” gilde ik.
“Hier!” riep mijn andere broer. Hij liet mijn stoel los, gooide een oud zwart tapeje op mijn bureau en als in een militaire actie stoven mijn broers mijn kamer weer uit.

3.
Het eerste liedje op dat tapeje was Cemetery Gates.

4.
Hoe ik, toen ik net op kamers zat, een keer ‘s nachts huilend en dronken naar mijn studentenhuis waggelde, voor het eerst in mijn leven alleen over de lege straten van een stad en dat ik zong van pleasepleaseplease let me get what I want en dat het galmde. En dat ik nu maar blij ben dat ik toen niet kreeg wat ik wilde, want anders was ik nog met die droefsnoet van een Michiel van Vliet geëindigd.
Uiteindelijk komt alles goed, al wijst altijd alles op het tegenovergestelde.

5.
Ik heb tot mijn twintigste gedacht dat Morrissey zong over een DJ die Henk heette.

6.
Ik heb nog een dagboek, waarin ik in fonetisch Engels de tekst van There’s a light that never goes out heb op geschreven. Ik vond het ’t mooiste wat ik ooit had gehoord.
Ik weet niet of ik anders was geworden als mijn broers me gewoon naar de New Kids On The Block hadden laten luisteren. Misschien was ik dan wel in Grubbenvorst blijven wonen, misschien was ik dan een vrolijk iemand geworden met een parttime baan en kinderen.
Het is misschien een ouwe koe, maar goed, we zijn hier onder vrienden, nietwaar?
Ik heb ‘m al zovaak geciteerd, maar toch.
Nick Hornby schreef ooit:
Do I listen to pop music because I’m miserable or am I miserable because I listen to pop music?
En misschien is dat het.
Ik denk dat daar wel ergens het antwoord zit.

Van de dingen die voorbij gaan

1.
Vroeger, als mijn vader me héél soms met de auto naar school bracht (dat deed hij nooit, ook niet bij storm, hagel of stortbui, maar soms dan moest hij toch naar de stad en dan reed hij wat eerder en mocht ik mee), dan draaide ik altijd de cassettebandjes van mijn broers die in de auto slingerden. Met liedjes van the Smiths, Mother Love Bone of This Mortal Coil en dan deed ik altijd alsof ik in een videoclip zat. Dan playbackte ik mee, met mijn hoofd zover naar het raam gedraaid dat ik hoopte dat mijn vader het niet kon zien, en keek ik naar mijn hoofd achter de autoruit in de zijspiegel en alle huizen en weilanden die langs die spiegel voorbij flitsten. Het leek dan net echt. Leek het net alsof ik Morrissey was.

2.

Of in een clip zat als deze.

3.
Een kind kijkt naar me in de trein, via de spiegeling van het raam.
Ik erger me.
Het kind blijkt toch naar buiten te kijken.
Het ruikt hier naar oude vrouw. Ga ik ook zo ruiken als ik ouder ben?
Het lijkt aan de koffie te liggen.
Ik kijk naar de lege ton koffie op mijn tafeltje en ik boer binnensmonds.

Ik hou overigens helemaal niet van Starbucks. Ik hou van kleine koffiehuizen die gewoon goeie koffiezetten en waar de eigenaar gewoon achter balie staat. Maar ik hou ook van grote tonnen lauwe koffie verkeerd. Nu goed.
Vergeeft u mij.

4.
Alles wordt anders.
Ze zetten op een dag nog een man op de maan.

Baguette

1.
Omkleden om te gaan hardlopen met dit weer, of hardlopen met dit weer in het algemeen, c’est mourir un peu.

2.
Ceci n’est pas de Cocteau Twins: