Dennie

Dit verhaal verscheen eerder in het fijne fijne Das Magazine.
(En Marja Pruis schreef er in De Groene Amsterdammer dit over.)

white-square.jpg
De punt van de verroeste ijzeren staaf die uit de valkuil omhoogstak was bot. Dennie stond aan de rand en keek de kuil in. Het spartelen van zijn broertje was erger geworden. Een gorgelend geluid klonk uit zijn keel en in hetzelfde ritme bewoog zijn kleine broertje met zijn handen. Alsof hij iets dirigeerde, de maat van zijn eigen gorgelen sloeg. De botte punt was met gemak door zijn buik heengegaan en ook al was dat Dennies bedoeling geweest, hij had toch verwacht dat een botte punt niet zoveel zou uithalen.
Er waren die week twee dingen gebeurd. Allereerst: Dennie had voor het eerst een Star Wars-film gezien. Hij was misselijk geworden toen hij Jabba de Hut pruttelend gillende wezentjes had zien eten, maar hij was blijven kijken. Dennie voelde een angst waarvan hij op een plezierige manier opgewonden raakte. Dat was nieuw.
Als tweede: op school vond hij een boek, achter in de boekenkast van het klaslokaal. Hij was op zoek geweest naar een dun boek, want hij hield niet van lezen. Op de prent op het omslag stond een kind vastgebonden in een woest vuur. Het waren verhalen van kinderen die in tonnen met spijkers de berg werden afgerold, van broertjes en zusjes die werden afgeslacht, van kinderen die in hete ovens werden gestopt en dat allemaal overleefden. Die nacht fantaseerde Dennie voor het eerst over een plek naast God.
Dennie keek naar zijn broertje. Naar het bloed, naar de darmen die te zien waren, naar de uitpuilende ogen. Het gorgelen was ondertussen opgehouden. De hemel bleef dicht en de hel ging niet open. Er was gras, er was een kuil, er was bloed, een dood kind, een levend kind en er was de stilte. En dat was dat.

Gisteren

08u55
Soms vraag ik me af hoe het kan dat er mensen bestaan die níet in Nijmegen wonen en die ook geen heimwee hebben naar Nijmegen. Ik heb soms al heimwee haar Nijmegen als ik in Utrecht de trein uitstap.

09u05
Uit de kuil klinkt reclame uit een transistorradio. Een gele helm steekt net uit de kuil. Ochtendforenzen en studenten kijken voor zich uit. Een liedje begint, het is Shania Twain, onder de gele helm begint iemand te zingen.

09u06
Ik heb een takkehekel aan Shania Twain, maar mijn rij-instructeur had altijd Sky Radio opstaan, en ik heb honderd jaar gelest, dus ik ken toch al haar liedjes uit mijn hoofd. Still the one is een ode aan haar man, dat ze blij is dat ze nooit heeft geluisterd naar iedereen die zei dat ze maar beter niet konden trouwen. Ze scheidden in 2010.

09u16
Dat is toch het mooiste woord ooit? Transistor?

09u23
Een dikke meneer die zittend op een elektriciteitskastje op het perron in een dun streepje zon een krantje leest.

18u30
eten-van-je-hoofd.jpg
Voor het eerst in mijn leven moet ik van een placemat met mijn eigen hoofd eten. Christoph zet een glas water op zijn foto. Ik vind dat een goed idee.

19u20
voor-de-academica-klein.jpg
Alvorens de uitreiking van de Academica zijn Shira en ik op van de zenuwen. Christophe is zoals altijd de rust zelve.

20u42
“Ik zie jullie aan de andere kant,” zeggen we tegen elkaar. Als we weer het podium afkomen straks, dan weten we het. Dan zijn er twee 10.000 euro armer.
Dat laatste is wel niet echt zo, maar zo voelt het natuurlijk wel.

21u27
Shira wint en ik heb thuis goed geoefend om geen ik-wil-verdomme-die-Oscar-hoofd te trekken. En dat lukt eigenlijk prima. We kunnen het erg goed vinden met z’n drieën sinds we een weekend in Dordrecht hebben gezeten in de zomer, dat scheelt een hoop.
Het lijkt allemaal alweer zo lang geleden.

NU
Net zoals dit, wat ik hier nu zit te schrijven.
Het lijkt alweer een week terug.

23u29
academica.jpg
We weten niet precies wie ‘m nu heeft meegenomen, maar bij Paleis Noordeinde poseer ik met mijn troostbloemen, Jnnk en een enorme plaat met mijn boekomslag erop. Drie jongens maken weer een foto van Q, Lee en d’n D die foto’s van ons staan te maken.

23u35
De parkeergarage is in zuurstokkleuren geschilderd van binnen. Ik weet ook niet waarom ik dat onthou. Het ruikt er naar de metro in Berlijn.

23u55
“Nou ben ik nog steeds arm!” roep ik in de auto, op de terugweg van de uitreiking. We zitten met z’n vijven in de auto, en we rijdend gierend van de lach over de snelweg.
“We zijn allemaal arm!” roept de achterbank.

00u53
“De Waalbrug is thuuskomme!” roepen we in koor.

01u08
“Dan moeten we maar weer gewoon leven van de liefde,” zegt D’n D. als we iedereen hebben afgezet. Ik leg mijn hoofd op zijn schouder. Het lijkt wel een Amerikaanse film, zo tegen hem aan in het donker in de auto over de weg door de stad naar huis.
We hebben het maar goed.